Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5164

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
27 mei 2026
Zaaknummer
777465 HA ZA 25-1623
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:9 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor onbetaalde facturen van vennootschap

Fuite Poultry, een groothandel in kippenvlees, vordert betaling van openstaande facturen van [gedaagde 1], een vennootschap die vlees leverde aan restaurants. Hoewel de eerste factuur werd betaald, bleven latere facturen onbetaald. Fuite Poultry sommeerden betaling, maar zonder resultaat.

De vennootschap erkent de betalingsverplichting, maar stelt dat Fuite Poultry afspraken niet is nagekomen door meerdere bestellingen in één week afzonderlijk te factureren, waardoor zij klanten verloor en haar onderneming moest staken. De bestuurder, [gedaagde 2], wordt door Fuite Poultry persoonlijk aansprakelijk gesteld wegens het weten of behoren te weten dat de vennootschap niet zou kunnen betalen.

De rechtbank oordeelt dat de vennootschap de facturen moet betalen, inclusief rente en incassokosten. Tevens wordt de bestuurder persoonlijk aansprakelijk gehouden op grond van artikel 2:9 BW Pro, omdat hij zonder startkapitaal verplichtingen aanging, wist dat betaling niet mogelijk was en het vermogen van de vennootschap naar nihil bracht. Proceskosten worden aan de zijde van Fuite Poultry toegewezen en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vennootschap en haar bestuurder worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/777465 / HA ZA 25-1623
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
FUITE POULTRY B.V.,
te Nijkerk,
eisende partij,
hierna te noemen: Fuite Poultry,
advocaat: mr. J.C.F. Kooijmans,
tegen

1.[gedaagde 1] B.V.,2. [gedaagde 2] ,

beiden te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden] (afzonderlijk: [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ),
advocaat: mr. R.P.C. Smit.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 oktober 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 4 februari 2026, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 26 maart 2026, en het daarin genoemde processtuk.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Fuite Poultry is een groothandel in kippenvlees.
2.2.
[gedaagde 1] leverde vlees aan restaurants. [gedaagde 1] verricht geen activiteiten meer.
2.3.
In mei 2025 heeft [gedaagde 1] voor het eerst besteld bij Fuite Poultry voor € 3.308,15. [gedaagde 1] heeft betaald en Fuite Poultry heeft de bestelling geleverd.
2.4.
[gedaagde 1] heeft vervolgens de volgende bestellingen gedaan, die Fuite Poultry heeft geleverd:
  • 27 mei 2025: € 11.935,50,
  • 30 mei 2025: € 4.727,88,
  • 3 juni 2025: € 13.298,00.
Fuite Poultry heeft steeds op dezelfde dag van de bestelling gefactureerd. Iedere factuur heeft een vervaltermijn van dertig dagen. [gedaagde 1] heeft de facturen niet betaald.
2.5.
In juli 2025 heeft Fuite Poultry via haar incassogemachtigde [gedaagde 1] gesommeerd om binnen drie dagen de openstaande facturen te betalen. [gedaagde 1] heeft niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
Fuite Poultry vordert, samengevat, dat de rechtbank [gedaagden] veroordeelt om te betalen aan Fuite Poultry: € 29.961,38 plus rente, buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Daarnaast vordert Fuite Poultry dat de rechtbank bepaalt dat [gedaagden] ook meteen aan het vonnis moet voldoen als hoger beroep wordt ingesteld (uitvoerbaar bij voorraad).
3.2.
Fuite Poultry stelt dat partijen hebben afgesproken dat Fuite Poultry kippenvlees zou leveren tegen betaling van [gedaagde 1] . Fuite Poultry vordert nakoming van de betalingsverplichting van [gedaagde 1] . Daarnaast stelt Fuite Poultry dat [gedaagde 2] onrechtmatig heeft gehandeld, omdat hij wist of behoorde te weten dat [gedaagde 1] de facturen van Fuite Poultry niet zou (kunnen) betalen. Volgens Fuite Poultry is [gedaagde 2] daardoor als bestuurder van [gedaagde 1] persoonlijk aansprakelijk voor de betalingsverplichting van [gedaagde 1] .
3.3.
[gedaagden] erkent dat [gedaagde 1] de vordering moet betalen, maar voert aan dat deze onbetaald is gebleven omdat Fuite Poultry de gemaakte afspraken niet is nagekomen. [gedaagden] licht dat als volgt toe. Afgesproken is dat Fuite Poultry meerdere bestellingen in één week zou aanmerken als één bestelling. Dit was zodat [gedaagde 1] in de tussentijd betaald kon krijgen van haar klanten en op haar beurt Fuite Poultry kon betalen. In plaats daarvan heeft Fuite Poultry voor verschillende bestellingen in dezelfde week afzonderlijke facturen gestuurd en geëist dat [gedaagde 1] die facturen eerst zou betalen voordat zij verdere bestellingen zou accepteren en leveren. Hierdoor kon [gedaagde 1] niet meer leveren aan haar klanten en is zij die klanten kwijtgeraakt. Dit heeft geleid tot schade bij [gedaagde 1] , waardoor [gedaagde 1] haar onderneming moest staken. Hierdoor kan [gedaagde 1] Fuite Poultry niet meer betalen. [gedaagde 2] is als bestuurder van [gedaagde 1] niet persoonlijk aansprakelijk, want er geldt een hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid en die is niet gehaald.

