Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
5.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden Kroatië
The European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment(hierna: CPT) aangenomen dat er sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de
Zagreb Remand Prison. [4]
Zagreb Remand Prisonwordt geplaatst. Uit rechtspraak van de rechtbank Amsterdam [5] volgt dat hierover wel duidelijkheid moet bestaan zodat expliciet en ondubbelzinnig gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon niet in Zagreb zal worden geplaatst. In het voorbehoud dat in de aanvullende informatie van 30 maart 2026 wordt gemaakt, wordt verwezen naar uitzonderlijke omstandigheden zoals veiligheidsredenen of overbevolking. Uit het CPT-rapport van november 2023 blijkt dat het Kroatische gevangeniswezen echter structureel kampt met overbevolking, met name in de huizen van bewaring. De bezettingsgraad ligt daar ruim boven de 130%. Overbevolking is daarmee geen uitzonderlijke omstandigheid, maar de status quo binnen het systeem. Dit relativeert de door Kroatië genoemde “uitzonderingsgrond” voor overplaatsing aanzienlijk. Tegen deze achtergrond is het zeer reëel dat de opgeëiste persoon in een andere penitentiaire inrichting wordt geplaatst dan in Rijeka, waarbij ook de
Zagreb Remand Prisonniet is uitgesloten.
Rijeka Prison.De rechtbank overweegt daarbij allereerst dat ten aanzien van de
Rijeka Prisongeen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens zijn overgelegd waaruit volgt dat in deze instelling sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank beschikt ook ambtshalve niet over dergelijke gegevens.
Rijeka Prisoneen voorbehoud wordt gemaakt voor uitzonderlijke situaties, waardoor overplaatsing naar een andere gevangenis ook mogelijk wordt, bijvoorbeeld als gevolg van overbevolking. Overplaatsing naar de
Zagreb Remand Prisonis hierbij niet uitgesloten. De rechtbank wijst hierbij op het feit dat de – hiervoor vermelde – expliciete vraag van het IRC hierover (vraag 2) door de uitvaardigende justitiële autoriteit niet is beantwoord. Het vastgestelde algemene reële gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de
Zagreb Remand Prisonis daarom (nog) niet weggenomen voor de opgeëiste persoon. Dit leidt ertoe dat het onderzoek zal worden heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de volgende vraag voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:
Zagreb Remand Prisonwanneer plaatsing in de
Rijeka Prisonniet (meer) mogelijk is vanwege de in de brief van 30 maart 2026 genoemde uitzonderlijke omstandigheden zoals overbevolking?