Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.KGP HOLLAND B.V.,
2.
[eiser 2] B.V.,
3.
[eiser 3] B.V.,
4.
[eiser 4],
5.
[eiser 5],
1.de vennootschap naar Israëlisch rechtNETAFIM LTD.,
CSC ESCROW AND SETTLEMENTS (NETHERLANDS) B.V.,
te Amsterdam,
hierna ook te noemen: de Escrow Agent,
niet verschenen,
gedaagde partijen.
1.De procedure
aan de zijde van Netafim: [naam 3] en [naam 4] (beide bijgestaan door M. Iest, tolk Nederlands/Engels) met mr. Josephus Jitta, mr. Van Schooten en mr. Meuwissen.
1.3. [naam 5] , de vader van [eiser 4] en [eiser 5] , heeft aan de mondelinge behandeling deelgenomen via een digitale verbinding.
2.De feiten
Gakon Holding B.V. en Gakon sp. z.o.o. worden hierna samen Gakon genoemd.
term sheetondertekend en in de periode van 4 oktober 2020 tot en met 26 februari 2021 heeft Netafim een
due diligence-onderzoek verricht, waarvoor zij toegang had tot een door eisers ingerichte
data room.
share purchase agreement(SPA) getekend op grond waarvan op 1 april 2021 (
closing) alle aandelen in Gakon zijn overgedragen aan Netafim. De koopprijs voor de aandelen bedroeg € 11.800.000. Een deel van dit bedrag
(€ 2.503.474) is in escrow geplaatst bij de Escrow Agent, tot zekerheid van in de SPA opgenomen vrijwaringen en garanties. Hiertoe is op 7 mei 2021 een escrow overeenkomst gesloten tussen eisers, Netafim en de Escrow Agent.
Objection Noticesgestuurd waarmee zij de uitbetaling aan eisers van respectievelijk € 1.055.366, € 196.371 en € 221.454 (in totaal € 1.473.191) tegenhoudt.
3.Het geschil
€ 1.473.191, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (BW), althans de wettelijke rente over dit bedrag, vanaf de respectievelijke datum van opeisbaarheid (1 april 2023, 1 april 2024 en 1 april 2025) tot aan de dag van algehele voldoening, en Netafim te veroordelen alle overige medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om deze vrijgave te effectueren, waaronder begrepen doch niet beperkt tot het intrekken van de door haar verzonden Objection Notices voor zover deze betrekking hebben op dit bedrag;
(ii) te bepalen dat, indien Netafim niet binnen de onder (i) bedoelde termijn aan de daar genoemde veroordeling voldoet, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de door Netafim aan de Escrow Agent te geven instructie tot vrijgave en betaling aan eisers van voornoemd bedrag, en dat de Escrow Agent alsdan gerechtigd en gehouden is tot uitbetaling aan eisers over te gaan overeenkomstig dit vonnis;
(iv) te bepalen dat, indien Netafim niet binnen de onder (iii) bedoelde termijn aan de daar genoemde veroordeling voldoet, dit vonnis op de voet van artikel 3:300 lid 1 BW Pro in de plaats treedt van de door Netafim aan de Escrow Agent te geven instructie tot vrijgave en betaling aan eisers van voornoemd bedrag, en dat de Escrow Agent alsdan gerechtigd en gehouden is tot uitbetaling aan Verkopers over te gaan overeenkomstig dit vonnis;
eisers van het bedrag waartoe Netafim bij dit vonnis is veroordeeld en medewerking te verlenen, zodra (a) Netafim de onder (i) respectievelijk (iii) bedoelde schriftelijke instructie aan haar heeft verstrekt; dan wel (b) de onder (ii) respectievelijk (iv) bedoelde termijn ongebruikt is verstreken en dit vonnis aan de Escrow Agent is betekend, een en ander overeenkomstig de bepalingen van de Escrow Overeenkomst en met inachtneming van de in dit vonnis bepaalde rentevergoeding.