4.De beoordeling

[gedaagde 1] moet betalen: € 29.961,38 plus rente en kosten
4.1.
[gedaagde 1] erkent dat zij de openstaande facturen moet betalen, zodat de rechtbank deze zal toewijzen. [gedaagde 1] wordt daarom veroordeeld om de facturen van in totaal € 29.961,38 te betalen aan Fuite Poultry.
4.2.
De daarover gevorderde (samengestelde) wettelijke handelsrente wordt toegewezen vanaf vervaldata van de facturen.
4.3.
Daarnaast vordert Fuite Poultry € 1.074,61 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering wordt op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegewezen.
bestuurdersaansprakelijkheid toewijsbaar
4.4.
Fuite Poultry stelt dat [gedaagde 2] als bestuurder van [gedaagde 1] persoonlijk aansprakelijk is voor de betalingsverplichting van [gedaagde 1] , omdat hij wist of behoorde te weten dat [gedaagde 1] de geplaatste bestellingen bij Fuite Poultry niet zou (kunnen) betalen. [gedaagden] betwist dat de hoge drempel voor bestuurdersaansprakelijkheid is gehaald.
4.5.
Als een vennootschap een verbintenis niet nakomt of een onrechtmatige daad pleegt, is in beginsel alleen de vennootschap aansprakelijk. Onder bijzondere omstandigheden kan ook de bestuurder aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad. Daarvoor is vereist dat de bestuurder tegenover de schuldeiser persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, mede gezien zijn verplichting tot een behoorlijke taakuitoefening op grond van artikel 2:9 BW Pro. Van een dergelijk verwijt kan in ieder geval sprake zijn als komt vast te staan dat de bestuurder wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat door hem de vennootschap haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de daardoor ontstane schade. Als de bestuurder betaling of verhaal frustreert, kan ook dat grond vormen voor persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen. In het geval van ‘frustratie van betaling en verhaal’ zal het ernstig verwijt kunnen worden aangenomen als vast komt te staan dat de bestuurder ten tijde van zijn gedragingen weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelswijze van de vennootschap ertoe leidt dat deze haar betalingsverplichting niet zal nakomen en evenmin verhaal zal bieden voor de als gevolg daarvan geleden schade. Van belang daarbij is dat de schadelijke gevolgen van het handelen objectief voorzienbaar zijn voor de bestuurder (zie bv. Hof Den Bosch 23 augustus 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:2923).
4.6.
Naar het oordeel van de rechtbank kan [gedaagde 2] als bestuurder van [gedaagde 1] een dergelijk persoonlijk ernstig verwijt worden gemaakt. [gedaagde 2] had redelijkerwijs moeten begrijpen dat door zijn toedoen [gedaagde 1] haar verplichtingen tegenover Fuite Poultry niet zou kunnen nakomen en ook geen verhaal zou bieden. [gedaagde 2] is dan ook op grond van artikel 2:9 BW Pro persoonlijk aansprakelijk voor waartoe [gedaagde 1] wordt veroordeeld (4.1 tot en met 4.3). De rechtbank zal uitleggen waarom aan de hand van wat met name op zitting naar voren is gebracht door [gedaagden]
4.7.
Op het moment dat [gedaagde 2] namens [gedaagde 1] de verplichtingen aanging, was de onderneming volgens zijn eigen verklaring net gestart. De bestellingen die hij plaatste kon hij alleen betalen als de partijen aan wie hij zou verkopen, meteen zouden kunnen betalen. Er was geen startkapitaal. [gedaagde 2] heeft ook verklaard dat de partijen aan wie hij de partijen vlees heeft doorverkocht wel hebben betaald. Dat geld heeft [gedaagde 1] gebruikt voor de inventaris van een bedrijfspand, vriezers, snijmachines en opslagmaterialen, en de huur van een koelwagen. Dit betekent dat [gedaagde 1] volledig draaide op leverancierskrediet, terwijl [gedaagde 2] dit niet met Fuite Poultry had besproken. Volgens zijn eigen verklaring heeft hij juist medegedeeld dat hij Fuite Poultry zou voldoen uit het geld dat hij met de doorverkoop zou ontvangen. Ook volgens de eigen verklaring van [gedaagde 2] zijn de activiteiten onmiddellijk gestaakt nadat Fuite Poultry in de gang van zaken aanleiding zag niet nader te leveren. Dit schetst een beeld van een ondernemer die zonder enig plan en zonder middelen verplichtingen is aangegaan wetende dat er geen geld was om die verplichtingen na te komen. [gedaagde 2] heeft dus ervoor gekozen om het volledige “krediet” aan te wenden voor de bedrijfsvoering van [gedaagde 1] en het vermogen van [gedaagde 1] (weer) naar nihil te brengen, zonder dat duidelijk werd hoe [gedaagde 1] voldoende eigen opbrengsten zou verkrijgen om aan haar betalingsverplichting tegenover Fuite Poultry te voldoen. De onderneming is inmiddels gestaakt en biedt dus geen verhaal. [gedaagde 2] heeft ook niet duidelijk gemaakt waarom niet, ondanks dat er kennelijk wel goederen in de onderneming zijn ingebracht. Dat kan [gedaagde 2] persoonlijk ernstig worden verweten. Zelfs als de rechtbank zou kunnen vaststellen dat [gedaagde 1] en Fuite Poultry bepaalde betaalafspraken hadden gemaakt, die Fuite Poultry niet is nagekomen – zoals [gedaagden] aanvoert – maakt dat het voorgaande niet anders.
proceskosten
4.8.
[gedaagden] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Fuite Poultry worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
. 123,16
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.672,00
(2 punten × € 836,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.979,16
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
hoofdelijke aansprakelijkheid
4.10.
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan Fuite Poultry te betalen een bedrag van € 29.961,38, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel
6:119a BW vanaf vervaldata van de onder 2.4 genoemde facturen tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan Fuite Poultry te betalen een bedrag van € 1.074,61 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 4.979,16, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Rombouts, rechter, bijgestaan door mr. R. Hafith en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.