Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5277

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
AMS 26/2366 (vovo) en 26/2367 (beroep)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbArt. 8:86 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit afwijzing gesloten buitenwagen wegens motiveringsgebrek en nieuw onderzoek

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen vanwege huidkanker en diverse ernstige gezondheidsproblemen die haar mobiliteit beperken. De gemeente Amsterdam wees de aanvraag af op basis van een advies van Argonaut Advies, dat geen medische noodzaak voor een gesloten buitenwagen zag en een scootmobiel toekende.

Eiseres stelde beroep in tegen deze afwijzing en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd omdat het advies van Argonaut geen rekening hield met de huidkanker en de complexiteit van de medische situatie van eiseres. Hierdoor was het besluit niet zorgvuldig tot stand gekomen.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de gemeente binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, waarbij een nieuw onderzoek naar de medische noodzaak moet worden verricht. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang. Verweerder moet het griffierecht aan eiseres vergoeden.

Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de gesloten buitenwagen wordt vernietigd en de gemeente moet een nieuw besluit nemen na nader onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummers: AMS 26/2366 (vovo) en 26/2367 (beroep)
uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 mei 2026 op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[eiseres] , uit [woonplaats], eiseres

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. H. Kras en [gemachtigde]).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een gesloten buitenwagen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij heeft daarom beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. Zij voert een aantal gronden aan. Aan de hand van deze gronden beoordeelt de voorzieningenrechter de afwijzing van de aanvraag.
1.2.
De voorzieningenrechter komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder het bestreden besluit onvoldoende heeft gemotiveerd. Eiseres krijgt dus (in het beroep) gelijk. Dit betekent echter (nog) niet dat zij nu een gesloten buitenwagen krijgt. Verweerder moet namelijk een nieuw besluit nemen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 18 maart 2026 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 april 2026 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek en het beroep op 21 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van verweerder.
2.3.
Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek door de rechtbank niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van eiseres. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3.1.
Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een gesloten buitenwagen vanwege haar huidkanker en een reeks andere ernstige gezondheidsproblemen (waaronder gecomprimeerde L1 en L2 wervels, osteoporose, luchtweginfectie, knieblessure, zenuwschade en maag- en darmproblemen) die hebben geleid tot blijvende fysieke beperkingen.
3.2.
Naar aanleiding van de aanvraag heeft Argonaut Advies, het indicatieadviesbureau van de gemeente, onderzoek verricht. Eiseres is op het spreekuur geweest bij Argonaut en er zijn medische stukken gezien. Er was door het consistente en congruente verhaal van eiseres voor de adviseur geen aanleiding om nader overleg te plegen met een arts van Argonaut of om nadere informatie op te vragen. Argonaut heeft vervolgens geconcludeerd dat eiseres een vervoersprobleem heeft. Zij kan geen 500 meter op aanvaardbare wijze belopen en kan geen tweewieler gebruiken. Omdat er geen aanleiding is gevonden om te denken aan een medische noodzaak voor gesloten vervoer geldt er een negatief indicatieadvies voor het verstrekken van een gesloten buitenwagen. De goedkoopst adequate wijze van compenseren is het verstrekken van een scootmobiel model buitengebruik. Dit model wordt geselecteerd vanwege een kwetsbare wervelkolom bij schokbelasting. De klachten zijn stabiel. Dat wil zeggen: de komende zes jaar worden geen veranderingen in de mobiliteit verwacht waardoor de cliënt geen gebruik meer van de voorziening hoeft te maken of niet meer kan maken.
3.3.
Verweerder heeft op 18 maart 2026 de aanvraag voor een gesloten buitenwagen afgewezen. Verweerder heeft hierbij verwezen naar het advies van Argonaut. Op diezelfde datum heeft verweerder wel aan eiseres een Pgb [2] toegekend voor een scootmobiel voor buitengebruik (maximaal € 6.913,80) voor de aanschaf.
3.4.
In het bestreden besluit van 14 april 2026 is verweerder hierbij gebleven. Volgens verweerder zijn de aandoeningen en daaruit voortkomende beperkingen van eiseres meegenomen en meegewogen om te beoordelen welke vervoersvoorziening de meest adequate en goedkoopste oplossing is. Geconcludeerd is dat een combinatie scootmobiel voor buitengebruik en AOV voor eiseres het best passend is. Volgens verweerder volgt uit
het adviesrapport van Argonaut van 17 maart 2026 ook dat er geen medische noodzaak bestaat voor een gesloten buitenwagen. De aandoeningen van eiseres zijn weliswaar aanzienlijk, maar gesloten vervoer is niet medisch noodzakelijk. Wel behoudt zij de toewijzing van een scootmobiel voor buitengebruik, in de pgb-vorm. Eiseres kan dit pgb desgewenst ook gebruiken om zelf een (tweedehands) gesloten buitenwagen aan te schaffen, aldus verweerder.
Zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek?
4.1.
Eiseres heeft als beroepsgrond aangevoerd dat haar medische situatie door verweerder niet op juiste waarde is geschat. Er is niet erkend dat zij huidkanker heeft waardoor zij geen gebruik kan maken van een scootmobiel. Ook vanwege de diverticulose en de L1 en L2 osteoporose-facturen is een scootmobiel medisch onverantwoord. Uit alles wat eiseres naar voren heeft gebracht blijkt volgens haar dat een gesloten buitenwagen voor haar noodzakelijk is om te participeren in de samenleving en om haar bedrijf voort te zetten.
5.2.
Het bestreden besluit is gebaseerd op het advies van Argonaut. Volgens vaste rechtspraak mag het college een besluit baseren op een advies van een medisch adviseur, op voorwaarde dat het advies op een onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze is opgesteld. [3] Indien het bestuursorgaan het advies aan zijn besluitvorming ten grondslag legt, moet het bestuursorgaan zich er tevens van vergewissen dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, dat de inhoud inzichtelijk is en dat de conclusies logisch aansluiten op de bevindingen. [4] Als aan deze eisen is voldaan, mag het bestuursorgaan in beginsel van dit advies uitgaan. Verweerder vindt dat aan die eisen is voldaan en dat hij zijn besluit op dit advies heeft mogen baseren.
5.3.
De voorzieningenrechter ziet dit anders. Door het bestreden besluit te baseren op het advies van Argonaut, berust het bestreden besluit niet op zorgvuldig onderzoek naar de feiten en heeft verweerder dit besluit onvoldoende gemotiveerd. In het advies wordt namelijk niet gesproken over de huidkanker van eiseres en welke gevolgen dit eventueel op haar vervoersmogelijkheden heeft. Eiseres heeft in haar aanvraag wel expliciet gewezen op haar huidkanker en het feit dat zij maar een paar minuten per keer in de zon mag zijn.
Daarnaast is hier ook sprake van een samenstel van een aanzienlijk aantal medische aandoeningen waardoor eiseres mobiliteitsproblemen ondervindt. Dat het om zo’n complex samenstel van medische aandoeningen gaat, wordt noch in het advies, noch in het besluit duidelijk vermeld. Daarmee is het advies van Argonaut dat er geen medische noodzaak bestaat voor een gesloten buitenwagen niet zonder meer te volgen en had verweerder het besluit daarop niet zonder meer mogen baseren. Uit de aanvullende stukken die eiseres heeft overgelegd volgt in ieder geval dat zij voor huidkanker onder behandeling is in het [ziekenhuis] ziekenhuis. In zoverre slaagt het beroep.
Omdat het beroep hierom slaagt ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om de andere beroepsgronden te bespreken.

