Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene] ,geboren op [geboortedag] 1936,
.
Rechtbank Amsterdam
De Rechtbank Amsterdam heeft op 1 april 2026 een machtiging verleend tot opname en verblijf voor de duur van zes maanden aan betrokkene, geboren in 1936, die lijdt aan vasculaire dementie. Het verzoek was ingediend door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en betrof een situatie waarin betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn aandoening.
Tijdens de mondelinge behandeling, gehouden in de woning van betrokkene, werden diverse betrokkenen gehoord, waaronder een specialist ouderengeneeskunde, casemanager, huisarts, partner en een vriend. De rechtbank oordeelde dat een nieuwe beoordeling door een onafhankelijke psychiater niet noodzakelijk was, omdat de diagnose niet ter discussie stond en het ernstig nadeel actueel en voldoende aanwezig was.
Het ernstig nadeel bestond uit lichamelijk letsel, financiële schade door onvermogen om met geregistreerd partnerschap en schulden om te gaan, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, en veiligheidsrisico's zoals hoge koolmonoxidewaarden in de woning en het niet kunnen vinden van de weg naar huis. Betrokkene weigerde zorg en toegang tot zijn woning, waardoor opname in een intramurale psychogeriatrische setting noodzakelijk werd geacht.
De rechtbank concludeerde dat er geen minder ingrijpende middelen waren om het ernstig nadeel te voorkomen en dat betrokkene zich tegen opname verzette. De machtiging geldt tot en met 1 oktober 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend wegens ernstig nadeel door vasculaire dementie.