Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.Korte samenvatting
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
- productie 12: een verklaring van [naam 1] , oud-werknemer van [eiser] , waarin zij aangeeft dat de algemene voorwaarden van [eiser] al in 2020 op zijn website stonden;
- productie 13: een verklaring van [naam 2] , werkzaam voor [eiser] , waarin staat dat Potato Club tijdens een gesprek in januari 2024 heeft aangegeven de algemene voorwaarden te hebben gelezen en hiermee akkoord te zijn;
- productie 14: een e-mail van Potato Club met het verzoek facturatie wekelijks in plaats van maandelijks te doen plaatsvinden.
(€ 38.517,12 – € 8.229,29 = € 30.287,83). Uitgaande van de facturen die [eiser] heeft overlegd, staat hiermee dus vast dat op het moment van dagvaarden nog een bedrag openstond van € 30.287,83. Voor zover [eiser] op andere gronden meent dat op het moment van dagvaarden een hoger bedrag aan onbetaalde facturen openstond, heeft [eiser] dit niet voldoende onderbouwd en evenmin zijn eis schriftelijk vermeerderd.
€ 23.293,90. [eiser] heeft de ontvangst van deze betalingen niet betwist. Uitgaande van het bedrag van € 30.287,83, staat daarmee een bedrag van € 30.287,83 - € 23.293,90 =
€ 6.993,93 nog open.
(€ 30.287,83), past de rechtbank daarbij het liquidatietarief toe dat van toepassing is op zaken met een geldswaarde van € 20.000,- tot € 40.000,-. De totale proceskosten van [eiser] worden daarmee begroot op: