ECLI:NL:RBAMS:2026:52

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/13/780105 / KG ZA 25-1014
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:300 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkoop gezamenlijke woning en gebruiksvergoeding toegewezen, verdeling bitcoins

Partijen hadden een relatie en waren gezamenlijk eigenaar van een woning. Na beëindiging van de relatie in maart 2025 bleef de man in de woning wonen, terwijl de vrouw verhuisde naar een huurwoning met dubbele woonlasten. De vrouw vorderde dat de man meewerkt aan de verkoop van de woning en haar een gebruiksvergoeding betaalt voor het exclusieve gebruik.

De man wilde eerst financiële afspraken maken over belastingteruggave en bitcoins voordat hij medewerking verleende aan verkoop. De rechtbank oordeelde dat de verkoop niet mag worden geblokkeerd door deze voorwaarden en dat de financiële afwikkeling na verkoop kan plaatsvinden. De vrouw kreeg een voorlopige gebruiksvergoeding toegewezen vanaf 1 januari 2026.

In reconventie vorderde de man betaling van zijn aandeel in belastingteruggave en bitcoins en het terughalen van zijn honden. De rechtbank wees de betaling van belastingteruggave af wegens gebrek aan liquide middelen bij de vrouw, maar veroordeelde haar tot overdracht van het 50% aandeel in bitcoins. De vordering tot ophalen van de honden werd afgewezen vanwege onmogelijkheid van de vrouw.

De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop woning en betaling gebruiksvergoeding; vrouw moet bitcoins overdragen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/780105 / KG ZA 25-1014 VVV/EV
Vonnis in kort geding van 9 januari 2026
in de zaak van
[de vrouw],
te [woonplaats 1] ,
eisende partij in conventie bij dagvaarding van 15 december 2025,
verweerster in reconventie,
advocaten: mr. B. Schelvis-Neuteboom en mr. M.A. Lasschuit,
tegen
[de man],
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
advocaat: mr. F.G.J. Staals.
Partijen zullen hierna ‘de vrouw’ en ‘de man’ worden genoemd.

1.De procedure

Op de mondelinge behandeling van 23 december 2025 is de vrouw verschenen met
mr. Schelvis-Neuteboom, mr. Lasschuit en tolk F.J. Klunder (Engelse taal). De man is verschenen met mr. Staals. De vrouw heeft de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. De man heeft verweer gevoerd. Ook heeft hij een tegenvordering (eis in reconventie) ingesteld die door de vrouw is bestreden. Beide partijen hebben producties ingediend. Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben een relatie gehad. Zij woonden samen in de woning aan de [adres] , waarvan zij gezamenlijk eigenaar zijn. Nadat de relatie in maart 2025 is verbroken, is de man in de woning blijven wonen. De vrouw is verhuisd naar Limburg , waar zij in een huurwoning woont.
2.2.
De maandelijkse huur van de vrouw bedraagt € 1.350,00 (exclusief gas, water en licht). Tot november 2025 droeg zij iedere maand € 1.500,00 bij in de lasten voor de gezamenlijke woning. Partijen zijn voornemens de woning te verkopen, maar (financiële) vorderingen over en weer staan aan daadwerkelijke verkoop in de weg. De vrouw wil dat de man meewerkt aan de verkoop van de woning en haar compenseert voor zijn exclusieve gebruik van de woning.

