Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5433

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11966182 \ CV EXPL 25-15921
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWRichtlijn 93/13/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling drinkwaterfacturen en ambtshalve toetsing consumentenrecht

Waternet, het exclusieve drinkwaterbedrijf in Amsterdam, vordert betaling van €1.226,43 aan onbetaalde voorschotfacturen en jaarafrekeningen van een consument. De gedaagde erkent de schuld en de hoogte van de vordering tijdens de mondelinge behandeling.

De kantonrechter onderzoekt ambtshalve of de bedingen in de overeenkomst oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EG. Het prijsbeding wordt niet als oneerlijk beoordeeld vanwege de kostendekkende, transparante en niet-discriminerende tarieven volgens de Drinkwaterwet. Ook het rentebeding is rechtmatig.

De vordering wordt toegewezen met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €819,40, inclusief nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €1.226,43 met rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11966182 \ CV EXPL 25-15921
Vonnis van 21 mei 2026
in de zaak van
de stichting
STICHTING WATERNET,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Waternet,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 24 oktober 2025,
- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord op de rolzitting van 27 november 2025,
- het tussenvonnis van 11 december 2025 waarin een mondelinge behandeling is bevolen, waarna daarvoor een dag is bepaald,
- de akte uitlating met zes producties van 9 april 2026 van Waternet.
1.2.
Op 13 april 2026 is de mondelinge behandeling gehouden. Voor Waternet is [naam 1] namens de gemachtigde verschenen. [gedaagde] is verschenen samen met haar dochter en [naam 2] , maatschappelijk dienstverlener. Bij aanvang van de zitting bleek dat de door Waternet ingediende akte uitlating met producties niet door [gedaagde] was ontvangen. Daarop is de mondelinge behandeling kort geschorst, zodat zij deze stukken met de maatschappelijk dienstverlener en haar dochter kon doornemen. Na hervatting van de zitting hebben partijen vragen van de kantonrechter beantwoord en hun stellingen nader toegelicht. Waternet heeft daarbij een aanvullende factuur overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Daarna is een datum voor vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Waternet is een drinkwaterbedrijf dat exclusief belast is met de levering van drinkwater in Amsterdam .
2.2.
Voor het leveren van drinkwater heeft Waternet aan [gedaagde] voorschotfacturen en jaarafrekeningen gestuurd, die door haar deels onbetaald zijn gelaten.

3.Het geschil

3.1.
Waternet vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.226,43, vermeerderd met rente daarover vanaf de datum van dagvaarding en proceskosten.
3.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Ambtshalve toetsing
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat tussen hen een overeenkomst bestaat op grond waarvan Waternet, tegen betaling door [gedaagde] aan Waternet, aan [gedaagde] drinkwater moet leveren. Omdat gedaagde partij een consument is moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de bedingen in deze overeenkomst waarop eisende partij zich beroept of zich zou kunnen beroepen, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
4.2.
De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een bepaling die ziet op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst. Voor zover het prijsbeding niet duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd en het zou moeten worden getoetst, kan dat niet leiden tot het oordeel dat het prijsbeding oneerlijk is, omdat de consument geen keuze heeft in waterleveranciers en de tarieven op grond van de Drinkwaterwet kostendekkend, transparant en niet-discriminerend zijn.
4.3.
Het rentebeding (artikel 15 lid 6 van Pro de algemene voorwaarden) dat op de vordering betrekking heeft, althans kan hebben, verwijst naar de wet en is door de kantonrechter getoetst en ook niet oneerlijk bevonden.
De vordering is toewijsbaar
4.4.
[gedaagde] heeft ter zitting de verschuldigdheid en de hoogte van de vordering erkend, zodat deze als onweersproken zal worden toegewezen. Dat geldt ook voor de daarover gevorderde wettelijke rente.
4.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Waternet worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
819,40

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Waternet te betalen een bedrag van € 1.226,43, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek over het toegewezen bedrag, met ingang van 24 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 819,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiltjer en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026.
57170