Harbour Amsterdam B.V., exploitant van The Harbour Club Oost, diende een aanvraag in voor nadeelcompensatie na sluiting van haar pand door de burgemeester van Amsterdam wegens een explosie voor het pand die de openbare orde bedreigde.
De burgemeester sloot het pand voor zes maanden op grond van de vrees voor herhaling en handhaafde deze sluiting na bezwaar. De rechtbank beoordeelde of deze sluiting en de daaruit voortvloeiende schade tot het normaal ondernemersrisico behoren.
De rechtbank concludeerde dat de sluiting een normale en voorzienbare reactie was op een ernstige schending van de openbare orde en dat de burgemeester de aanvraag terecht heeft afgewezen. De vergewisplicht was naar het oordeel van de rechtbank voldoende nageleefd en er waren geen bijzondere omstandigheden die nadeelcompensatie rechtvaardigen.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, waardoor zij geen vergoeding van schade of proceskosten ontvangt.