ECLI:NL:RBAMS:2026:5546

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
12001164 \ CV EXPL 25-16953
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:203 BWArt. 6:210 lid 2 BWArt. 6:230g lid 1 BWArt. 6:230m BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consument ontbindt oneerlijke IT-dienstenovereenkomst; handelaar geen vergoeding verschuldigd

In deze zaak heeft de consument een IT-dienstenovereenkomst met een handelaar ontbonden omdat de handelaar essentiële informatie over de aard van de diensten en het ontbindingsrecht niet duidelijk heeft verstrekt. De overeenkomst werd gesloten na een bezoek van de handelaar aan de consument, waarbij een digitaal contract werd ondertekend voor een pakket internet, tv en mobiel.

De consument maakte bezwaar tegen de overeenkomst omdat hij niet wist dat de handelaar op eigen naam contracten met derden sloot, waardoor hij de regie over zijn diensten verloor. Ook werden programma's geïnstalleerd op zijn computer die ongewenste toegang mogelijk maakten. De consument maakte gebruik van zijn wettelijke bedenktijd en ontbond de overeenkomst binnen de verlengde termijn vanwege onvoldoende informatieverstrekking.

De kantonrechter oordeelde dat de handelaar een oneerlijke handelspraktijk heeft gepleegd door misleidende informatie te geven en het ontbindingsrecht niet duidelijk te maken. Hierdoor is de consument gerechtigd de abonnementsgelden terug te vorderen en schadevergoeding te ontvangen voor gemaakte kosten, zoals het opschonen van de computer en aanschaf van nieuwe telefoonnummers. De handelaar krijgt geen vergoeding voor de geleverde diensten omdat dit onredelijk is in het licht van de oneerlijke handelspraktijk.

De handelaar wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 2.640,00 aan abonnementsgelden, een schadevergoeding van € 648,10, en de proceskosten van € 979,47, allen vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot vernietiging van de overeenkomst wordt afgewezen omdat de ontbinding rechtsgeldig is.

Uitkomst: Consument ontbindt overeenkomst rechtsgeldig; handelaar moet abonnementsgelden en schadevergoeding terugbetalen, proceskosten dragen en krijgt geen vergoeding voor geleverde diensten.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 12001164 \ CV EXPL 25-16953
Vonnis van 28 mei 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

