Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Leger des Heils Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
Het procesverloop
- de door de moeder overgelegde productie, ingekomen 8 mei 2026.
Verschenen en gehoord zijn:
- [persoon 1] , gezinsmanager van LdH;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader.
[minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
De standpuntenLdH voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er grote zorgen zijn over de directe veiligheid en opvoedsituatie van de kinderen. De zorgen spelen al langere tijd. Er is in het verleden geprobeerd om hulpverlening in te zetten via het OKT en Spoedhulp, maar dat is niet van de grond gekomen omdat de moeder en de vader niet willen meewerken. Er is niet tot een stabiele thuissituatie gekomen. Er is sprake een rommelige woning en escalaties binnen het gezin, mede door de spanningen die de oudste zoon [persoon 2] , veroorzaakt. Het grootste probleem is echter de verslaving van de moeder en er is tijd nodig om daar verandering in te krijgen. Ook de vader is verslaafd en zou crack gebruiken. De moeder en de vader zijn diverse keren gewaarschuwd voor een uithuisplaatsing van de kinderen als het middelengebruik wordt voortgezet. Hiertoe zijn ook veiligheidsafspraken gemaakt. Deze zijn op 16 april 2026 met ouders vastgelegd. Onderdeel van deze afspraken was dat ouders niet onder invloed zijn van middelen als zij verantwoordelijk zijn voor de zorg over de kinderen. Op 30 april 2026 was sprake van een zodanige onveilige situatie voor de kinderen dat is ingegrepen. De moeder was duidelijk onder invloed. De moeder en de vader moeten zelf het initiatief nemen om de verslaving aan te pakken; alleen als de verslaving is aangepakt is een terugplaatsing van de kinderen verantwoord. Het uitvoeren van dagelijkse controles op middelengebruik is niet haalbaar, maar dat haalt ook de andere zorgen die er zijn niet weg.
Zij wil dat de kinderen weer thuiskomen en naar hun oude school kunnen. De kinderen hebben haar nodig. Er zijn geen zorgen over de thuissituatie en de kinderen zijn bij haar thuis veilig.
De problemen binnen het gezin worden veroorzaakt door de nog thuiswonende meerderjarige zoon [persoon 2] . [persoon 2] gaat niet naar school, werkt niet, heeft geen dagbesteding en gamet tot diep in de nacht. Dit zorgt voor spanningen binnen het gezin. De zoon doet meldingen van alcohol- en drugsgebruik door de moeder en de vader. In hoeverre de meldingen van de zoon op waarheid berusten is de vraag.
Er is geen sprake van verwaarlozing van de kinderen door de moeder. De woning is altijd opgeruimd, maar de zoon maakt telkens rommel.
De kinderen gaan op tijd naar school en hebben sociale activiteiten. Vanuit de school zijn er ook geen signalen dat het niet goed zou gaan met de kinderen in de thuissituatie. Integendeel, zoals uit de ingebrachte verklaring van de school blijkt, heeft de school geen zorgen.
De beoordeling
20-jarige thuiswonende zoon [persoon 2] , die zich zorgen maakt om zijn zusjes en met Veilig Thuis had afgesproken dat hij steeds de politie moest bellen als zijn ouders onder invloed zijn. De politie is naar aanleiding van de meldingen van [persoon 2] telkens in huis gekomen. Uit de beschrijvingen van de zes meldingen blijkt dat de politie zich grote zorgen maakt om de thuissituatie. Zij treffen de moeder (en soms ook de vader) aan waarbij steeds sterke vermoedens zijn van middelengebruik. Cannabis en alcohol gebruik wordt vaak wel bevestigd door de ouders of door een test. Crackgebruik echter wordt weliswaar door [persoon 2] genoemd, maar door de ouders steeds ontkend. Behalve op 30 april 2026. Als de politie dan ter plaatse komt, treffen zij de moeder aan op het balkon. Zij kon niet uit haar woorden kwam omdat zij onder invloed was. De politie zag dat de moeder spastische trekken had met haar gezicht, verwijde pupillen had en met haar tong over haar lippen ging.
De moeder verklaarde aan de politie dat zij ongeveer drie uur geleden crack had gebruikt. Het vermoeden van de politie was echter dat de moeder vlak voor hun komst ook nog crack gebruikt had, omdat de moeder bij hun aankomst zeer onder invloed was, maar zij, naarmate de tijd vorderde steeds meer nuchter werd. De moeder switchte wel veel in haar emoties en bedreigde ook haar zoon [persoon 2] . Het huis zag er rommelig uit.
De vader was op de avond van 30 april 2026 niet thuis. De moeder heeft tegenover de politie verklaard dat het voorval haar spijt en dat zij de zorg voor de kinderen alleen draagt omdat haar man er steeds van doorgaat als zij gebruikt en zij er dan steeds alleen voor staat. Ook gaf de moeder haar zoon meermaals de schuld van dit alles.
Wel heeft de kinderrechter het vermoeden dat het zich laat aanzien dat het alcohol- en/of middelengebruik plaatsheeft in de avond als de kinderen op bed liggen. Uit de door de moeder overgelegde verklaring van de school van de kinderen blijkt dat de kinderen het goed doen op school en dat er geen zorgen zijn over de kinderen. De moeder is overdag ook betrokken bij de kinderen. Zij brengt de kinderen naar school, haalt de kinderen van school en gaat met de kinderen naar activiteiten. De moeder is kennelijk in staat om overdag goed te functioneren. Dat betekent echter niet dat er geen zorgen zijn. De uitspraken van [persoon 2] als het gaat om de verwaarlozing van de kinderen en de rommelige thuissituatie wijzen erop dat er toch wel meer aan de hand is en is het de vraag of de ouders voldoende beschikbaar zijn voor de kinderen gezien de mogelijke verslavingsproblematiek die er speelt. De kinderrechter heeft dan ook met deze stand van zaken onvoldoende vertrouwen dat de kinderen thuis een veilige opgroeiomgeving hebben. Er moet meer zicht op de thuissituatie komen en hiertoe moet verplichte hulp worden ingezet. De moeder zal moeten laten zien dat zij werkt aan haar gebruik van alcohol en/of middelen. Van de moeder wordt verwacht dat zij hier open gesprekken over voert met LdH, zodat zij goed zicht op de situatie kunnen krijgen en de veiligheid van de kinderen thuis kunnen inschatten. Ook zal de moeder zich moeten aanmelden bij de Jellinek of een andere instantie die verslavingen behandelt. De kinderrechter gaat ervan uit dat de moeder gemotiveerd is om mee te werken aan een verslavingsbehandeling, in het belang van de kinderen en om ervoor te zorgen dat de kinderen op termijn weer thuis kunnen wonen. De moeder heeft ter zitting gezegd niet verslaafd te zijn en geen behandeling nodig te hebben. De kinderrechter wijst de moeder erop dat er wel degelijk aanwijzingen zijn voor middelenproblematiek en dat er bij haar een knop om moet in het belang van haar kinderen.
De beslissing
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , voor verblijf in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van heden tot 12 juli 2026;