3.4.2.Vrijspraak (mede)plegen moord en bewezenverklaring medeplichtigheid moord
De rechtbank is van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de moord op [slachtoffer] , als subsidiair tenlastegelegd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.
[slachtoffer] is op 27 mei 2016 omstreeks 22.04 uur op de Klipperweg voor zijn woning geliquideerd. Hij zat op dat moment in zijn Porsche Cayenne. [slachtoffer] is door twaalf kogels getroffen, onder meer in zijn gezicht, romp en benen. Als gevolg van massaal bloedverlies en opgetreden weefselschade door de verschillende schotletsels is [slachtoffer] diezelfde avond rond 23:15 uur in het ziekenhuis overleden.
[naam schutter] is door Gerechtshof Amsterdam bij arrest van 17 mei 2023 als schutter van de liquidatie van [slachtoffer] veroordeeld. Het gerechtshof heeft onder meer vastgesteld dat [naam schutter] en zijn medeverdachte in de uren voor de schietpartij op verschillende tijdstippen zowel lopend als op de scooter in de buurt van de woning van [slachtoffer] zijn gesignaleerd. Ook is door getuigen gezien dat zij vlak voor de aanslag op een bankje in de buurt van die woning zitten (waarvandaan [naam schutter] even later naar [slachtoffer] is gerend om hem te beschieten). Het gerechtshof heeft overwogen dat dit gedrag niet anders valt te zien dan als een voorverkenning van de aanslag. Klaarblijkelijk is gezocht naar het juiste moment om toe te slaan.
Na de schietpartij is [naam schutter] achterop een wit- en zwartkleurige scooter gestapt. Die scooter is gereden in de richting van de locatie waar een dag later een wit- en zwartkleurige scooter in het water naast de Overdiemerweg is aangetroffen.
Binnen het strafrechtelijk onderzoek 13Kale werd een dag eerder – op 26 mei 2016 – tijdens een observatie door verbalisanten gezien dat om 20:02 uur op de parkeerplaats van treinstation Diemen Zuid een ontmoeting tussen verscheidene personen heeft plaatsgevonden. Onder andere verdachte, [naam schutter] , [naam 2] en [naam 3] zijn door verbalisanten herkend.
Naar aanleiding van de uitzending Opsporing Verzocht over de liquidatie van [slachtoffer] heeft getuige [naam getuige] een verklaring afgelegd. Hij heeft verklaard dat hij op de avond van
27 mei 2016 ongeveer rond 19:30 uur bij het water aan de Overdiemerweg in Diemen een rode Fiat 500 heeft zien staan met daarbij drie negroïde personen, waarvan er minimaal één persoon een zwarte pet op had.Deze ontmoetingsplek was op tien meter verwijderd van de locatie waar een dag later een scooter met dezelfde kleuren als de vluchtscooter in het water is aangetroffen.
Verdachte heeft ter terechtzitting van 2 februari 2026 verklaard dat het klopt dat hij op
26 en 27 mei 2016 in Diemen was en dat hij toen een ontmoeting heeft gehad met onder andere [naam schutter] en [naam 2] . Verdachte zelf en [naam 2] zijn twee van de drie mannen die getuige [naam getuige] op 27 mei 2016 bij het water aan de Overdiemerweg heeft gezien.
Het klopt ook dat hij die dagen reed in een rode Fiat 500 met kenteken [kenteken] en dat hij in de wijk van de woning van [slachtoffer] heeft gereden.
Tussenconclusie rechtbank
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte op 26 mei 2016 in Diemen is geweest en toen een ontmoeting heeft gehad met onder andere [naam schutter] , de persoon die onherroepelijk is veroordeeld als de schutter van de liquidatie van [slachtoffer] . Ook kan worden vastgesteld dat verdachte op 27 mei 2016 op de avond van de liquidatie in de wijk van [slachtoffer] heeft gereden en dat hij een ontmoeting heeft gehad met onder andere [naam 2] op tien meter afstand van de plek waar één dag later een scooter in het water is aangetroffen die grote gelijkenis heeft met de scooter die door [naam schutter] en zijn mededader is gebruikt om van de plaats delict te vluchten waarbij zij in de richting van de plaats waar de zwart met witte scooter is aangetroffen reden. Verdachte reed die dagen in een rode Fiat 500 met kenteken [kenteken] .