2.
[eiser 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partijen,
hierna te noemen: afzonderlijk [eiser 1] , [eiser 2] en gezamenlijk [eisers] ,
gemachtigde: mr. L. van Wijnen,
tegen
[gedaagde] (H.O.D.N. [handelsnaam] ),
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 november 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 20 januari 2026 waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. [eisers] is verschenen vergezeld door de gemachtigde. [gedaagde] is ook verschenen. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft van 13 februari 2015 tot 19 februari 2025 diensten aangeboden op het gebied van IT met zijn eenmansbedrijf [handelsnaam] . Daarna heeft [gedaagde] de activiteiten van de onderneming voortgezet in een besloten vennootschap genaamd [bedrijf] B.V.
2.2.
In 2021 heeft [eisers] voor de laptop van [eiser 2] bij [gedaagde] een serviceabonnement genaamd ‘Brons’ afgesloten waarbij [gedaagde] tegen betaling van € 9,95 per maand computerhulp aanbood. Dit abonnement is later omgezet naar een abonnement ‘Zilver’ waarna [eisers] maandelijks € 15,00 betaalde.
2.3.
Op 4 november 2022 heeft [gedaagde] [eisers] thuis bezocht. Tijdens dat bezoek vertelde [gedaagde] aan [eisers] dat hij zijn hele ICT kon ondersteunen en daarvoor een pakket kon aanbieden. Partijen hebben vervolgens met behulp van SignRequest een digitaal document ingevuld dat [eiser 1] digitaal heeft ondertekend. Op de bevestiging staat, voor zover van belang, het volgende vermeld:
“Betreft: “1x Internet Compleet – 1 x TV – 2x Mobiel.
Onder dankzegging van uw opdracht
(…)
Contractuur: 24 maanden.
Uw totale maandelijkse kosten bedragen: € 115,- inclusief BTW
(…)
Algemene voorwaarden
Onderdeel van deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden [handelsnaam] , die te raadplegen zijn op de website van [handelsnaam] .”
2.4.
[gedaagde] heeft vervolgens op eigen naam overeenkomsten gesloten met Canal Digitaal (voor tv en internet) en Lebara (voor de mobiele telefoons van [eisers] ). Als gevolg hiervan zijn de abonnementen die [eisers] bij KPN had lopen beëindigd. [eisers] ontving vervolgens van Canal Digitaal een nieuwe tv-ontvanger. Ook kreeg [eiser 2] een nieuw e-mailadres.
2.5.
Op 22 november 2022 heeft [eisers] bij e-mail aan [gedaagde] geschreven dat hij niet tevreden is over de tv-ontvanger en dat hij gebruik maakt van zijn wettelijke bedenktijd en de overeenkomst ‘1x Internet Compleet – 1 x TV – 2 x Mobiel’ (hierna: de overeenkomst) per direct beëindigt.
2.6.
[gedaagde] heeft daarop diezelfde dag geantwoord dat dit niet mogelijk is omdat de lijn inmiddels is gemigreerd en dat dit niet kan worden teruggedraaid.
2.7.
Op 9 en 11 september 2024 heeft [eisers] twee nieuwe telefoonnummers aangeschaft voor respectievelijk € 143,99 en € 134,10.
2.8.
Op 20 en 25 september 2024 heeft [eisers] Kalf ICT Services (hierna: Kalf) ingeschakeld om zijn computer te controleren. Daarbij werd vastgesteld dat door [gedaagde] diverse programma’s op de computer geïnstalleerd waren, namelijk AnyDesk, Splashtop, TeamViewer en Atera. Kalf heeft deze programma’s verwijderd en voor deze werkzaamheden een factuur van € 370,01 inclusief btw aan [eisers] verzonden.
2.9.
[eisers] heeft op 26 september 2024 de overeenkomst bij aangetekende brief opgezegd.
2.10.
Bij brief van 14 augustus 2025 heeft de gemachtigde van [eisers] aan [gedaagde] geschreven dat hij de overeenkomst vernietigt en [gedaagde] gesommeerd tot terugbetaling van de onverschuldigde betaalde bedragen en betaling van een schadevergoeding binnen veertien dagen na ontvangst van de brief.

