Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5518

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
AMS 25 / 2442
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden eiseres zonder opvolging door erfgenamen

Eiseres heeft op 11 april 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 5 juni 2006. Op 29 september 2025 werd de rechtbank via verweerder geïnformeerd over het overlijden van eiseres in 2025. De rechtbank verzocht vervolgens de erfgenamen om een notariële akte van erfrecht te overleggen, maar hierop werd niet gereageerd. Na het plaatsen van een oproep in de Staatscourant en het uitnodigen van partijen voor de zitting op 21 mei 2026, verscheen niemand namens eiseres. Verweerder meldde zich af.

De rechtbank stelde het beroep aan de orde en deed direct na sluiting van het onderzoek mondeling uitspraak. Omdat eiseres was overleden en geen erfgenamen het beroep voortzetten, was het procesbelang komen te vervallen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.R. Bleijendaal in aanwezigheid van griffier L. Kooring. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van eiseres zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 25/2442
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer op 21 mei 2026 in de zaken tussen
wijlen [eiseres],in leven laatstelijk gewoond hebbende in [woonplaats]
,eiseres
en

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder.

Inleiding

1. Eiseres heeft op 11 april 2025 beroep ingesteld tegen een onbekend gebleven besluit van verweerder van 5 juni 2006.
1.1.
Op 29 september 2025 heeft de rechtbank via verweerder vernomen dat eiseres op [datum 1] 2025 is overleden.
1.2.
De rechtbank heeft met de brief van 21 oktober 2025 de erven van eiseres verzocht om binnen vier weken na die datum een notariële akte van erfrecht over te leggen. Met de aangetekende brief van 29 januari 2026 heeft de rechtbank gewezen op de brief van 21 oktober 2025 en verzocht om binnen twee weken een schriftelijke reactie toe te sturen.
1.3.
Op 19 februari 2026 heeft de rechtbank de brief retour ontvangen met de mededeling ‘niet afgehaald’.
1.4.
De rechtbank heeft vervolgens, in verband met het overlijden van eiseres, in deze zaak een advertentie geplaatst in de Staatscourant van [datum 2] 2026 (nr. [nummer]) waarin eventuele erfgenamen worden opgeroepen zich te melden ter zitting van donderdag 21 mei 2026, om 12.00 uur. Verweerder is per gewone post uitgenodigd voor de zitting.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2026 aan de orde gesteld. Aan de kant van eiseres is niemand verschenen. Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld.
1.6.
Met inachtneming van artikel 8:67 van Pro de Awb [1] heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Motivering

De indiener van het beroep, eiseres, is overleden. Niet kan worden gezegd dat de overledene enig belang heeft bij de voortzetting van het beroep. De rechtbank is niet gebleken van erfgenamen die eiseres als partij in dit beroep zijn opgevolgd en die het beroep zouden willen voortzetten. Omdat het procesbelang aan de beoordeling van het beroep is komen te ontvallen, moet het ingestelde beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2026 door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.
griffier
rechter
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.