3.Het geschil in conventie

3.1.
Samengevat vordert de vrouw:
A. de man te veroordelen om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van de gezamenlijke woning, waaronder in ieder geval begrepen:
  • het gezamenlijk verstrekken van een bemiddelingsopdracht voor de verkoop van de woning aan de heer [naam 1] van Vlieg Makelaars of een andere makelaar van dat kantoor;
  • het tijdig en onbelemmerd toestaan van de fotograaf voor het maken van de foto's;
  • het tijdig en onbelemmerd toestaan van bezichtigingen door potentiële kopers;
  • het meewerken aan de verkoop tegen een marktconforme prijs, zoals geadviseerd door de makelaar;
  • het opvolgen van verkoopadviezen van de makelaar, alsmede het laten vaststellen van de vraag- en laatprijs door de makelaar;
  • het opstellen en tekenen van de tot stand te brengen koopovereenkomst;
  • het tekenen en passeren van de akte van levering,
alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of dagdeel dat de man in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00;
B. te bepalen dat, indien de man niet binnen de hiervoor gestelde termijn voldoet aan de hiervoor genoemde verplichtingen, dit vonnis in de plaats treedt van zijn vereiste wilsverklaringen, conform art. 3:300 BW Pro, ten aanzien van:
  • de opstelling en ondertekening van de bemiddelingsopdracht aan de heer [naam 1] van Vlieg Makelaars, of een andere makelaar van zijn kantoor;
  • de opstelling en ondertekening van de koopovereenkomst voor de verkoop van het appartementsrecht aan een derde;
  • de opstelling en ondertekening van de notariële leveringsakte van het appartementsrecht;
C. de man te veroordelen tot betaling aan de vrouw van een voorlopige gebruiksvergoeding van € 1.350,00 per maand, te voldoen maandelijks op de 28e, bij vooruitbetaling, ingaande per datum dagvaarding (15 december 2025);
D. de man te veroordelen in de volledige proceskosten van het geding, inclusief de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.
3.2.
De vrouw legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Van haar kan niet worden verwacht dat zij tegen haar wil in een onverdeelde gemeenschap blijft zitten. Ondanks dat partijen het erover eens zijn dat de woning verkocht moet worden, blokkeert de man de verkoop. Hij stelt namelijk voorwaarden waaraan moet zijn voldaan alvorens tot verkoop over te gaan: herstel van de voordeur en het bijwerken van schilderwerk en overmaking van de helft van de (door de vrouw ontvangen) belastingteruggave en de gezamenlijke Bitcoin (hierna: BTC) tegoeden. Deze voorwaarden zijn irrelevant voor het verstrekken van een verkoopopdracht en kunnen niet leiden tot opschorting daarvan. De financiële afwikkeling van de relatie – waaronder de verdeling van de belastingteruggave en de BTC-tegoeden – kan na verkoop van de woning plaatsvinden zodra de overwaarde vrijkomt. De vrouw betwist dan ook niet dat de helft van de belastingteruggave en BTC-tegoeden aan de man toekomt, maar zij kan het geld nu niet missen.
3.3.
Verder lijdt de vrouw financieel nadeel, nu de man het exclusieve gebruik van de woning heeft. Zij betaalt maandelijks niet alleen € 1.500,00 voor de gezamenlijke woning, maar draagt ook de lasten voor haar eigen huurwoning van € 1.350,00 (exclusief gas, water en licht) per maand. Zij kan de dubbele lasten niet langer dragen. De man dient haar dan ook een voorlopige gebruiksvergoeding van € 1.350,00 per maand te betalen.
3.4.
De man voert verweer. Hij voert aan dat ook hij voor een voortvarende afwikkeling van de verkoop van de woning is. Hij wil echter niet in de situatie geraken waarbij partijen het niet eens worden over de financiële afwikkeling van de relatie, met als gevolg dat de overwaarde van de woning jarenlang in depot bij de notaris blijft staan. De belastingteruggave en BTC-tegoeden zijn gescheiden bestanddelen waar de man gewoon aanspraak op heeft. De man heeft de hypotheekfinanciering destijds afgesloten tegen een zeer gunstige hypotheekrente van 1,67%, die hij alleen kan meenemen als hij binnen zes maanden een nieuwe woning aankoopt. Hij heeft er daarom belang bij om voorafgaand aan de verkoop tot overeenstemming te komen en vorderingen over en weer te verrekenen. Daarbij moet de man vervangende woonruimte vinden voor hemzelf, zijn drie kinderen en de twee honden van de vrouw die thans bij hem verblijven. Een langere uitlooptijd dan de verzochte 7 dagen na vonnis is daarom redelijk.
3.5.
Met betrekking tot de door de vrouw gevorderde gebruiksvergoeding voert de man aan dat, ondanks dat partijen ieder voor de helft eigenaar zijn van de woning en de vrouw hoofdelijk aansprakelijk is voor de hypothecaire geldlening en de overige aan de woning verbonden lasten, partijen destijds zijn overeengekomen de maandelijkse woonlasten in de verhouding 60% door de man (€ 2.500,00) en 40% door de vrouw (€ 1.500,00) te dragen. Daarnaast betaalt de man voor de dagelijkse verzorging van de twee honden van de vrouw, begroot op zo’n € 420,00 per maand. De man betaalt feitelijk dus maandelijks al € 1.000,00 als het ware een gebruiksvergoeding (20% à € 580,00 plus € 420,00).
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt onder de beoordeling, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.Het geschil in reconventie

