ECLI:NL:RBAMS:2026:5815
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster, een alleenstaande moeder in verwachting van haar tweede kind, vroeg om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring. Zij verblijft momenteel in de woning van haar overleden ex-schoonmoeder, maar loopt het risico deze te moeten verlaten vanwege een lopende procedure bij de kantonrechter.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van onverwijlde spoed, hetgeen vereist is voor het treffen van een voorlopige voorziening. Uit de stukken bleek dat verzoekster nog in de woning kan verblijven en dat de uitkomst van de procedure bij de kantonrechter nog onbekend is. Hierdoor zijn er geen onomkeerbare gevolgen die onmiddellijke voorziening rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het spoedeisend belang ontbrak en wees het verzoek af. Verzoekster staat vrij om in de toekomst opnieuw een verzoek in te dienen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een urgentieverklaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.