De Vereniging van Eigenaren (VvE) vorderde primair een verbod op de exploitatie van een mozzarellafabriek in een bedrijfsruimte vanwege geur- en geluidsoverlast. Na een tussenvonnis en een eisvermindering trok de VvE deze primaire en subsidiaire vorderingen in, waardoor een aangekondigde deskundigenrapportage niet meer nodig was.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen met betrekking tot schade aan de gemeenschappelijke achtergevel, veroorzaakt door dampen uit de kaasproductie die een witte waas achterlaten, toewijsbaar zijn. De gedaagden werden verboden verdere schade of vervuiling te veroorzaken, en veroordeeld tot het treffen van maatregelen en het professioneel reinigen van de gevel binnen veertien dagen.
Daarnaast werd een dwangsom opgelegd voor het niet naleven van deze veroordelingen, met een oplopend bedrag per dag. De rechtbank wees overige vorderingen af en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.