Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
regio Amsterdam,
hierna te noemen: de Raad.
1.De procedure
- het verzoekschrift van de vrouw, ingekomen op 19 december 2024;
- het F9-formulier van de vrouw, ingekomen op 13 februari 2025;
- het verweerschrift van de man, tevens houdende zelfstandige verzoeken, ingekomen op 10 maart 2025;
- het verweerschrift van de vrouw op de zelfstandige verzoeken van de man, ingekomen op 8 mei 2025;
- het F9-formulier van de vrouw met bijlage, van 11 november 2025;
- het F9-formulier van de vrouw met bijlagen en aanvullende verzoeken, van 25 november 2025;
- het verweerschrift van de man op de aanvullende verzoeken van de vrouw, van 1 december 2025;
- het F9-formulier van de vrouw met bijlagen en aanvullende en gewijzigde verzoeken, van 4 december 2025.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [Medewerker GGZ] als vertegenwoordiger van de Raad.
2.De feiten
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2024 te [geboorteplaats] .
3.Het verzoek en het verweer met zelfstandige verzoeken
primair
subsidiair
primair en subsidiair
4.De beoordeling
naar alle waarschijnlijkheid financieel niet in staat zal zijnom de huurovereenkomst over te nemen (productie 33 van de vrouw). Zij vraagt of de man zijn medewerking wil verlenen aan het opzeggen van de huurovereenkomst. Dit heeft de man niet gedaan. De rechtbank is van oordeel dat dit op dat moment ook niet van de man kon worden verwacht gelet op het feit dat de vrouw nog niet wist of zij financieel instaat zou zijn om de huur voort te zetten, alsmede gelet op het feit dat de man wilde dat de vrouw en de minderjarige in de woning zouden blijven wonen. De vrouw heeft de man vervolgens op 7 februari 2025 op de hoogte gebracht van de beëindiging van haar arbeidsovereenkomst en de man medegedeeld dat zij de huur van de woning
niet langer kan betalen. Opnieuw heeft zij gevraagd of de man zijn medewerking wilde verlenen aan de beëindiging van de huurovereenkomst. De vrouw heeft daarbij eveneens aangegeven dat als de man de huurovereenkomst op zijn naam wil laten zetten, dit voor de vrouw akkoord is. De vrouw heeft daarbij verder aangekondigd vanaf 1 maart 2025 ergens anders te zullen verblijven. Op 28 maart 2025 heeft de vrouw haar verzoek nogmaals herhaald. De vrouw heeft een laatste rappel gestuurd op 18 april 2025.