Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5530

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 april 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
12000798 \ CV EXPL 25-16928
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:136 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119a BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde facturen en verwerping verrekening tussen vervoersbedrijf en plantenleverancier

Bakker Expeditie B.V., een vervoersbedrijf, vordert betaling van tien onbetaalde facturen aan Melimex B.V., een plantenleverancier, voor transportdiensten uitgevoerd tot december 2024. Melimex erkent de facturen niet te hebben betaald, maar stelt zich op het standpunt dat zij twee facturen heeft opgesteld waarmee zij de vordering van Bakker heeft verrekend, onder meer voor niet meegenomen transportmiddelen en schade aan planten.

Bakker betwist deze facturen gemotiveerd en stelt dat de verrekening niet kan worden toegepast omdat Melimex geen tegenvordering heeft ingesteld. De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 6:136 BW Pro de gegrondheid van het beroep op verrekening niet eenvoudig kan worden vastgesteld en dat het beroep op verrekening daarom wordt verworpen.

De rechtbank veroordeelt Melimex tot betaling van het openstaande bedrag van € 9.995,51, vermeerderd met wettelijke handelsrente over het factuurbedrag vanaf 30 januari 2025 tot de deelbetaling op 15 mei 2025 en over het resterende bedrag vanaf die datum tot volledige betaling. Tevens worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen, met rente over de incassokosten en proceskosten conform de wettelijke bepalingen.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitkomst: Melimex wordt veroordeeld tot betaling van € 9.995,51 met rente, incassokosten en proceskosten, en het beroep op verrekening wordt verworpen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12000798 \ CV EXPL 25-16928
Vonnis van 10 april 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BAKKER EXPEDITIE B.V.,
gevestigd te Bovenkarspel,
eisende partij,
gemachtigde: mr. W. van Dijk,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MELIMEX B.V.,
gevestigd te De Kwakel,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna Bakker en Melimex genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 november 2025 met producties 1 tot en met 9,
- het mondelinge antwoord van Melimex,
- de schriftelijke conclusie van antwoord van Melimex met producties 1 tot en met 6,
- het tussenvonnis van 30 januari 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de akte overlegging aanvullende producties van Bakker met producties 6 tot en met 9,
- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt die zich in het procesdossier bevinden.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Melimex koopt planten in bij kwekers en levert deze aan zakelijke klanten. Bakker is een vervoersbedrijf dat transportdiensten uitvoert.
2.2.
Partijen hebben jarenlang samengewerkt. Bakker laadde de transportkarren met planten bij Melimex en loste deze bij klanten van Melimex in (onder meer) Italië. In december 2024 is de samenwerking tot een einde gekomen.
2.3.
Voor de laatste uitgevoerde transporten heeft Bakker aan Melimex op 31 december 2024 tien facturen gezonden voor een totaal bedrag van € 13.000,00. Deze facturen vermelden een betalingstermijn van 30 dagen na factuurdatum. Melimex heeft niet betaald.
2.4.
Partijen hebben vervolgens contact gehad over de onbetaalde facturen. Melimex heeft op 15 mei 2025 een bedrag van € 3.006,49 aan Bakker betaald.
2.5.
Bakker heeft haar vordering uit handen gegeven aan een incassobureau. Melimex is op 16 mei 2025 aangeschreven door het incassobureau tot betaling van € 13.000,00, vermeerderd met rente en kosten. Vervolgens hebben partijen weer contact gehad met elkaar.
2.6.
Melimex heeft geen verdere betalingen aan Bakker (of het incassobureau) gedaan.