3.Het geschil

3.1.
[eisers] vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
  • te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen partijen is vernietigd, althans deze te vernietigen,
  • [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 3.433,10 (bestaande uit € 2.640,00 aan abonnementsgelden, € 278,09 aan kosten nieuwe telefoonnummers, € 370,01 voor de factuur van Kalf en € 145,00 voor ten onrechte betaalde extra MB’s), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2025,
  • [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2.
[eisers] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. [eisers] dacht bij het sluiten van de overeenkomst dat [gedaagde] slechts als tussenpersoon zou fungeren voor de diensten, niet dat [gedaagde] op eigen naam nieuwe overeenkomsten zou sluiten met andere aanbieders. Hierdoor is [eisers] de regie over de diensten kwijtgeraakt en had hij ineens voor alles [gedaagde] nodig. Zo moest [eisers] als hij in het buitenland was [gedaagde] vragen zijn internetbundel aan te passen en had hij bij het inloggen op zijn Microsoftaccount soms codes nodig die hij enkel via [gedaagde] kon krijgen. Ook wist hij niet dat [eiser 2] een ander e-mailadres zou krijgen en dat [gedaagde] programma’s op zijn computer had geïnstalleerd die niet bedoeld zijn voor consumenten en waardoor [gedaagde] ongemerkt toegang kon krijgen tot zijn computer. Dit heeft [eisers] nooit gewild. Bij [eisers] ontbrak dan ook de wil om deze overeenkomst te sluiten waardoor er nooit een overeenkomst tot stand is gekomen. Voor zover wel een overeenkomst tot stand is gekomen, geldt dat [eisers] deze heeft herroepen en later ook heeft vernietigd op grond van een oneerlijke handelspraktijk. Dit betekent dat [eisers] de abonnementsgelden onverschuldigd heeft betaald en recht heeft op terugbetaling daarvan. Verder heeft [eisers] door de oneerlijke handelspraktijk van [gedaagde] schade geleden waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is. Zo heeft [eisers] kosten gemaakt voor het opschonen van zijn computer, nieuwe telefoonnummers moeten aanschaffen en extra MB’s moeten inkopen voor hogere tarieven dan wanneer hij dit zelf met Lebara had kunnen regelen.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] is er wel een overeenkomst tot stand gekomen. Partijen hebben samen de overeenkomst opgesteld en [eisers] heeft deze vervolgens ondertekend. Verder heeft [eisers] de overeenkomst te laat herroepen, nu de herroeping buiten de termijn van 14 dagen valt. De rechtsvordering tot vernietiging van de overeenkomst is bovendien verjaard. [gedaagde] is een jonge startende ondernemer. Hij heeft twee jaar lang uitvoering gegeven aan de overeenkomst zodat hij, ook in geval van vernietiging, recht heeft op een vergoeding van de waarde van de geleverde diensten. De waarde is gelijk aan de maandelijkse abonnementsgelden die [gedaagde] bij [eisers] in rekening heeft gebracht. Het kan niet zo zijn dat [eisers] twee jaar lang gratis ICT diensten van [gedaagde] heeft afgenomen. Voor wat betreft de gevorderde schadevergoeding voor de rekening van Kalf en voor de kosten van nieuwe telefoonnummers voert [gedaagde] aan dat hij niet in verzuim verkeert. Voor wat betreft de gevorderde schadevergoeding voor de extra gekochte MB’s voert [gedaagde] aan dat er geen hoger tarief bij [eisers] in rekening is gebracht doordat hij via hem bij Lebara de extra MB’s hebben gekocht en dat van een
causaal verband dus geen sprake is.

