Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:5705

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
8 juni 2026
Zaaknummer
13/033718-26 en 09/325500-24 (tul)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis correctie proeftijd jeugdige verdachte

De rechtbank Amsterdam heeft op 29 mei 2026 een herstelvonnis gewezen naar aanleiding van een eerder vonnis van 26 mei 2026 in een strafzaak tegen een jeugdige verdachte geboren in 2007. In het oorspronkelijke vonnis was abusievelijk een proeftijd van drie jaren opgelegd, terwijl dit volgens de rechtbank twee jaren had moeten zijn.

Deze fout betrof een evidente misslag die zich voor eenvoudig herstel leent. Zowel in de rubrieken 6.3 en 10 van het vonnis als in de overwegingen waar sprake was van een proeftijd van drie jaren, moet dit worden gelezen als een proeftijd van twee jaren.

Het herstelvonnis is gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, onder voorzitterschap van A.K. Glerum en met de rechters B.C. Langendoen en A.E. Wilbrink. De griffier F.E. Leopold was eveneens aanwezig en heeft het vonnis medeondertekend.

Deze correctie heeft geen invloed op andere onderdelen van het vonnis en betreft uitsluitend de duur van de proeftijd die aan de jeugdige verdachte is opgelegd.

Uitkomst: De proeftijd van de jeugdige verdachte is hersteld van drie naar twee jaren.

Uitspraak

herstelvonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/033718-26 en 09/325500-24 (tul)
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Herstelvonnis gewezen naar aanleiding van het op 26 mei 2026 door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam gewezen vonnis in de strafzaak tegen

[de verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2007,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[BRP-adres] ,
nu gedetineerd in het [J.C.] .
De rechtbank is na het wijzen van het vonnis in de zaak met bovengenoemd parketnummer gebleken dat in het vonnis een misslag is begaan. De rechtbank heeft bepaald onder rubriek 6.3 en onder rubriek 10 dat aan verdachte een proeftijd van drie jaren wordt opgelegd, terwijl dit
een proeftijd van twee jarenbehoort te zijn. Het betreft hier evident een misslag, die zich voor eenvoudig herstel leent.
Op pagina 8 van het vonnis staat als beslissing van de rechtbank vermeld: ‘Stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast.’

Dit moet zijn: ‘Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.’

Waar in de overwegingen van de rechtbank van een proeftijd van drie jaren wordt gesproken, geldt eveneens dat in plaats van “een proeftijd van drie jaren” telkens gelezen moet worden “een proeftijd van twee jaren".
Dit herstelvonnis is op 29 mei 2026 gewezen door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. B.C. Langendoen en A.E. Wilbrink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,
en ondertekend door de voorzitter en de griffier.