ECLI:NL:RBAMS:2026:5894

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
11 juni 2026
Zaaknummer
12065547 BB VERZ 26-11
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 10 lid 1 Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen bestuurlijke boete wegens onduidelijkheid eigendom afvalstoffen

Betrokkene kreeg op 30 juni 2025 een bestuurlijke boete opgelegd wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder gebruik van het gebruikelijke inzamelmiddel of brengdepot, geconstateerd op 20 maart 2025. Betrokkene maakte bezwaar, dat werd afgewezen, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam.

De kantonrechter oordeelde dat het beroepschrift ondanks een geringe termijnoverschrijding ontvankelijk was. De kern van het geschil betrof de vraag of het afval daadwerkelijk aan betrokkene kon worden toegerekend. In de aangetroffen kartonnen doos werden een brief en een envelop met gegevens van betrokkene gevonden, maar de doos zelf droeg geen adressticker en het afval was niet duidelijk aan betrokkene toe te schrijven.

Volgens vaste rechtspraak geldt een bewijsvermoeden dat degene aan wie afval kan worden herleid ook de overtreder is, maar dit vermoeden kan worden weerlegd met een concrete en onderbouwde verklaring. Betrokkene voerde aan dat hij altijd gebruikmaakt van papiercontainers en niet weet hoe zijn poststukken in de doos zijn beland. De kantonrechter vond het verweer consistent en oordeelde dat er voldoende twijfel bestond over de toerekening van het afval aan betrokkene.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het betaalde bedrag gerestitueerd. De beslissing werd uitgesproken tijdens de openbare zitting van 26 mei 2026.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bestuurlijke boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat het afval aan betrokkene toebehoorde.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. R. Kruisdijk
zaaknummer: 12065547 BB VERZ 26-11
beslissing van: 26 mei 2026
func.: 43837
PROCES-VERBAALvan de in het openbaar gehouden zitting van 26 mei 2026, tevens houdende
BESLISSINGop het beroep.
Door de kantonrechter, bijgestaan door de griffier, is overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroepschrift dat is ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (verder: verweerder) van 4 december 2025.
Het beroepschrift is ingediend door:

[betrokkene]

[adres]
[postcode] [plaats]
verder: betrokkene (geboren op [geboortedatum] 1996).

Kenmerk: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is op 30 juni 2025 een bestuurlijke boete opgelegd. Betrokkene heeft tegen die bestuurlijke boete bezwaar ingesteld bij verweerder. Deze heeft het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter op 22 januari 2026.
Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 26 mei 2026.
Betrokkene is ter zitting verschenen en de cautie verleend.
Namens verweerder zijn in de onderhavige zaak mevrouw [naam 1] en
mevrouw [naam 2] verschenen.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Allereerst dient beoordeeld te worden of betrokkene in het beroep kan worden ontvangen.
Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb, is een bezwaar- of beroepschrift voorts tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkheidsverklaring achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De kantonrechter stelt vast dat de termijn voor het instellen van beroep bij de kantonrechter op 16 januari 2026 eindigde, zodat uiterlijk op die dag het beroepschrift ter post had moeten zijn bezorgd. Het door betrokkene ingediende, op 8 januari 2026 gedateerde, beroepschrift is op 22 januari 2026 bij de griffie van de rechtbank Amsterdam ingekomen. De envelop waarin het beroepschrift is verstuurd ontbreekt in het dossier.
4. Nu de envelop ontbreekt kan de kantonrechter niet nagaan wanneer het beroepschrift ter verzending bij de post is aangeboden. Gelet hierop en nu het slechts een geringe termijnoverschrijding betreft, ziet de kantonrechter aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De kantonrechter gaat over tot de inhoudelijke behandeling van de zaak.

Ten aanzien van het inhoudelijke beroepschrift:

5. Aan betrokkene wordt het verwijt gemaakt dat er huishoudelijke afvalstoffen zijn aangeboden anders dan met behulp van het gebruikelijke inzamelmiddel of dat er geen gebruik is gemaakt van de gebruikelijke inzamelvoorziening of brengdepot (artikel 10, lid 1 van de Afvalstoffenverordening Amsterdam 2023). Deze overtreding is geconstateerd op de [straat] ter hoogte van [huisnummer] te [plaats] op 20 maart 2025.
6. Betrokkene stelt dat het aantreffen van een poststuk van hem in een grote open kartonnen doos onvoldoende bewijs vormt dat hij daadwerkelijk het afval buiten de container heeft geplaatst. Op de kartonnen doos staat een logo van een LG televisie afgebeeld, maar betrokkene bezit helemaal geen LG televisie en heeft deze ook nooit aangeschaft. Betrokkene heeft een televisie van het merk Samsung met een geheel ander model en voetstuk dan de televisie die op de kartonnen doos is afgebeeld. Betrokkene vindt het onredelijk dat hij nu moet verklaren hoe een aan hem gerichte brief in een doos zonder adressering belandt die aantoonbaar niet van hem is. Betrokkene maakt altijd gebruik van de papiercontainers. Als deze vol zijn, dan neemt betrokkene zijn papieren afval netjes weer mee naar huis om het later opnieuw aan te bieden. Betrokkene weet niet hoe hij moet aantonen dat een ander zijn oud papier uit de container heeft gehaald en het in een doos heeft gestopt. Dat is niet redelijk en daarom voelt de boete onterecht. Betrokkene heeft ook nog verwezen naar een uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 4 november 2021 (kenmerk GEMW 200.303.392/01).
7. Verweerder heeft meegedeeld de beslissing waartegen beroep is ingesteld, evenals de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven. Er zitten poststukken van betrokkene in de doos, en dus wordt het afval toegeschreven aan betrokkene. Dat betrokkene geen LG toestel heeft wil nog niet zeggen dat hij het niet aan iemand anders cadeau heeft gedaan.
8. De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting.
9. Volgens vaste rechtspraak mag er van worden uitgegaan dat de persoon tot wie de aangetroffen afvalstoffen kunnen worden herleid, ook de overtreder is. De kartonnen doos is in het onderhavige geval tot betrokkene herleid, omdat daarin een document en een envelop zijn aangetroffen met de gegevens van [betrokkene] , [adres] te [plaats] , zoals is te zien op de foto’s in het overtredingsrapport.
10. Van betrokkene wordt evenwel niet verwacht dat hij onomstotelijk aantoont dat hij de overtreding niet heeft begaan. Het bewijsvermoeden dat degene tot wie de afvalstoffen kunnen worden herleid ook de overtreder is, kan worden weerlegd door het aannemelijk maken van het tegendeel. Dat kan bijvoorbeeld door het geven van een concrete, gedetailleerde, logische en met objectieve omstandigheden onderbouwde verklaring voor het, zonder toedoen van de beboete persoon, belanden van de aangetroffen afvalstoffen op die plek.
11. Gelet op het consistente verweer van betrokkene is naar het oordeel van de kantonrechter genoeg twijfel ontstaan of in de onderhavige zaak het aantreffen van de kartonnen doos buiten de container aan betrokkene kan worden toegerekend. Het staat onvoldoende vast dat de kartonnen doos, waar een brief en een envelop van betrokkene in zijn aangetroffen, aan betrokkene toebehoorde, nu het document in stukjes en de verkreukelde envelop los in de doos zijn gevonden. Er is in dit geval geen sprake van een adressticker die op de kartonnen doos is geplakt, waaruit kan worden afgeleid dat de doos aan betrokkene toebehoorde. Betrokkene dient daarom het voordeel van de twijfel te krijgen, zodat wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

- verklaart het beroep gegrond;
- bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd.
Waarvan proces-verbaal,
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.