4.De beoordeling

De overeenkomst

4.1.
Naar het oordeel van de kantonrechter hebben partijen op 4 november 2022 een overeenkomst gesloten. [gedaagde] heeft immers een aanbod gedaan dat [eisers] op zijn beurt door ondertekening van het document met SignRequest heeft aanvaard. Dat [eisers] in zijn geheel geen overeenkomst wilde sluiten en dat er sprake is van wilsontbreken, volgt de kantonrechter niet. Voor zover [eisers] meent dat hij omtrent de feiten heeft gedwaald en dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder een wilsgebrek, komt de kantonrechter daar gelet, op het navolgende, niet aan toe.
Ambtshalve toetsing
4.2.
[gedaagde] is een handelaar en [eisers] is de overeenkomst aangegaan als consument. De overeenkomst tussen partijen wordt daarom aangemerkt als een consumentenovereenkomst. Dat betekent dat de kantonrechter uit zichzelf (ambtshalve) moet onderzoeken of [gedaagde] bij het aangaan van de overeenkomst met [eisers] heeft voldaan aan de informatieplichten van afdeling 2b van titel 5 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarnaast moet ambtshalve worden beoordeeld of in de overeenkomst oneerlijke bedingen staan in de zin van Richtlijn 93/13 EG (richtlijn oneerlijke bedingen).
Informatieverplichtingen en ontbinding
4.3.
De overeenkomst is bij [eisers] thuis gesloten in aanwezigheid van beide partijen, zodat sprake is van een overeenkomst gesloten buiten de verkoopruimte (zie artikel 6:230g lid 1 onder f BW). Dat betekent dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst onder meer moest voldoen aan de informatieplichten van artikel 6:230m BW en [eisers] aldus, voordat hij gebonden was aan de overeenkomst, op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie moest verstrekken over (onder meer) het recht om de overeenkomst te ontbinden, de voorwaarden en de termijn die daarvoor golden en op welke wijze [eisers] dat recht kon uitoefenen.
4.4.
In de overeenkomst zelf is niets opgenomen over het recht van ontbinding. [gedaagde] heeft weliswaar aangevoerd dat hij dit mondeling heeft gedaan, maar dat heeft [eisers] gemotiveerd betwist. Verder wordt in de overeenkomst verwezen naar algemene voorwaarden, maar dat [eisers] voor het sluiten van de overeenkomst deze heeft kunnen raadplegen is gesteld noch gebleken. Bovendien heeft [gedaagde] desgevraagd op zitting niet kunnen verduidelijken waar het ontbindingsrecht in de voorwaarden is opgenomen. Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde] de informatie over het ontbindingsrecht niet voldoende duidelijk en begrijpelijk aan [eisers] verstrekt. In dat geval wordt de wettelijke termijn van 14 dagen verlengd met twaalf maanden (zie artikel 6:230o lid 2 BW). De datum waarop [eisers] de overeenkomst heeft ontbonden, te weten 22 november 2022, valt binnen die verlengde termijn, zodat [eisers] naar het oordeel van de kantonrechter de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Dit betekent dat de kantonrechter niet toekomt aan de vernietiging van de overeenkomst en de gevorderde verklaring voor recht niet toewijsbaar is.
De gevolgen van de ontbinding
4.5.
Op grond van artikel 6:230s lid 5 BW draagt de consument geen kosten voor de uitvoering van diensten die zijn verleend tijdens de ontbindingstermijn als de handelaar heeft nagelaten de informatie over het ontbindingsrecht te verstrekken. Dat betekent dat [eisers] tot aan de ontbinding geen kosten aan [gedaagde] verschuldigd is en dat hij aldus recht heeft op teruggave van de betaalde gelden tot de datum van ontbinding.
4.6.
Voor zover [eisers] na de ontbindingsdatum nog betalingen aan [gedaagde] heeft verricht, heeft hij deze zonder rechtsgrond en aldus onverschuldigd aan [gedaagde] betaald. [eisers] heeft op grond van artikel 6:203 BW Pro dan ook recht op teruggave daarvan.
4.7.
Niet in geschil is dat [eisers] in totaal € 2.640,00 aan abonnementsgelden aan [gedaagde] heeft betaald, zodat dit bedrag in beginsel moet worden terugbetaald.
4.8.
[gedaagde] heeft op zijn beurt echter aangevoerd dat hij recht heeft op teruggave van de door hem geleverde diensten. Omdat de geleverde diensten niet ongedaan kunnen worden gemaakt, maakt hij aanspraak op een vergoeding van de waarde van de door hem geleverde prestaties op grond van artikel 6:210 lid 2 BW Pro. De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] volgens de Hoge Raad d.d. 4 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1366) slechts aanspraak kan maken op een vergoeding van de waarde van de prestatie op het ogenblik van ontvangst door de consument binnen de door art. 6:210 lid 2 BW Pro omschreven grenzen. Tot die grenzen behoort dat aanspraak op vergoeding alleen bestaat ‘voor zover dit redelijk is’. Naar het oordeel van de kantonrechter is het in dit geval niet redelijk om aan [gedaagde] een vergoeding toe te kennen nu er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk. De kantonrechter ligt dat hierna toe.
4.9.