due diligence-onderzoek heeft Netafim aandacht besteed aan de verhouding tussen Gakon en [naam 6] ( [naam 6] ). Gakon en [naam 6] (die in Mexico woont) hebben vanaf 1 juni 2018 uitvoering gegeven aan een zogenoemde
labour assignment agreementvan 31 mei 2018. Op basis hiervan trad [naam 6] op als
[functie]in Mexico en Latijns-Amerika waar hij verantwoordelijk was voor het aan de man brengen van Gakon-producten. De activiteiten van [naam 6] werden uitgevoerd via de door hem opgerichte vennootschap [bedrijf] . Via [bedrijf] declareerde [naam 6] zijn
feevan € 7.905 per maand. In maart 2019 zijn Gakon en [naam 6] overeengekomen dat hij een extra vergoeding zou krijgen in de vorm van een percentage van de omzet die werd gehaald in Mexico. Om duidelijkheid te verschaffen over deze (niet in een overeenkomst vastgelegde) afspraak hebben eisers een memorandum opgesteld en dit gedeeld met Netafim in het kader van het
due diligence-onderzoek. Naar aanleiding hiervan zag Netafim een risico dat de afspraken tussen Gakon en [naam 6] mogelijk zouden kwalificeren als een arbeidsovereenkomst. Om dit risico te ondervangen hebben partijen afgesproken dat een nieuwe overeenkomst met [naam 6] zou worden gesloten waarin de bestaande afspraken zouden worden opgenomen en waarmee de voorgaande overeenkomsten tussen Gakon en [naam 6] zouden vervallen. Deze afspraak is als een
completion deliverablevastgelegd in artikel 7.2 sub f (xi) van de SPA. De afspraak kwam erop neer dat partijen gezamenlijk zouden streven naar de totstandkoming van een nieuwe
engagement agreementmet [naam 6] vóór
closing.Indien dit niet haalbaar zou zijn, zou dit de
closingniet tegenhouden en zouden eisers Netafim vrijwaren voor iedere aansprakelijkheid die daaruit zou voortvloeien. Dit is opgenomen in artikel 12.1 (j) van de SPA. Vervolgens hebben Gakon en [naam 6] op 19 maart 2021 (en dus vóór
closing) een
engagement agreement(door partijen aangeduid als
Confirmation Letter) getekend. In de
Confirmation Letter, die is overeengekomen voor de duur van één jaar en daarna kon worden verlengd, is uitdrukkelijk bepaald dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De
Confirmation Letteris aan Netafim verstrekt en Netafim heeft de
Confirmation Letterblijkens de
completion agenda“
in agreed form” aanvaard. Daarmee was aan de
completion deliverablevoldaan.
closingnaar tevredenheid uitvoering gegeven aan de
Confirmation Letter. Bij brief van 23 februari 2022 heeft Netafim echter aan [naam 6] en [bedrijf] bericht dat zij de
Confirmation Letterna afloop van de termijn van één jaar niet wenst te verlengen. Die eenzijdige beëindiging heeft kennelijk geleid tot claims. Eisers zijn niet op de hoogte gesteld van de inhoud en grondslag van die claims. Eisers hebben alleen inzage gekregen in een brief van [naam 6] aan Netafim van 10 maart 2022 waarin hij het standpunt inneemt dat (ondanks de
Confirmation Letter) sprake is van een arbeidsrelatie (hierna de Labour Claim).
due diligence-onderzoek en dat zij Netafim ten onrechte niet zouden hebben ingelicht over het exclusiviteitsbeding dat indertijd is afgesproken. Eisers bestrijden de Labour Claim en de Distributie Claim op hierna te noemen gronden.
