Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
rubriek 4.3vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregelen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
80 (tachtig) dagen.
40 (veertig) dagen, van deze gevangenisstraf
niet ten uitvoer gelegdzal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
3 (drie) jarenvast.
maatregelop grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht dat de veroordeelde voor de duur van
3 (drie) jarenop geen enkele wijze – direct of indirect –contact zal opnemen, zoeken of hebben met
[benadeelde partij 1](geboren op [geboortedatum 1] ) en met
[benadeelde partij 2](geboren op [geboortedatum 2] ).
maatregelop grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht dat de veroordeelde voor de duur van
3 (drie) jarenzich niet bevindt in delen
van Amsterdam Osdorp en Amsterdam Nieuw-west. Voor een gedetailleerde beschrijving van het locatieverbod wordt verwezen naar bijlage II waar de gebieden per illustratie zijn aangeduid.
vervangende hechtenisbedraagt
14 (veertien) dagenvoor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van maximaal 6 (zes) maanden.
dadelijk uitvoerbaaris.
benadeelde partij [benadeelde partij 1]toe tot een bedrag van
€ 3.000,- (drieduizend euro)aan vergoeding van immateriële schade. De schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 februari 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.
niet-ontvankelijkin zijn vordering tot materiele schadevergoeding ter hoogte van
€ 7.673,-.
overige deelvan de vordering
af.
ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de staat € 3.000,- (drieduizend euro)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (26 februari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
benadeelde partij [benadeelde partij 2]toe tot een bedrag van
€ 170,85 (honderdzeventig euro en vijfentachtig cent)aan vergoeding van materiële schade. De schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 januari 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening.
overige deelvan de vordering
af.
ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de staat € 170,85 (honderdzeventig euro en vijfentachtig cent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 januari 2025) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 1 (één) dag. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.