4.1.
Op zijn beurt vordert de man:
de vrouw te veroordelen tot betaling van een geldsom aan de man van € 4.212,50 (terzake de helft belastingteruggave 2024) en 0,112645 BTC plus pro memorie tot aan datum betaling, terzake het 50% aandeel van de man in de gezamenlijke digitale currency BTC;
alsmede de vrouw te veroordelen tot het doen blijven betalen van haar maandelijkse aandeel in de maandelijkse hypotheekaflossing en de betaling van de vaste lasten terzake de woning in [woonplaats 2] , een en ander bedragende € 1.500,00 per maand;
alsmede de vrouw te veroordelen om binnen 7 dagen na vonnis de haar in eigendom toebehorende twee honden [hond 1] en [hond 2] af te halen bij de man;
en voor het geval de vrouw niet haar medewerking verleent aan deze maandelijkse bijdrage en het terughalen van de honden, haar hiertoe te veroordelen onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat zij in gebreke blijft hieraan te voldoen, tot een maximum van € 30.000,00 is bereikt;
kosten rechtens.
4.2.
De standpunten van partijen komen overeen met hetgeen zij in conventie naar voren hebben gebracht.

5.De beoordeling in conventie en reconventie

5.1.
De vorderingen in conventie en reconventie komen, gelet op hun samenhang, in aanmerking voor een gezamenlijke behandeling.
5.2.
Anders dan de man meent, heeft de vrouw wel een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Zij zit tegen haar wens in een onverdeelde gemeenschap, is hoofdelijk aansprakelijk voor een lening die haar niet meer aangaat en heeft dubbele woonlasten. Het voortduren van deze situatie kan niet langer van de vrouw worden verlangd. De woning zal moeten worden verkocht. De man wil ook tot verkoop overgaan, maar wil dat eerst op andere punten overeenstemming wordt bereikt. Dat kan echter niet aan de opdracht tot verkoop van de woning in de weg staan. De eerste vordering van de vrouw om de man te veroordelen mee te werken aan de verkoop van de woning zal derhalve worden toegewezen volgens het in de dagvaarding opgenomen stappenplan. Voordat de woning werkelijk verkocht en geleverd wordt, kunnen partijen afspraken maken over hun te verrekenen vorderingen. Bij verkoop van de woning zal aan beide partijen hun aandeel van de overwaarde toekomen, na aftrek van kosten en desgewenst met verrekening van mogelijke vorderingen van partijen. Voor zover de makelaar heeft gezegd dat enig herstel- of schilderwerk nuttig zou zijn om uit te voeren, was dat slechts een suggestie van wenselijkheid en niet een dringend advies en is er reeds voldoende tijd geweest om die werkzaamheden desgewenst uit te voeren.
5.3.
De vrouw vordert verder dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaringen van de man, indien hij zijn medewerking niet verleent ten aanzien van de opstelling en ondertekening van de bemiddelingsopdracht aan de makelaar, de koopovereenkomst en de notariële leveringsakte. Deze vordering wordt ten aanzien van de bemiddelingsopdracht aan de makelaar toegewezen. De vorderingen met betrekking tot de opstelling en ondertekening van de koopovereenkomst en de notariële leveringsakte zijn vooralsnog onvoldoende concreet. Daar komt bij dat de daadwerkelijke verkoop en levering afhankelijk zullen zijn van meer factoren, die de man niet allemaal in de hand heeft. De bedoeling is wel uitdrukkelijk dat de man geen (verdere) vertraging veroorzaakt in het proces en dat beide partijen eraan meewerken dat zo snel mogelijk afspraken over de overige verdeling worden gemaakt. Een dwangsom wordt vooralsnog niet nodig geacht, nu de man ook een belang heeft bij verkoop van de woning (en daarbij een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen).
5.4.
De man heeft al sinds maart 2025 het exclusieve gebruik van de gezamenlijke woning. Het is daarom redelijk dat hij aan de vrouw een voorlopige gebruiksvergoeding van
€ 1.350,00 per maand gaat betalen, vanaf 1 januari 2026 zolang hij het exclusieve gebruik van de woning heeft. De stelling van de man dat hij met de kosten die hij maakt voor de verzorging van de honden feitelijk al gebruiksvergoeding betaalt, wordt niet gevolgd. Daarbij betwist de vrouw dat die kosten € 420,00 per maand bedragen en de man heeft deze kosten niet onderbouwd. Voor de hand ligt dat de vrouw bijdraagt in de verzorgingskosten voor de honden zolang de man deze verzorgt, maar dat heeft met de gebruiksvergoeding niets te maken en er is geen vordering ingediend met betrekking tot de verzorgingskosten van de honden. De toewijzing van de voorlopige gebruiksvergoeding aan de vrouw is gebaseerd op haar dubbele woonlasten en het gebruik van de woning door de man. Sinds november 2025 is zij echter gestopt met het betalen van haar aandeel in de vaste lasten van de gezamenlijke woning, terwijl zij nog steeds hoofdelijk aansprakelijk is voor de hypothecaire geldlening en overige aan de woning verbonden kosten. Het bedrag van € 1.350,00 per maand dat aan de vrouw toekomt, kan verrekend worden met een overeenkomend gedeelte van het aandeel van € 1.500,00 van de vrouw in de woonlasten. De door de man gevorderde dwangsom zal niet worden toegewezen, omdat aan het betalen van geld geen dwangsom kan worden verbonden.
5.5.
Het is tussen partijen niet in geschil dat de door de vrouw ontvangen belastingteruggave over 2024 aan elk voor de helft toekomt. De vordering van de man om in dit kort geding betaling van die helft door de vrouw te verlangen zal echter worden afgewezen. De vrouw beschikt op dit moment niet over voldoende liquide middelen en de man heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat verrekening bij levering van de woning niet kan worden afgewacht. De man zal zijn deel van de belastingteruggave als vordering kunnen opnemen bij de verrekening van de overwaarde.
5.6.
Wat betreft de BTC-tegoeden zal de vordering van de man worden toegewezen, in die zin dat de vrouw wordt veroordeeld tot het overdragen van het 50% aandeel van de man in de gezamenlijke BTC-currency. Er is geen reden om het aandeel van de man in de BTC-tegoeden niet direct over te dragen.
5.7.
De man vordert verder dat de vrouw haar twee honden ophaalt bij de man. Omdat de vrouw stelt dat zij niet in staat is de honden op te vangen in haar huurwoning (waar zij volgens de huurovereenkomst geen honden mag houden), is deze vordering niet toewijsbaar. Het is wenselijk dat de vrouw de zorg voor de honden overneemt zodra dat kan, dat is ook de wens van beide partijen, maar zij kan daartoe nu niet worden veroordeeld aangezien zij niet in staat is om na te komen.
5.8.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten, zowel in conventie als in reconventie, tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Er is geen aanleiding om af te wijken van deze regel.

