Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 februari 2026, met producties, tevens houdende het incidentele verzoek strekkende tot verstrekking van gegevens als bedoeld in artikel 195 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv),
- de incidentele conclusie van antwoord van 8 april 2026, met producties,
2.De feiten, voor zover van belang in het incident
€ 12.769,13. In de omschrijving van de factuur staat: “opstellen + indienen verzoekschrift Frankrijk conservatoir beslag Frankrijk”.
€ 17.607,76 (excl. btw) op heeft ingehouden (€ 21.305,39 incl. btw). Het restant van € 14.623,91 heeft Syn op de rekening van [eiser] bijgeschreven.
3.De vordering in de hoofdzaak
4.Het geschil in incident
€ 50.000,-;
5.De beoordeling in incident
€ 250.000,-. De toegewezen stukken zien enkel op het dossier van [eiser] en bevat geen concurrentiegevoelige informatie. Voor zover dit wel het geval is, kan Syn die (deels) onleesbaar maken.
6.De beslissing
- alle stukken met betrekking tot (het verzoek om) conservatoir beslag in Frankrijk,
- alle stukken met betrekking tot (de gestelde) procedure(s) in Frankrijk,
- de urenspecificaties per medewerker van Syn die aan het dossier van [eiser] heeft gewerkt voor werkzaamheden die bij [eiser] in rekening zijn gebracht buiten de door partijen overeengekomen vaste prijs,
- alle facturen (met specificaties) van ingeschakelde (buitenlandse) advocaten / partners en/of gerechtsdeurwaarders die in dit dossier zijn gemaakt en door Syn aan [eiser] zijn doorbelast of verrekend,
- een specificatie van ontvangsten die aantonen welk bedrag Syn wanneer van of namens SAS heeft ontvangen;