Conclusie en gevolgen

6.1.
Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. Dit betekent dat het bestreden besluit geen stand kan houden. De voorzieningenrechter vernietigt daarom het bestreden besluit. De voorzieningenrechter ziet geen reden om zelf een beslissing over het toekennen van een gesloten buitenwagen te nemen, omdat het aan verweerder is om nader onderzoek te laten verrichten. Verweerder heeft dit ook al meermaals aangeboden aan eiseres, maar zij wil door haar eerdere ervaring niet nogmaals door Argonaut onderzocht worden. De voorzieningenrechter ziet in wat eiseres heeft aangevoerd echter geen grond om een andere deskundige aan te wijzen. Verweerder kan het onderzoek dus laten verrichten door Argonaut.
6.2.
De voorzieningenrechter bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat verweerder daarom een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De voorzieningenrechter geeft verweerder hiervoor zes weken. Nu er meteen op het beroep is beslist, zal het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen. De voorzieningenrechter ziet bij gebrek aan spoedeisend belang daarnaast geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening zoals bedoeld in artikel 8:72, vijfde lid van de Awb. Hoewel eiseres heeft aangevoerd dat sprake is van een acute noodsituatie is niet gebleken dat eiseres niet op een nieuw besluit van verweerder kan wachten. Bovendien heeft zij wel een pgb voor een scootmobiel toegekend gekregen van welk bedrag zij nu reeds een tweedehands gesloten buitenwagen zou kunnen aanschaffen.
6.3.
Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op binnen 6 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 108,- (2x 54,)- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Tanis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Voetnoten

1.Artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Persoonsgebonden budget.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1550 en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 februari 2019 ECLI:NL:CRVB:2019:466.
4.Zie in dit kader de uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3358, r.o. 7.2.