Uitspraak
,eiseres
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eiseres heeft op 11 april 2025 beroep ingesteld tegen een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen van 5 juni 2006. Op 29 september 2025 werd de rechtbank via verweerder geïnformeerd over het overlijden van eiseres in 2025. De rechtbank verzocht vervolgens de erfgenamen om een notariële akte van erfrecht te overleggen, maar hierop werd niet gereageerd. Na het plaatsen van een oproep in de Staatscourant en het uitnodigen van partijen voor de zitting op 21 mei 2026, verscheen niemand namens eiseres. Verweerder meldde zich af.
De rechtbank stelde het beroep aan de orde en deed direct na sluiting van het onderzoek mondeling uitspraak. Omdat eiseres was overleden en geen erfgenamen het beroep voortzetten, was het procesbelang komen te vervallen. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.
De uitspraak werd gedaan door rechter C.A.R. Bleijendaal in aanwezigheid van griffier L. Kooring. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het overlijden van eiseres zonder opvolging door erfgenamen.