ECLI:NL:RBAMS:2026:5714
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tweede bewonersvergunning wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een tweede bewonersvergunning, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Zij heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om deze afwijzing te schorsen. De voorzieningenrechter beoordeelt dit verzoek zonder zitting en stelt vast dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
Verzoekster voert aan dat zij een volle baan heeft, twee kinderen verzorgt en de vergunning nodig heeft voor haar dagelijkse verplichtingen. Zij maakt momenteel gebruik van een bezoekersvergunning, maar loopt risico op naheffingen. Ook wijst zij op de onwenselijke financiële gevolgen van de afwijzing. De voorzieningenrechter overweegt echter dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat, omdat eventuele kosten achteraf kunnen worden vergoed.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoekster onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een onomkeerbare situatie of acute financiële nood. De bezwaarprocedure biedt ruimte om de aangevoerde schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur te beoordelen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een tweede bewonersvergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.