Uitspraak
- [naam], namens de statutair bestuurder HB-Invest B.V. van Harbour.
Rechtbank Amsterdam
In deze kortgedingprocedure vordert [eiser] de ontruiming van een bedrijfsruimte die zij verhuurt aan Harbour Amsterdam B.V. wegens een aanzienlijke betalingsachterstand in huurpenningen en bijkomende bijdragen. De huurachterstand bedraagt €266.339,92 en de achterstallige bijdragen €31.576,00. Harbour erkent deze betalingsachterstanden niet te betwisten, maar heeft kort voor de zitting een verzoek tot surséance van betaling ingediend.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang aanwezig is en dat de vordering van [eiser] in een bodemprocedure kans van slagen heeft. De financiële problemen van Harbour doen hieraan niet af. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van twee weken voor ontruiming. Daarnaast wordt Harbour veroordeeld tot betaling van de achterstallige huurpenningen, bijdragen, boeterente en proceskosten.
Een aanvullende dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan belang en onderbouwing. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen indien niet tijdig betaald. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en de vorderingen die verder gaan dan de genoemde worden afgewezen.
Uitkomst: Harbour Amsterdam B.V. wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen en betaling van achterstallige huur, bijdragen, boeterente en proceskosten.