(1) Netafim stelt dat eisers de distributieovereenkomst niet hebben gedeeld in het
due diligence-onderzoek en dat dit tot schade zou hebben geleid omdat Netafim door het exclusiviteitsbeding in die overeenkomst wordt beperkt in het drijven van haar onderneming in Latijns-Amerkika. Dit zou een schending opleveren van de garanties in de SPA. Eisers betwisten dat zij de distributieovereenkomst hadden moeten delen omdat aan die overeenkomst nooit enig gevolg is gegeven door Gakon en [naam 6] . In plaats daarvan is gevolg gegeven aan de afspraken over de omzetafhankelijke commissie. Bovendien was op verzoek van Netafim een nieuwe overeenkomst tussen Gakon en [naam 6] tot stand gekomen die alle eerdere overeenkomsten verving, te weten de
Confirmation Letter, die ook meer dan een jaar lang door Netafim is nageleefd. Eisers hebben dus wel degelijk alle informatie verstrekt die voor Netafim nodig was om een “
fair view” van de onderneming te krijgen. Bovendien hebben eisers het exclusiviteitsbeding tussen Gakon en [bedrijf] op andere wijze in het
due diligence-onderzoek gedeeld, te weten door opname in de
data roomvan een verklaring van Gakon van 20 augustus 2020 die zij heeft afgegeven ten behoeve van een klant en waarin staat dat [bedrijf] “
as our official and exclusive representative in Mexico” wordt erkend. Hiermee is dit exclusiviteitsbeding “
fairly disclosed”.
(2) Netafim stelt verder dat indien alsnog zou blijken dat er een arbeidsovereenkomst zou bestaan tussen Gakon en [naam 6] , eisers inbreuk hebben gemaakt op de garanties in de SPA. Ook deze stelling faalt. De Labour Claim jegens Gakon (om precies te zijn Kassen-Verwarmings Gakon B.V., hierna KVG) is reeds afgewezen door de Mexicaanse rechter. De twee entiteiten waartegen kennelijk nog een hoger beroep loopt (Netafim Mexico en Orbia) kwalificeren niet als “
Group Company” in de zin van de SPA. Bovendien is in de
Confirmation Letteruitdrukkelijk opgenomen (zie ook hiervoor) dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst en hebben eisers alle informatie over deze kwestie “
fairly disclosed”. Ingevolge artikel 9.6 van de SPA komt Netafim dan geen beroep toe op deze garanties.
(3) Netafim kan zich ten aanzien van de door haar beweerde exclusiviteit niet beroepen op de vrijwaring van artikel 12.1 (j) SPA. Uit de bewoordingen van dit artikel blijkt duidelijk dat deze vrijwaring alleen aan de orde is als de
completion deliverableniet voorafgaand aan
closingis vervuld. Die verplichting is nagekomen. Voorts kan de distributieovereenkomst niet worden aangemerkt als een “
exclusivity agreement between [naam 6] and any Group Company” als bedoeld in artikel 12.1 (j) SPA omdat [naam 6] geen partij is bij die overeenkomst, die is gesloten tussen Gakon en [bedrijf] .
(4) Er is geen sprake van aantoonbare schade en Netafim heeft niet voldaan aan haar schadebeperkingsplicht. Netafim heeft eisers niet (volledig) ingelicht over de Labour Claim en de Distributie Claim, zodat eisers Netafim niet hebben kunnen ondersteunen in de verdediging hiertegen.
(5) Een gedeelte van het geblokkeerde bedrag (te weten het subsidiair gevorderde bedrag van € 417.825) is hoe dan ook onterecht geblokkeerd. In artikel 17.1 van de SPA staat dat het bedrag in escrow enkel gedurende de eerste twee jaar na
closingals zekerheid dient voor inbreuken op de ‘gewone’ garanties en vorderingen onder een vrijwaring. In de periode na de eerste twee jaar tot en met vijf jaar na
closingdient het escrow bedrag enkel nog als zekerheid voor inbreuken op fundamentele garanties en voor een claim onder de fiscale vrijwaringen. Uit het voorgaande blijkt dat Netafim enkel een beroep doet op de ‘gewone’ garanties en op een vrijwaring, niet zijnde een fiscale vrijwaring. Dit betekent dat de Objection Notes van 7 maart 2024 en 17 maart 2025 te laat zijn ingediend.
Group Companyen de Distributie Claim is weliswaar bij de ICC ingediend maar vervolgens ook weer ingetrokken. De escrow is niet bedoeld om de koopsom onbeperkt vast te houden. Daar komt bij dat Netafim zich thans in een overnameproces bevindt, hetgeen vrijgave van het escrowbedrag in de toekomst kan bemoeilijken.