De rechtbank zal nu inzoomen op de exacte bewegingen van verdachte op de avond van de liquidatie.
Bewegingen verdachte en [naam 2] op 27 mei 2016
Verdachte was vanaf 2 november 2015 onder elektronisch toezicht gesteld met een enkelband. De enkelbandgegevens laten zien dat verdachte op 27 mei 2016 vanaf Utrecht naar Amsterdam is gereden, waarna hij rondjes heeft gereden in Diemen, in de wijk waar [slachtoffer] woonde. Alle drie de keren gaat het om een rondje van slechts enkele minuten, waarbij hij op geen enkel punt is gestopt. Tijdens die rondjes is verdachte om 18:43 uur, 19:09 uur en 21:47 uur op de Klipperweg langs de woning van [slachtoffer] gereden en reed hij op de Overdiemerweg om 18:26 uur, 19:54 uur en 20:09 uur.
Op de camerabeelden van het Shell tankstation is te zien dat de rode Fiat 500 van verdachte om 19:00 uur de oprit van het tankstation is opgereden. De bijrijder is vervolgens uit de auto gestapt en de wijk in gelopen. Op andere camerabeelden is te zien dat de bijrijder om
19:04 uur over de Klipperweg loopt. Om 19:06 uur loopt hij vervolgens langs de woning van [slachtoffer] .
[naam 2] heeft op 1 juli 2025 bij de rechter-commissaris verklaard dat het klopt dat hij die dag met verdachte was en door de wijk is gereden.
WhatsApp-gesprekken op de telefoon van [naam 1]
De achternaam van [naam 3] is officieel gewijzigd naar [naam 1] .Binnen het onderzoek 26Arseen is medio 2016 [naam 1] aangehouden, waarna verscheidene telefoons in beslag zijn genomen. Een van die telefoons betrof een iPhone. Op deze telefoon stond een aantal WhatsApp-gesprekken die volgens het onderzoeksteam over [slachtoffer] gaan, waaronder een gesprek tussen [naam 1] en [naam 4] – de vriendin van [slachtoffer] –
op 27 mei 2016, inhoudende:
[naam 4] om 00:21:37 :
Ik ben vdv
[naam 1] om 00:22:06 :
Met wie?
[naam 4] om 00:22:14 :
[bijnaam]
[naam 1] om 00:23:29 :
Je blijft daar pitten vandaag?
[naam 4] om 00:26:18 :
Ja
[naam 4] om 07:50:18 :
Vandaag akersloot
[naam 1] om 09:11:59 :
Waar is [bijnaam]
[naam 1] om 11:39:03 :
Jullie zijn weer thuis?
[naam 4] om 11:40:21 :
Ik ga nu naar huis
Uit de rittenstaatgegevens [kenteken] , Porsche Cayenne, in gebruik bij [slachtoffer] , blijkt dat dit voertuig zich op 26 mei 2016 omstreeks 23:31 uur bevond op de locatie Ag Akersloot
- Geesterweg Akersloot. Op het adres Geesterweg 1a te Akersloot is Hotel Van der Valk Akersloot gevestigd.
Op de camerabeelden van het hotel is te zien dat [slachtoffer] op 26 mei 2016 omstreeks 23.28 uur incheckt en op 27 mei 2016 omstreeks 11.43 uur uitcheckt. Tevens is op de beelden te zien dat [slachtoffer] met een dame is binnengekomen die ook mee de kamer op gaat en dat beiden op 27 mei 2016 in de ochtend de kamer weer verlaten. Vervolgens is hij blijkens de rittenstaatgegevens van de Porsche Cayenne tussen 11:37 uur en 12:15 uur naar zijn woning aan de [adres] gereden. Die middag is hij om 14:41 uur weer vanaf de Klipperweg weggereden en om 17.52 uur weer teruggekeerd, waarna hij om 17:55 uur zijn woning is binnengegaan.
Blijkens de enkelbandgegevens van verdachte bevond hij zich om 18:43 uur op de Klipperweg.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het klopt dat hij die avond om 21:11 uur een bericht van [naam 1] heeft ontvangen.[naam 1] heeft het volgende naar verdachte gestuurd:
“Grooooooooootste kanker clowns. Die meid heeft ze voor de 2de x geloest. Kwil hun nooit meer zien”. Daarop reageert verdachte: “
Serieus(om 21:11 uur)
. Betaal deze rekening snel laten we gaan heb geen geld”(om 21:12 uur).
