Uitspraak
regio Amsterdam,
[locatie 1] ,
hierna te noemen: de Raad.
1.De procedure
2.De feiten
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De moeder verzocht de rechtbank om het ouderlijk gezag over haar minderjarige zoon te herstellen, nadat dit in 2019 was beëindigd wegens haar psychiatrische problematiek. De minderjarige woont sinds de uithuisplaatsing bij zijn oma en heeft angst voor omgang met de moeder. De moeder stelt dat haar situatie gestabiliseerd is en dat zij voldoende draagkracht heeft om voor haar zoon te zorgen.
De gezinsvoogd (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming verzetten zich tegen het verzoek. Zij wijzen op de blijvende onvoorspelbaarheid van het gedrag van de moeder, haar recente detentie wegens brandstichting en het feit dat de minderjarige alleen onder begeleiding contact wil. De GI benadrukt dat het belang van het kind centraal staat en dat het forceren van omgang schadelijk kan zijn.
De rechtbank concludeert dat niet is voldaan aan de wettelijke vereisten voor herstel van het gezag. De moeder heeft onvoldoende aangetoond duurzaam in staat te zijn de zorg en opvoeding te dragen. Het belang en de wensen van de minderjarige, die een veilige omgeving bij zijn oma heeft, prevaleren. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het ouderlijk gezag wordt afgewezen vanwege het belang van de minderjarige en de zorgelijke situatie van de moeder.