Confirmation Letteropgezegd. [naam 6] was het hier niet mee eens en stelde op 10 maart 2022 dat tussen hem en Netafim een arbeidsovereenkomst bestond. Op 4 mei 2023 heeft [naam 6] bij de Mexicaanse rechter daadwerkelijk een vordering ingesteld omdat hij Gakon vertegenwoordigd zou hebben als werknemer. De Mexicaanse rechter heeft deze vordering jegens twee aan Netafim gelieerde entiteiten toegewezen tot een bedrag van € 263.189,45. De vordering tegen KVG is niet-ontvankelijk verklaard vanwege een betekeningsgebrek, maar hiertegen loopt nog een hoger beroep (dat schorsende werking heeft). Eisers hebben met betrekking tot deze kwestie een vrijwaring afgegeven in de SPA. Netafim heeft een claim onder die vrijwaring (de Labour Claim) indien het oordeel van de Mexicaanse rechter in hoger beroep wordt bevestigd. Daarnaast geldt dat in de Mexicaanse procedure bewijsstukken zijn opgedoken (waarop de rechter ook zijn oordeel heeft gebaseerd) die ten tijde van de transactie niet met Netafim waren gedeeld. Dit levert garantieschendingen op. Verwezen wordt naar de artikelen 14.3 (eisers moeten volledige en juiste informatie geven met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van alle werknemers), 14.4 (de groepsvennootschappen hebben alle verplichtingen jegens werknemers behoorlijk geadministreerd), 14.14 (relaties met een agent kunnen niet worden gekwalificeerd als arbeidsovereenkomst) en 18.1 (geen informatie die materieel was voor Netafim wordt achtergehouden) van Schedule 7 bij de SPA. Ook de schade die Netafim als gevolg hiervan lijdt, kan zij verhalen op eisers.
due diligence-onderzoek. Ook op dit punt hebben eisers dus garanties geschonden. Verwezen wordt naar de artikelen 7.3 (geen enkele
group companyis partij bij een overeenkomst die haar vrijheid beperkt om haar onderneming uit te oefenen), 18.1 (geen informatie die materieel was voor Netafim wordt achtergehouden) en 18.2 (de verstrekte informatie moet in alle opzichten compleet, juist en accuraat zijn) van Schedule 7 van de SPA. [bedrijf] heeft met betrekking tot deze kwestie een claim ingediend bij Netafim (de Distributie Claim) ter hoogte van € 3.400.000, te vermeerderen met kosten. Op 6 februari 2024 heeft [bedrijf] hiervoor een ICC-arbitrage aanhangig gemaakt. Nadien is die procedure door het ICC als ingetrokken beschouwd omdat [bedrijf] de kosten van de ICC niet had voldaan. Netafim verwacht echter dat [bedrijf] die procedure opnieuw zal beginnen zodra zij daarvoor de middelen heeft (bijvoorbeeld als de Labour Claim aan [naam 6] is uitgekeerd). Dat de
Confirmation Letterde distributieovereenkomst zou hebben vervangen, zoals eisers menen, is onjuist omdat [bedrijf] geen partij is bij de
Confirmation Letter, laat staan dat de
Confirmation Lettervermeldt dat die de distributieovereenkomst vervangt. Dat eisers de exclusiviteit die is opgenomen in de distributieovereenkomst
fairly disclosedzouden hebben door het delen van een verklaring van 20 augustus 2020 die is opgesteld ten behoeve van een klant en waarin staat dat [bedrijf] feitelijk de enige distributeur is in Mexico, is volgens Netafim eveneens onjuist. Hoe dan ook mocht Netafim erop vertrouwen dat van exclusiviteit in juridische zin geen sprake was.
specific indemnities, mits ingediend binnen twee jaar na
closing, zoals hier is gebeurd. Daar komt bij dat artikel 17.4 van de SPA bevestigt dat ook na twee jaar sprake kan zijn van een blokkering van de escrow vanwege een
outstanding claim.De escrow overeenkomst zelf beperkt de redenen van het blokkeren van delen van de escrow na ommekomst van de termijn van twee jaar niet. Netafim verwijst in dat verband naar artikel 5.2 van die overeenkomst
.Het subsidiaire standpunt van eisers dat zij hoe dan ook recht hebben op vrijgave van € 417.825 is dan ook onjuist, aldus Netafim.
