ECLI:NL:RBAMS:2026:4973

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
21 mei 2026
Zaaknummer
C/13/783032 / JE RK 26-104
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • K. Duker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot ondertoezichtstelling van minderjarige wegens ernstige bedreiging ontwikkeling

De rechtbank Amsterdam heeft op 3 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2012. De minderjarige woont bij haar moeder en heeft een voorgeschiedenis van ondertoezichtstelling die in augustus 2025 werd beëindigd. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) hebben het verzoek ingediend vanwege aanhoudende zorgen over de veiligheid, schoolgang en mentale gezondheid van de minderjarige.

De minderjarige kampt met PTSS en vertoont gedrag dat wijst op een overlevingsmodus, met frequente politiecontacten en onregelmatige schoolbezoeken. De moeder werkt mee aan hulpverlening, maar ervaart onmacht door de complexe gezinssituatie. De Raad acht een nieuwe ondertoezichtstelling noodzakelijk om de moeder te ondersteunen en passende hulpverlening, waaronder coaching en traumatherapie, te waarborgen.

De kinderrechter concludeert dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat de voorwaarden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld. De beschikking wordt voor de duur van een jaar toegewezen en direct uitvoerbaar verklaard. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: Verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt toegewezen voor de duur van een jaar en direct uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/783032 / JE RK 26-104
Datum uitspraak: 3 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Amsterdam,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [persoon 1] namens de Raad;
- [persoon 2] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder samen met haar zusje [persoon 3] en (half)zus [persoon 4] .
2.3.
De vorige ondertoezichtstelling van [minderjarige] , uitgevoerd door Samen Veilig Midden-Nederland, is op 20 augustus 2025 beëindigd.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raadheeft onder verwijzing naar de stukken gepersisteerd bij het verzoek. In het verleden is er veel gebeurd en zijn er veel zorgen geweest. De moeder heeft voor veel uitdagingen gestaan. De vorige ondertoezichtstelling van [minderjarige] is op 20 augustus 2025 beëindigd, waarna [minderjarige] een jeugdreclasseerder kreeg toegewezen tot half november 2025. In die periode ging het minder goed dan gehoopt. Er zijn nog steeds veel zorgen over [minderjarige] . [minderjarige] is een kwetsbaar meisje. Volgens de politie komt [minderjarige] in vele onderzoeken voor, ook samen met volwassenen. Ook de schoolgang van [minderjarige] is een zorg. Daarnaast zijn er zorgen over haar mentale gezondheid. [minderjarige] is zelfbepalend en lijkt in een overlevingsmodus te zitten. [minderjarige] heeft in haar verleden thuis onveiligheid en angst meegemaakt en er is bij haar PTSS vastgesteld. Het lukt nog onvoldoende om hulpverlening in een vrijwillig kader voort te zetten, terwijl dit binnen de OTS eerder wel lukte. [minderjarige] is zelf ook weinig gemotiveerd om hulpverlening te krijgen. De zorg ligt niet in de welwillendheid om mee te werken met de hulpverlening van de moeder. De zorg ligt in het gedrag en in de wisselende houding van [minderjarige] en in een gedeelte onmacht bij de moeder. De Raad acht een ondertoezichtstelling aangewezen zodat iemand met de moeder en [minderjarige] mee kan kijken.
Voor de problematiek van [minderjarige] is coaching op het forensische vlak nodig. [minderjarige] was eerder geplaatst bij School & Family Support in [plaats 1] . Er dient soortgelijke hulpverlening in [plaats 2] gevonden te worden. Er wordt verder aan gedacht om coaching in te zetten zodat [minderjarige] op een laagdrempelige manier een relatie kan opbouwen met een hulpverlener. Op deze manier kan misschien over een tijd aan EMDR-traumatherapie begonnen worden.
4.2.
De moedervindt het verzoek van de Raad onprettig, aangezien de vorige ondertoezichtstelling net is beëindigd en alles nu weer van voor af aan begint. De moeder heeft altijd meegewerkt aan hulpverlening. [minderjarige] gaat weer naar school en doet haar best. Het is haar nog niet gelukt om alle dagen aanwezig te zijn, maar dat is moeilijk aangezien ze lang niet naar school is geweest. De moeder en [minderjarige] hebben te horen gekregen dat de school van de zomer gaat sluiten. Het is jammer dat dat niet eerder bekend was, aangezien [minderjarige] daardoor weer van school moet veranderen wat erg demotiverend is voor haar. Er is nog geen zicht op een andere school.
In het verleden verdween [minderjarige] wel eens ’s nachts. Nu gebeurt dat nog af en toe, maar de moeder wordt niet meer ’s nachts door de politie gebeld. De behandeling bij School & Family Support ging goed en kon daardoor worden gestopt. Bij de [plaats 3] kon [minderjarige] niet worden aangemeld. [minderjarige] dient voor haar PTTS traumatherapie te krijgen. Hiervoor staat zij echter niet open waardoor dat niet is doorgezet. Een coach kan [minderjarige] helpen, bij voorkeur een jong persoon.
4.3.
De GIheeft zich aangesloten bij het verzoek van de Raad. De GI acht het van belang dat [minderjarige] naar school gaat en gepaste hulp krijgt zodat zij niet meer in aanraking komt met de politie. De GI denkt aan de [plaats 3] , waar forensische hulp wordt aangeboden aan jeugdigen vanaf 12 jaar.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. [minderjarige] is een kwetsbaar meisje waarover veel zorgen zijn. [minderjarige] is een tijd niet naar school geweest, verdwijnt wel eens gedurende de nacht en kwam tot voor kort regelmatig met de politie in aanraking. Verder is bij [minderjarige] PTSS geconstateerd. Het is belangrijk dat op korte termijn behandeling bij [minderjarige] wordt ingezet voor het verwerken van trauma en emotieregulatie. Een coach voor [minderjarige] vormt daarbij een goede toevoeging zodat [minderjarige] zich naar haar coach kan openstellen en zij samen een band kunnen opbouwen. Later kan dan gekeken worden naar EMDR-therapie.
5.3.
De kinderrechter ziet dat de moeder een meewerkende houding heeft en zich inzet om [minderjarige] de opvoeding en begeleiding te geven die zij nodig heeft. Bij de moeder is echter sprake van een stukje onmacht. De opvoeding en begeleiding van [minderjarige] vergt veel tijd en aandacht terwijl de moeder samen met haar partner een groot gezin te onderhouden heeft. De situatie legt ook grote druk op het gezin. Daarom is het belangrijk dat de GI betrokken wordt om de moeder te ondersteunen en te begeleiden in de opvoeding en de hulpverlening voor [minderjarige] vorm te geven.
5.4.
De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 3 maart 2026 tot 3 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. K. Duker, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026, in aanwezigheid van mr. T. Bongenaar en mr. M.E. Molhuysen als griffiers, en op schrift gesteld op 19 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.