ECLI:NL:RBAMS:2026:5822
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening gesloten buitenwagen op grond van Wmo
Eiseres heeft op 12 januari 2026 een aanvraag ingediend voor een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). Deze aanvraag is door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op 4 februari 2026 afgewezen, waarbij een scootmobiel in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) werd toegekend. Na bezwaar bleef het college bij dit besluit, waarna eiseres beroep instelde en een voorlopige voorziening verzocht.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 26 mei 2026 behandeld. Eiseres stelde dat het toegekende pgb onvoldoende was om een passende voorziening aan te schaffen en dat zij daardoor feitelijk zonder vervoer zat, wat haar zelfstandige verplaatsing voor medische afspraken en zorg voor haar kinderen belemmerde. Zij voerde aan dat de medische adviezen waarop het besluit was gebaseerd onzorgvuldig en tegenstrijdig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet kon wachten op de uitkomst van de beroepsprocedure. Er was geen acute noodsituatie gebleken en het pgb was reeds uitgekeerd, waarmee zij een tweedehands buitenwagen had kunnen aanschaffen. Ook was er geen evident onrechtmatig besluit, aangezien de medische adviezen zorgvuldig en begrijpelijk waren. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.D. Arnold op 10 juni 2026 en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatig besluit.