Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5459

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
11978707 CV EXPL 25-16343
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde facturen voor buitenreclames ondanks discussie over overlegverplichtingen

Ocean Outdoor en BenchmarkMedia sloten een overeenkomst voor het plaatsen van 46 buitenreclames in 2024 voor een klant van BenchmarkMedia. Hoewel een deel van de plaatsingen in januari 2025 werd uitgevoerd, bleef BenchmarkMedia betaling van drie facturen weigeren, stellende dat Ocean Outdoor niet had voldaan aan de afspraak om vooraf overleg te plegen over de uitingen.

De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk overleg had plaatsgevonden over de eerste factuur en dat de overeenkomst geen verplichting tot voorafgaand overleg bevatte voor latere plaatsingen. Ook al was er geen overleg over de latere facturen, dit maakte de plaatsingen en facturering niet onrechtmatig.

BenchmarkMedia had bovendien de overeenkomst niet ontbonden, waardoor de betalingsverplichting bleef bestaan. De rechtbank veroordeelde BenchmarkMedia tot betaling van de hoofdsom, wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: BenchmarkMedia wordt veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten aan Ocean Outdoor.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11978707 \ CV EXPL 25-16343
Vonnis van 5 juni 2026
in de zaak van
OCEAN OUTDOOR NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Ocean Outdoor,
gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.,
tegen
BENCHMARKMEDIA B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: BenchmarkMedia,
gemachtigde: mr. L.M. Graal.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 november 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 5 maart 2026 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte aanvullende producties van de zijde van Ocean Outdoor,
- de mondelinge behandeling van 6 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Ocean Outdoor is een onderneming die zich onder andere richt op het aanbieden van buitenreclamelocaties.
2.2.
BenchmarkMedia is een reclamebureau dat voor haar opdrachtgevers advertentieruimte inkoopt.
2.3.
Tussen partijen bestaat een overeenkomst waarin is afgesproken dat Ocean Outdoor in opdracht van BenchmarkMedia 46 buitenreclames voor een klant van BenchmarkMedia (Dosign) zou verzorgen in de periode van 7 januari 2024 tot en met 21 december 2024. In de overeenkomst staat onder andere het volgende:
“(…)
Afspraken:
• Totaal: 46 plaatsingen x € 1.612,50 = € 74.175,- ex BTW
(…)
• Zie onderstaand schema plaatsingsschema (is een voorbeeld, indeling kan in onderling overleg ook anders
• Week 2 2024 t/m Week 51 2023
(…)
• Locaties worden door Ocean bepaalt en mag landelijk zijn
(…)”
2.4.
Op diverse momenten heeft Ocean Outdoor aan BenchmarkMedia laten weten waar zij buitenreclames voor de klant van BenchmarkMedia heeft geplaatst, bijvoorbeeld op 6 mei 2024 (“
Dosign hangt nog deze week op [locatie 1] en [locatie 2]”) en 7 oktober 2024 (“
Tot dit weekend te zien langs de [locatie 3] en [locatie 4] , zie onderstaand staatje. Waar ze in week 42 & 43 uithangen weet ik vrijdag”).
2.5.
Op 18 november 2024 heeft de heer [naam 1] , [naam functie 1] van BenchmarkMedia (hierna: [naam 1] ) contact met de afdeling debiteurenadministratie van Ocean Outdoor over openstaande facturen. Hij geeft in een e-mail aan dat “
wij[BenchmarkMedia, toevoeging ktr]