Op grond van artikel 6:193b BW is een handelspraktijk onder meer oneerlijk indien een handelaar handelt in strijd met de vereisten van professionele toewijding en het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt. Een handelspraktijk is verder in het bijzonder oneerlijk als er sprake is van misleiding. Dat is het geval wanneer informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie (artikel 6:193c BW). Ook is het misleidend wanneer essentiële informatie die de gemiddelde consument nodig heeft om een besluit te nemen wordt weggelaten (een misleidende omissie, artikel 6:193d BW).
4.10.
Volgens [eisers] heeft [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst slechts in algemene bewoordingen aangegeven dat hij een totaalpakket kon aanbieden voor al zijn IT- apparaten. [gedaagde] heeft weliswaar gesteld dat hij zijn diensten bij het sluiten van de overeenkomst mondeling aan [eisers] heeft toegelicht, maar hij heeft nagelaten dat tegenover de betwisting van [eisers] aan te tonen, zodat dat niet is komen vast te staan. De overeenkomst bevat slechts de bewoordingen ‘1x Internet Compleet – 1 x TV – 2 x Mobiel’. Naar het oordeel van de kantonrechter is het voor een gemiddeld consument met deze informatie niet duidelijk welke diensten er precies worden afgenomen. [eisers] kon dan ook niet weten dat [gedaagde] op zijn eigen naam nieuwe overeenkomsten met aanbieders zou afsluiten en dat [eisers] daardoor geen regie meer had over deze diensten. [gedaagde] heeft daardoor essentiële informatie weggelaten die [eisers] nodig had om een besluit te nemen, hetgeen een misleidende omissie is.
4.11.
Vervolgens heeft [gedaagde] [eisers] ten onrechte niet gewezen op het recht op ontbinding van de overeenkomst en daarna de ontbinding van de overeenkomst door [eisers] niet geaccepteerd en hem gehouden aan verdere nakoming van de overeenkomst. Hierdoor heeft [gedaagde] in strijd met de professionele toewijding gehandeld, hetgeen ook een oneerlijke handelspraktijk is.
4.12.
Artikel 13 van Pro de Richtlijn 2005/29/EG Oneerlijke Handelspraktijken bepaalt dat de lidstaten de sancties vaststellen die van toepassing zijn op schendingen van de ter uitvoering van de richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en alle maatregelen treffen die nodig zijn voor de toepassing van deze sancties. Deze sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikwekkend zijn, zodat de handelaar wordt aangezet zijn onjuiste werkwijze aan te passen.
4.13.
[gedaagde] is al jaren een professionele handelaar op het gebied van IT en wordt geacht de regels van het consumentenrecht toe te passen. Daarin is hij ernstig tekort gekomen. Herhaling hiervan moet voorkomen worden. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het in onderhavig geval niet redelijk is om aan [gedaagde] een vergoeding toe te kennen voor zijn geleverde diensten. Dat [eisers] hierdoor gratis gebruik heeft kunnen maken van internet, tv en telefonie, maakt dit oordeel niet anders. Dit betekent dat [gedaagde] de abonnementsgelden van in totaal € 2.640,00 aan [eisers] moet terugbetalen. De vordering is in zoverre toewijsbaar.
Schadevergoeding
4.14.
Zoals hiervoor is overwogen is er sprake van een oneerlijke handelspraktijk. Dat betekent dat [gedaagde] onrechtmatig jegens [eisers] heeft gehandeld en hij aansprakelijk is voor de schade die daardoor is ontstaan.
4.15.
Het verweer van [gedaagde] dat hij niet in verzuim verkeert gaat niet op. Bij een onrechtmatige daad, zoals een oneerlijke handelspraktijk, is geen verzuim vereist voor aansprakelijkheid. De aansprakelijkheid ontstaat direct door het onrechtmatige handelen. Nu [gedaagde] tegen de gevorderde schade voor wat betreft de factuur van Kalf en de nieuwe telefoonnummers geen ander verweer heeft gevoerd en de kosten verband houden met de oneerlijke handelspraktijk van [gedaagde] , zijn deze bedragen toewijsbaar.
4.16.
[eisers] heeft nagelaten om tegenover het gemotiveerde verweer van [gedaagde] aan te tonen dat er een hoger tarief bij hem in rekening is gebracht doordat hij via [gedaagde] in plaats van rechtstreeks bij Lebara extra MB’s heeft moeten kopen. Deze schadepost is daarom niet toewijsbaar.
Wettelijke rente
4.17.
[gedaagde] is na de sommatie van 14 augustus 2025 in verzuim geraakt. De gevorderde wettelijke rente over de bedragen is met ingang van 29 augustus 2025 daarom toewijsbaar.
Proceskosten
4.18.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
144,47
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
979,47
4.19.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 2.640,00 uit hoofde van onverschuldigde betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 29 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 648,10 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 29 augustus 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 979,47, te vermeerderen met de kosten van betekening, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na betekening zijn betaald,
5.5.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Sissing, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
58984