ECLI:NL:RBAMS:2026:6028
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen opschorting subsidie wegens onvoldoende spoedeisend belang
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om haar subsidie voor 13 weken op te schorten vanwege een ernstig vermoeden van misbruik en betrokkenheid bij een strafrechtelijk onderzoek. Het college baseert dit op het niet melden van het onderzoek, onduidelijkheden over gelieerde bv’s en informatie van oud-medewerkers.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij in een acute financiële noodsituatie verkeert of dat er onomkeerbare gevolgen, zoals faillissement, zullen intreden. De overgelegde financiële stukken zijn niet voldoende onderbouwd en de liquide middelen lijken beschikbaar te zijn. Hierdoor ontbreekt het spoedeisend belang voor een voorlopige voorziening.
Daarnaast geeft de voorzieningenrechter een voorlopig rechtmatigheidsoordeel: de opschorting is bedoeld om het college in staat te stellen een zorgvuldig onderzoek te doen en het ernstige vermoeden is voldoende onderbouwd. Naar verwachting zal het besluit in bezwaar stand houden.
Het verzoek wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen opschorting van de subsidie wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.