Via de enkelbandgegevens van verdachte is te zien dat verdachte om 21:49 uur richting Utrecht is vertrokken.
Om 22:03 uur komt [slachtoffer] met zijn zoon in zijn Porsche Cayenne aanrijden.
Eén minuut later rent een man in de richting van [slachtoffer] . Er zijn 12 schoten te horen.
Op grond van het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de liquidatie van [slachtoffer] . De rechtbank gaat daarbij allereerst uit van de feiten en omstandigheden die het gerechtshof in het arrest tegen [naam schutter] heeft vastgesteld: [slachtoffer] is op 27 mei 2016 voor zijn woning door [naam schutter] doodgeschoten. [naam schutter] en zijn mededader hebben in de uren daarvoor op verschillende tijdstippen door de wijk van [slachtoffer] gelopen. Daarbij zijn ze ook meermalen langs de woning van [slachtoffer] gelopen. Vlak voor de aanslag zaten zij op een bankje in de buurt van die woning, waarvandaan [naam schutter] om 22:03 uur naar [slachtoffer] is gerend en op hem heeft geschoten.
In de uren voor de moord is ook verdachte in de wijk van [slachtoffer] . Hij heeft rondjes door de wijk gereden, waarbij hij ook drie keer door de straat van [slachtoffer] is gereden. De laatste keer dat hij langs de woning van [slachtoffer] reed, was een kwartier voordat [slachtoffer] door [naam schutter] werd doodgeschoten. Tijdens het rijden van de rondjes is hij geen enkele keer gestopt.
Verdachte is die avond ook drie keer op de Overdiemerweg geweest. Dit is de weg die door [naam schutter] en zijn mededader met een zwart-wit kleurige scooter is gebruikt als vluchtroute, en
tien meter van de plek waarvandaan een dag na de liquidatie een gelijk uitziende scooter als de vluchtscooter in het water is aangetroffen.
Om 21:11 uur op de avond van de moord ontvangt verdachte een bericht van [naam 1] , waarin [naam 1] schrijft:
“Grooooooooootste kanker clowns. Die meid heeft ze voor de 2de x geloest. Kwil hun nooit meer zien”. Hierop antwoordt verdachte:
“Serieus. Betaal deze rekening snel laten we gaan heb geen geld.”In samenhang bezien met de aanwezigheid van verdachte op dat moment in de wijk van [slachtoffer] , alsmede de bewegingen en locaties van [slachtoffer] die avond, begrijpt de rechtbank deze berichten zo dat [naam 1] er geïrriteerd over is dat [slachtoffer] (“
die meid”) die avond al twee keer van zijn huis heeft kunnen wegrijden en heeft kunnen ontkomen (“
geloest”) zonder dat ze hem hebben kunnen doodschieten. Verdachte rijdt op dat moment rondjes in de wijk van [slachtoffer] en stuurt naar [naam 1] dat ze [slachtoffer] snel moeten doodschieten (“
betaal deze rekening snel”) omdat hij geen geld heeft.
Verdachte heeft over deze berichten op zitting verklaard dat hij niet weet wat [naam 1] bedoelde en dat er waarschijnlijk nog een rekening voor betaalde (huishoudelijke) kosten open stond die hij betaald wilde hebben. Dat het bericht van verdachte geheel losstaat van de berichten die gezonden zijn door [naam 1] vindt de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte stuurt zijn berichten binnen één minuut nadat [naam 1] zijn berichten heeft verzonden en er wordt in de reactie door verdachte gesproken over “deze rekening” wat naar het oordeel van de rechtbank impliceert dat het een reactie is op wat [naam 1] stuurt. Verder heeft verdachte niet kunnen uitleggen waarom hij juist die avond speciaal naar Diemen moest om zijn sleutel en horloge terug te krijgen van [naam schutter] . Verdachte heeft de dag ervoor immers nog een ontmoeting gehad met hem.
De rechtbank wordt verder gesterkt in haar overtuiging dat dit gesprek betrekking had op het plan om [slachtoffer] die avond te liquideren, doordat [naam 1] die dag via de vriendin van [slachtoffer] de locatie van [slachtoffer] heeft proberen te achterhalen. [naam 1] heeft letterlijk aan de vriendin van [slachtoffer] gevraagd met wie ze is, waar ‘ [bijnaam] ’ is en of ze alweer thuis zijn. Hieruit blijkt duidelijk de interesse van [naam 1] in de locatie van [slachtoffer] . Het verweer van de raadsman dat uit dit gesprek geen specifieke interesse in [slachtoffer] blijkt, verwerpt de rechtbank en de verklaring van verdachte wordt als ongeloofwaardig terzijde geschoven.
