Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
- over 2022 € 1.956.012,- bruto, waarvan € 1.228.006,- zonder uitstel is betaald. Het resterende bedrag van € 728.006, - is uitgesteld en betaald op 18 maart 2025;
- over 2023 € 1.487.737,- waarvan € 993.868,30 zonder uitstel is betaald. Het resterende bedrag van € 493.868,30 komt uiterlijk op 15 april 2026 voor betaling in aanmerking, indien [eiser] voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden.
1 mei 2025. Optiver heeft het concurrentiebeding gehandhaafd, waardoor het [eiser] gedurende de periode van 1 mei 2024 tot 1 mei 2025 niet is toegestaan in dienst te treden van een concurrent.
3.Het geschil
4.De beoordeling
“een beding tussen de werkgever en de werknemer waarbij deze laatste wordt beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de overeenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn”.