3.Het geschil

3.1.
Bakker vordert dat Melimex bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling van € 11.646,95, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 13 november 2025 tot aan de dag van volledige betaling en met de proceskosten.
3.2.
De vordering van Bakker bestaat uit het bedrag van de onbetaalde facturen (de hoofdsom van € 13.000,00), de wettelijke handelsrente tot 25 november 2025 (€ 748,44) en de buitengerechtelijke incassokosten (€ 905,00), verminderd met een bedrag van € 3.006,49 dat op 15 mei 2025 aan Bakker is betaald.
3.3.
Melimex voert verweer en wil dat de vordering van Bakker wordt afgewezen. Melimex beroept zich op verrekening. Het resterende verschil heeft zij aan Bakker betaald, aldus Melimex.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Melimex betwist de vordering van Bakker op basis van de onbetaalde facturen niet. Melimex stelt dat zij op haar beurt twee facturen heeft opgesteld waarmee zij de onbetaalde facturen van Bakker heeft verrekend.
de gestelde transportmiddelen factuur á € 6.266,89 (incl. btw) en de gestelde schadefactuur á € 3.726,72 (incl. btw)
4.2.
De eerste factuur ziet volgens Melimex op een bedrag van € 6.266,89 (incl. btw) aan transportmiddelen (onder meer karren en platen) die Melimex van Bakker tegoed heeft vanwege niet meegenomen transportmiddelen van een bepaalde klant in Italië. De tweede factuur ziet volgens Melimex allereerst op schade van € 649,25 (excl. btw) die zij heeft geleden door het omvallen van een kar met planten van de laadklep in Italië. Verder ziet de factuur op schade van € 2.769,67 (excl. btw) vanwege een zending planten, die beschadigd is aangekomen door een te koud transport.
4.3.
Bakker betwist de beide facturen. Zij betwist dat zij niet meegenomen transportmiddelen van een klant in Italië moet vergoeden. Wat de omgevallen planten betreft betwist zij de omvang van de schade, wat de beschadigde partij planten betreft betwist Bakker dat de temperatuur tijdens het transport niet goed is geweest.
Het beroep op verrekening wordt gepasseerd
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Bakker terecht heeft aangevoerd dat volgens artikel 6:136 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) de gegrondheid van het beroep op verrekening, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door Bakker niet op eenvoudige wijze is vast te stellen, zodat er niet verrekend kan worden. Omdat Melimex geen tegenvordering heeft ingesteld, kan de betwiste tegenvordering niet in rechte worden beoordeeld. Dit heeft tot gevolg dat het beroep op verrekening van Melimex op grond van artikel 6:136 BW Pro wordt verworpen.
4.5.
Dit betekent dat de kantonrechter tot de conclusie komt dat Melimex de facturen aan Bakker moet betalen, minus het bedrag dat zij al aan Bakker heeft voldaan. Dus is als hoofdsom toewijsbaar € 9.995,51 (€ 13.000 - € 3.004,49).
Buitengerechtelijke incassokosten
4.6.
Bakker vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Bakker heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Bakker heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 874,78 worden toegewezen, dat behoort bij een toegewezen hoofdsom van € 9.995,51.
Wettelijke handelsrente
4.7.
Bakker vordert vergoeding van de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW. Deze is toewijsbaar over het gehele factuurbedrag vanaf 30 januari 2025 tot de deelbetaling op 15 mei 2025 en over een bedrag van € 9.995,51 vanaf die dag tot de dag van de volledige betaling.
4.8.
De wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW heeft uitsluitend betrekking op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten. De gevorderde wettelijke handelsrente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom afgewezen omdat dat een wettelijke betalingsverplichting betreft. De kantonrechter zal daarom de wettelijke rente als bedoeld 6:119 BW vanaf de dag van dagvaarding toewijzen over de buitengerechtelijke incassokosten.
proceskosten
4.9.
Melimex is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bakker worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.529,35
4.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Melimex om aan Bakker te betalen een bedrag van € 9.995,51, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 13.000,00 vanaf 30 januari 2025 tot de deelbetaling op 15 mei 2025 en over een bedrag van € 9.995,51 vanaf 15 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Melimex om aan Bakker te betalen een bedrag van € 874,78 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 26 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt Melimex in de proceskosten van € 1.529,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Melimex niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt Melimex in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, kantonrechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 april 2026.