Verdachte was die avond ook in het bijzijn van [naam 2] . Verdachte heeft samen met [naam 2] in de Fiat 500 rondjes gereden door de wijk van [slachtoffer] en hij heeft [naam 2] bij een tankstation afgezet, waarna [naam 2] de wijk van [slachtoffer] ingelopen is en langs de woning van [slachtoffer] is gelopen. [naam 2] is ook samen met verdachte op de plek aan de Overdiemerweg geweest, waar een dag later een scooter lijkend op de vluchtscooter in het water is gevonden.
Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat op grond van de verklaring van getuige [naam getuige] niet kan worden vastgesteld wie de derde man is met wie verdachte en [naam 2] aan het discussiëren waren. Daarmee kan ook niet worden vastgesteld dat de derde man iemand was die bij de liquidatie van [slachtoffer] betrokken was. Het signalement van de derde man is te weinig concreet om op basis daarvan een koppeling te kunnen maken met de schutter – [naam schutter] – en zijn mededader, de bestuurder van de vluchtscooter. Ook kan niet worden vastgesteld waarover de discussie ging. De rechtbank gaat dan ook niet mee in de redenering van de officier van justitie dat verdachte in discussie was met de twee uitvoerders van de liquidatie.
De rechtbank overweegt voorts dat verdachte op de vooravond van de moord een ontmoeting heeft gehad met onder meer [naam 1] , [naam 2] en [naam schutter] . Weliswaar kan niet worden vastgesteld waar de ontmoeting over ging, maar de rechtbank acht deze ontmoeting redengevend voor het bewijs omdat daarmee kan worden vastgesteld dat verdachte in de aanwezigheid is geweest van personen die een dag later met de moord op [slachtoffer] in verband kunnen worden gebracht.
De rechtbank is van oordeel – in onderling verband en samenhang bezien – dat het niet anders kan dan dat verdachte wist dat het plan was om [slachtoffer] die avond te vermoorden en dat hij in dat kader in de wijk van [slachtoffer] voorverkenningen aan het verrichten was. Dat verdachte vaker in Diemen kwam, wil de rechtbank aannemen. Dat doet echter niet af aan zijn opmerkelijke gedrag die avond: verdachte reed gedurende meer dan drie uren meermalen rondjes in de wijk en langs de woning van [slachtoffer] . Verdachte kan niet verklaren waarom hij die avond meermalen langs de woning van [slachtoffer] is gereden. Verdachte heeft verder op enig moment zijn bijrijder afgezet, die vervolgens ook langs de woning van [slachtoffer] is gelopen. De rechtbank kan deze bewegingen niet anders uitleggen dan dat dit voorverkenningen zijn geweest en dat verdachte dus een spotter heeft afgezet. De rechtbank wordt bovendien gesterkt in haar overtuiging dat verdachte bezig was met het voorverkennen van de wijk doordat de plek waar verdachte uit de auto is gestapt een afgelegen locatie is waar alleen wandelaars en fietsers komen. Verdachte heeft geen verklaring voor waarom hij op die specifieke plek was. Het verweer dat verdachte geen wetenschap heeft gehad van de op handen zijnde liquidatie van [slachtoffer] en dat [naam schutter] om die reden in de wijk van [slachtoffer] was, wordt gezien bovenstaand bewijs verworpen.
Concluderend zal verdachte van het primair tenlastegelegde medeplegen worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat de bijdrage van verdachte méér is geweest dan hiervoor is vastgesteld. Verdachte heeft dan ook niet een zodanig intellectuele en materiële bijdrage aan de moord op [slachtoffer] geleverd dat hij als medepleger kan worden aangemerkt.
Wel kan worden bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest aan de voorbereiding van de moord op [slachtoffer] door deel te nemen aan de voorverkenningen van de wijk. Ook heeft hij één van de spotters – [naam 2] – in zijn auto vervoerd en in de wijk afgezet. Daarmee is hij bij de uitvoering van de moord behulpzaam geweest en heeft hij de schutter [naam schutter] en zijn mededader gelegenheid en middelen verschaft.