4.De beoordeling
From Completion, the Sellers shall at all times indemnify and hold harmless the Purchaser or, at the Purchaser's sole discretion, any of the Group Companies, on a euro-for-euro basis for all losses, costs, charges, expenses, damage, liabilities, claims, demands, actions and legal proceedings (including attorney and expert fees and expenses) resulting directly or indirectly from or relating to:(…)(j) if the completion deliverable in respect of clause 7.2(d)(xi) has not been fulfilled, the
completion deliverableals hiervoor bedoeld, lijkt vervuld, door ondertekening van de
Confirmation Letter, en het aanvaarden hiervan “
in agreed form” door Netafim in de
completion agenda.Dit kan erop duiden dat Netafim zich niet op de bedoelde vrijwaring kan beroepen. Daarvoor is echter in ieder geval vereist dat alle informatie over deze kwestie
fairly disclosedis door eisers. Alleen in dat geval kan Netafim zich, aldus artikel 9.6 van de SPA, niet op de garanties beroepen die in Schedule 7 van de SPA zijn opgenomen. Of alle relevante informatie met betrekking tot deze kwestie
fairly disclosedis, kan in dit kort geding, dat zich niet leent voor een nader onderzoek naar de feiten, niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld.
group companies, maar in dit stadium kan niet worden uitgesloten dat dit in hoger beroep anders uitpakt. Netafim heeft immers (onweersproken) aangevoerd dat de vordering tegen KVG is afgewezen vanwege een betekeningsgebrek en dus niet op inhoudelijke gronden.
due diligence-onderzoek. Het standpunt van Netafim dat dit wel had moeten gebeuren, is verdedigbaar, met name gezien de bepalingen die daarin staan over beëindiging van die overeenkomst. Daar staat tegenover dat het vooralsnog onvoldoende aannemelijk is dat Netafim door het niet delen van de distributieovereenkomst schade lijdt. Eisers hebben gemotiveerd betoogd waarom die overeenkomst irrelevant was (omdat die nooit is nageleefd dan wel is vervangen door andere afspraken en/of door de
Confirmation Letter) en dat de exclusiviteit reeds op andere wijze in het
due diligence-onderzoek was gedeeld (namelijk door middel van het statement van 20 augustus 2020). Bovendien heeft [naam 6] weliswaar in februari 2024 een zaak aanhangig gemaakt bij het ICC, maar het ICC heeft op 9 juli 2024 laten weten dat zij die zaak als ingetrokken beschouwt omdat [naam 6] de daarmee gepaard gaande kosten niet betaalt. Uit niets blijkt dat [naam 6] andermaal een claim gaat indienen. Onder deze omstandigheden rechtvaardigt de Distributie Claim niet het nog langer in stand houden van de escrow.
closingenkel als zekerheid en verhaal op inbreuken onder de fiscale garanties en vrijwaringsvorderingen. Netafim bestrijdt dit; zij stelt haar claim tijdig (op 12 november 2022, binnen twee jaar na
closing) te hebben ingediend en dat het volledige bedrag in escrow dient tot zekerheid voor claims onder de garanties, mits de claim tijdig is ingesteld.
5.De beslissing
€ 973.191, en veroordeelt Netafim alle overige medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is om deze vrijgave te effectueren,
eisers van het bedrag waartoe Netafim bij dit vonnis is veroordeeld en veroordeelt de Escrow Agent medewerking te verlenen, zodra (a) Netafim de onder 5.2 bedoelde schriftelijke instructie aan haar heeft verstrekt, dan wel (b) de onder 5.3 bedoelde termijn ongebruikt is verstreken en dit vonnis aan de Escrow Agent is betekend, een en ander overeenkomstig de bepalingen van de escrow overeenkomst,
mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.