Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[de verdachte] ,
een proeftijd van twee jarenbehoort te zijn. Het betreft hier evident een misslag, die zich voor eenvoudig herstel leent.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 29 mei 2026 een herstelvonnis gewezen naar aanleiding van een eerder vonnis van 26 mei 2026 in een strafzaak tegen een jeugdige verdachte geboren in 2007. In het oorspronkelijke vonnis was abusievelijk een proeftijd van drie jaren opgelegd, terwijl dit volgens de rechtbank twee jaren had moeten zijn.
Deze fout betrof een evidente misslag die zich voor eenvoudig herstel leent. Zowel in de rubrieken 6.3 en 10 van het vonnis als in de overwegingen waar sprake was van een proeftijd van drie jaren, moet dit worden gelezen als een proeftijd van twee jaren.
Het herstelvonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, onder voorzitterschap van A.K. Glerum en met de rechters B.C. Langendoen en A.E. Wilbrink. De griffier F.E. Leopold was eveneens aanwezig en heeft het vonnis medeondertekend.
Deze correctie heeft geen invloed op andere onderdelen van het vonnis en betreft uitsluitend de duur van de proeftijd die aan de jeugdige verdachte is opgelegd.
Uitkomst: De proeftijd van de jeugdige verdachte is hersteld van drie naar twee jaren.