6.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
6.1.
veroordeelt de man om na betekening van dit vonnis zijn volledige medewerking te verlenen aan de verkoop van het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de eengezinswoning verdeeld over drie bouwlagen met inpandige garagebox, gelegen aan de [adres] , kadastraal bekend [gemeente] , [sectieletters] , [complexaanduidings-nummer] , [appartementsindex-nummer] , waaronder in ieder geval begrepen:
- het gezamenlijk verstrekken van een bemiddelingsopdracht voor de verkoop van de woning aan de heer [naam 1] van Vlieg Makelaars of een andere makelaar van dat kantoor binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis;
- het tijdig en onbelemmerd toegang verlenen aan de fotograaf voor het maken van de foto's;
- het tijdig en onbelemmerd toestaan van bezichtigingen door potentiële kopers;
- het meewerken aan de verkoop tegen een marktconforme prijs, zoals geadviseerd door de makelaar;
- het opvolgen van verkoopadviezen van de makelaar, alsmede het laten vaststellen van de vraag- en laatprijs door de makelaar;
- het opstellen en tekenen van de tot stand te brengen koopovereenkomst;
- het tekenen en passeren van de akte van levering,
6.2.
bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring van de man, indien hij niet binnen de hiervoor gevorderde termijn van 7 dagen na betekening van dit vonnis voldoet aan de verplichtingen onder 6.1, ten aanzien van de opstelling en ondertekening van de bemiddelingsopdracht aan de heer [naam 1] van Vlieg Makelaars, of een andere makelaar van zijn kantoor,
6.3.
veroordeelt de man tot betaling van een voorlopige gebruiksvergoeding aan de vrouw van € 1.350,00 per maand vanaf 1 januari 2026, bij vooruitbetaling te voldoen,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
6.7.
veroordeelt de vrouw tot het overdragen van het 50% aandeel van de man in de gezamenlijke BTC-tegoeden,
6.8.
veroordeelt de vrouw tot het blijven betalen van haar maandelijkse aandeel in de hypotheekaflossing en de overige vaste lasten met betrekking tot de woning, bedragende € 1.500,00 per maand,
6.9.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.10.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
6.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.P.M. Vos, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.Type: EV