het niet een probleem vinden om wat gas terug te nemen, bijvoorbeeld door een paar keer op één locatie te hangen ipv van op twee, of een keer een periode overslaan.”
2.6.
Op 18 november 2024 heeft [naam 1] vervolgens contact met de heer [naam 2] , [naam functie 2] bij Ocean Outdoor (hierna: [naam 2] ). In de e-mail van 18 november 2024 van [naam 2] aan [naam 1] staat het volgende:
“(…)
De huidige 2024 Dosign deal bestaat uit 46 plaatsingen.
We hebben voor de blokken week 48 & 49, 50 & 51 en 52 & 1 nog 4,5 plaatsing (0, 1, 1,5 of 2 plaatsingen per blok) te gaan.
Als je voor deze weken liever een pauze in wil lassen verneem ik graag in welke bandbreedte we de laatste 4,5 plaatsing kunnen gaan uitvoeren.
Als ik niets verneem ben ik voornemens op 2 plaatsingen te doen in week 48 & 49.
(…)”
2.7.
[naam 1] en [naam 2] hebben na de in 2.6 genoemde e-mail telefonisch contact gehad. [naam 2] heeft daarna een e-mail gestuurd waarin het volgende staat:
“(…)
Zoals telefonisch besproken:
Week 48 & 49: 1 plaatsing
Week 50 & 51: 1 plaatsing
Week 52 & 1: 1 plaatsing
1,5 plaatsing overhevelen naar 2025, bv week 2 & 3, moeten we nog nader afspreken
Voor 2025 zullen we een nieuw voorstel uit gaan brengen
Zie Excel
Graag je akkoord op bovenstaande.
(…)
(…)”
2.8.
[naam 1] heeft op 18 november 2024 op de e-mail van [naam 2] als volgt gereageerd:
“(…)
Dit is een goede samenvatting van hetgeen wij zojuist telefonisch overeenkwamen.
(…)”
2.9.
Op 20 december 2024 heeft [naam 1] een e-mail gestuurd naar [naam 2] waarin het volgende in de onderwerpregel van de e-mail staat:
“goedemorgen [naam 2] , gaarne de indeling voor vanaf dit weekend voor Dosign. dank en groet, [naam 1] ”
2.10.
Op 20 december 2024 heeft [naam 2] als volgt op de vraag van [naam 1] gereageerd:
“(…)
Doek gaat dit weekend naar [locatie 1] .
(…)”
2.11.
Ocean Outdoor heeft in januari 2025 reclame-uitingen van de klant van BenchmarkMedia (Dosign) op snelwegmasten geplaatst. Hiervoor heeft Ocean Outdoor drie facturen gestuurd, die onbetaald zijn gebleven:
Factuurnummer
Factuurdatum
Vervaldatum
Bedrag
Revenue start + end
[factuurnummer 1]
23 december 2024
6 januari 2025
€ 1.951,13
22 december 2024 – 4 januari 2025
[factuurnummer 2]
7 januari 2025
21 januari 2025
€ 1.463,34
5 januari 2025 – 18 januari 2025
[factuurnummer 3]
27 januari 2025
10 februari 2025
€ 1.463,35
19 januari 2025 – 1 februari 2025
2.12.
Partijen hebben contact gehad over de openstaande facturen. [naam 1] heeft hier op 22 mei 2025 een e-mail over gestuurd naar Ocean Outdoor. Hierin staat onder andere het volgende:
“(…)
Één van uw bijlagen betreft afspraken 2024, met als laatste interval de weken 50 en 51. Deze afspraken zijn o.a. op maandag 18 november herzien. Daaruit zou nog opgemaakt kunnen worden dat er overeenstemming is over week 1 van 2025. Over de rest moeten we nog nader afspreken’, zo schrijft de heer [naam 2] in november’24. En precies daartoe heeft [naam 2] geen enkel initiatief genomen, ergo hij heeft besloten uitingen in een nieuw kalenderjaar op te hangen zonder overleg: zonder overleg over de weken/periode maar ook overleg over ‘welke uitingen’.
(…)
Dit alles is onacceptabel en onprofessioneel en bovendien schadelijk. Te meer omdat [naam 2] weet dat wij niet voor onszelf ‘handelen’ maar voor/namens een adverteerder.
(…)”
2.13.
Ocean Outdoor heeft door haar gemachtigde sommaties en aanmaningen laten versturen naar BenchmarkMedia, die niet tot betaling hebben geleid.

