Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5337

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
12117916 CV EXPL 26-2819
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering op zakelijke borgstellingsovereenkomst met proceskostenveroordeling

Qredits vordert betaling van een bedrag van €18.087,03 van [gedaagde] op grond van een borgstellingsovereenkomst die in november 2021 is gesloten. De borgstelling betreft een zakelijke borgtocht als directeur-grootaandeelhouder van [bedrijf] B.V. voor een krediet van €25.000,00 aan het bedrijf.

De kantonrechter stelt vast dat het hier een zakelijke borgtocht betreft, waardoor ambtshalve toetsing aan consumentenrecht niet aan de orde is. De vordering van Qredits is voldoende onderbouwd en wordt door [gedaagde] erkend. De gevorderde hoofdsom, contractuele rente tot 9 februari 2026 en de rente vanaf die datum tot volledige betaling worden toegewezen.

Daarnaast wordt een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten toegekend op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten, zij het lager dan gevorderd. [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten, waaronder griffierecht, salaris gemachtigde en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De vordering van Qredits op grond van de zakelijke borgstelling wordt toegewezen inclusief hoofdsom, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12117916 \ CV EXPL 26-2819
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 29 mei 2026
in de zaak van
STICHTING QREDITS MICROFINANCIERING NEDERLAND,
gevestigd te Almelo,
eisende partij,
hierna te noemen: Qredits,
gemachtigde: TeRecht Deurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. S.A.M. Groot, kantonrechter, bijgestaan door mr. L. Schwalb als griffier.
Aanwezig zijn:
- mevrouw [naam 1] , medewerker bijzonder beheer bij Qredits,
- de heer [naam 2] , gerechtsdeurwaarder en gemachtigde van Qredits,
- de heer [gedaagde] ,
- mevrouw [naam 3] , moeder van [gedaagde] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
Qredits heeft samengevat gevorderd dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van in totaal € 18.087,03. Dit bedrag bestaat uit € 16.351,67 aan hoofdsom, de contractuele rente van 8,75% per jaar die tot 9 februari 2026 € 599,75 bedraagt en de contractuele rente van 8,75% per jaar vanaf 9 februari 2026.
1.2.
De vordering vloeit voort uit de borgstellingsovereenkomst die [gedaagde] in november 2021 heeft gesloten met Qredits. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard dat hij deze borgstellingsovereenkomst als directeur groot aandeelhouder (DGA) van [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) heeft gesloten in het kader van de kredietverstrekking van € 25.000,00 aan [bedrijf] . [gedaagde] heeft verder verklaard dat de kredietverstrekking heeft plaatsgevonden in het kader van de normale bedrijfsvoering.
1.3.
De kantonrechter stelt daarom vast dat dit een zakelijke borgtocht is geweest, [gedaagde] handelde immers als professionele partij. Dit betekent dat ambtshalve toetsing van het consumentenrecht niet aan de orde is.
1.4.
Qredits heeft haar vordering met voldoende stukken onderbouwd en [gedaagde] erkent dat hij de vordering aan Qredits verschuldigd is. De kantonrechter zal daarom de gevorderde hoofdsom van € 16.351,67 en de contractuele rente van € 599,75 toewijzen. Ook wordt de contractuele rente van 8,75% per jaar vanaf 9 februari 2026 tot de dag van volledige betaling toegewezen.
1.5.
Qredits vordert verder vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Qredits heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Qredits heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Omdat Qredits een hoger bedrag heeft gevorderd dan waar zij conform het Besluit recht op heeft, zal een bedrag van € 938,52 worden toegewezen.
1.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Qredits worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
153,77
- griffierecht
1.504,00
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.665,77
1.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

2.De beslissing

De kantonrechter
2.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Qredits te betalen een bedrag van € 16.351,67, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 8,75% per jaar over het toegewezen bedrag, met ingang van 9 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,
2.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Qredits te betalen een bedrag van € 599,75 aan contractuele rente,
2.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Qredits te betalen een bedrag van € 938,52 aan buitengerechtelijke kosten,
2.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.665,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.5.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten vanaf de 15e dag na de datum van betekening van het vonnis tot de dag van volledige betaling,
2.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. S.A.M. Groot en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.