3.Het geschil

3.1.
Ocean Outdoor vordert - samengevat – dat de kantonrechter BenchmarkMedia bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van
i. € 5.846,83, bestaande uit
a. € 4.877,82 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vanaf de dagvaarding van 12 november 2025,
b. € 237,34 aan wettelijke handelsrente tot en met 5 november 2025,
c. € 731,67 aan buitengerechtelijke incassokosten,
de proceskosten.
3.2.
BenchmarkMedia voert verweer. BenchmarkMedia concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Ocean Outdoor, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Ocean Outdoor in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De facturen moeten betaald worden
4.1.
Ocean Outdoor heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij een overeenkomst heeft met BenchmarkMedia uit hoofde waarvan zij haar betalingsverplichtingen moet nakomen. BenchmarkMedia heeft zich verplicht tot afname van 46 reclame-uitingen in het jaar 2024, en hoewel een aantal uitingen in onderling overleg zijn verplaatst naar januari 2025, dient BenchmarkMedia wel voor die uitingen in 2025 te betalen.
4.2.
BenchmarkMedia heeft hiertegen aangevoerd dat hij de openstaande facturen (zie 2.11) niet hoeft te betalen, omdat Ocean Outdoor zich niet heeft gehouden aan de afspraken met BenchmarkMedia. Zij heeft namelijk niet overlegd met BenchmarkMedia over de uitingen in januari 2025 terwijl dat wel was afgesproken in de e-mail van 18 november 2024 (zie 2.6 en 2.7). Volgens BenchmarkMedia moesten overigens alle uitingen eerst met haar besproken worden voordat Ocean Outdoor iets zou plaatsen.
4.3.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat de factuur met factuurnummer [factuurnummer 1] in ieder geval door BenchmarkMedia betaald moeten worden. Uit de e-mail van 18 november 2024 blijkt dat er overeenstemming was over het feit dat er uitingen verplaatst werden naar januari 2025, maar dat maakt niet dat er een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen. Vervolgens is er contact geweest tussen Ocean Outdoor en BenchmarkMedia op 20 december 2024 (zie 2.9 en 2.10) over uitingen voor de klant van BenchmarkMedia. [naam 1] heeft gevraagd waar advertenties van zijn klant te zien zijn, waarop [naam 2] heeft geantwoord dat het doek naar [locatie 1] gaat. Vervolgens is de factuur met factuurnummer [factuurnummer 1] opgemaakt, waarin staat dat die ziet op [locatie 1] , hetgeen overeenkomt met de reactie van Ocean Outdoor. Uit het voorgaande blijkt dat over deze uitingen wel degelijk overleg heeft plaatsgevonden. Het verweer van BenchmarkMedia dat zij niet hoeft te betalen voor die uiting omdat er geen overleg heeft plaatsgevonden slaagt alleen daarom al niet.
4.4.
De twee overige facturen, die zien op uitingen vanaf 7 januari 2025, moeten ook betaald worden door BenchmarkMedia. Hoewel er over die uitingen niet is gebleken van overleg vooraf, betekent dat niet dat Ocean Outdoor de uitingen niet mocht plaatsen en in rekening mocht brengen. Ocean Outdoor heeft namelijk gemotiveerd gesteld en onderbouwd dat overleg lang niet altijd vooraf plaatsvond maar ook een melding kon zijn nadat er geplaatst was (zie 2.4). Dit staat niet in de overeenkomst
(“Locaties worden door Ocean bepaalt en mag landelijk zijn”, zie 2.3). De e-mail van 18 november 2024 heeft er niet voor gezorgd dat vooraf overleg een vereiste of verplichting is geworden, gelet op de gebruikelijke samenwerking tussen partijen en hetgeen in de overeenkomst is opgenomen.
4.5.
BenchmarkMedia heeft over alle facturen aangevoerd dat er sprake is van een tekortkoming zijdens Ocean Outdoor. Zij baseert dat op de verplichting dat overleg vereist is voor plaatsing van een uiting, maar die verplichting is er niet en daarom is die tekortkoming niet komen vast te staan. Ten overvloede wijst de kantonrechter er nog op dat zelfs als die tekortkoming wel was komen vast te staan, BenchmarkMedia daar geen rechtsgevolg aan heeft verbonden; zij heeft de overeenkomst niet (gedeeltelijk) ontbonden. De betalingsverplichting blijft dan dus bestaan.
4.6.
Gelet op het voorgaande wordt de hoofdsom toegewezen.
Rente
4.7.
Ocean Outdoor heeft wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW gevorderd ter hoogte van € 237,34, berekend tot en met 5 november 2025. BenchmarkMedia heeft hier geen verweer tegen gevoerd. Deze wordt dus toegewezen.
4.8.
Ook de wettelijke handelsrente vanaf de datum van de dagvaarding, te weten 12 november 2025, wordt als onweersproken toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.9.
Ocean Outdoor vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 731,67. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Ocean Outdoor heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Ocean Outdoor heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Zij heeft echter een hoger bedrag gevorderd dan waar zij conform het Besluit recht op heeft. Daarom zal een bedrag van € 612,78 worden toegewezen.
Proceskosten
4.10.
BenchmarkMedia is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Ocean Outdoor worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.529,35

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt BenchmarkMedia om aan Ocean Outdoor te betalen een bedrag van € 4.877,82, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt BenchmarkMedia om aan Ocean Outdoor te betalen een bedrag van € 237,34 aan wettelijke handelsrente in de zin van artikel 6:119a BW tot aan 5 november 2025,
5.3.
veroordeelt BenchmarkMedia om aan Ocean Outdoor te betalen een bedrag van € 612,78 aan buitengerechtelijke incassokosten,
5.4.
veroordeelt BenchmarkMedia in de proceskosten van € 1.529,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als BenchmarkMedia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. de Koning, kantonrechter, bijgestaan door mr. L. Schwalb, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026.