Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6032

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
12 juni 2026
Zaaknummer
11711906 WM VERZ 25-7411
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onjuiste schouwrapporten bij geslotenverklaring Laan van Vlaanderen Amsterdam

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op de Laan van Vlaanderen te Amsterdam op 7 augustus 2024. Hij stelde beroep in tegen deze beschikking, omdat hij het bord niet had gezien en de verkeerssituatie onduidelijk was.

De rechtbank behandelde het beroep op 10 juni 2026. Verweerder stelde dat het beroep ongegrond was, onder verwijzing naar schouwrapporten die de aanwezigheid en zichtbaarheid van de borden bevestigden. Echter, ter zitting werd bekend dat een van de twee borden sinds januari 2024 was verwijderd, wat niet in de schouwrapporten was opgenomen.

De kantonrechter oordeelde dat de schouwrapporten niet naar waarheid waren opgemaakt en dat daardoor de vaststelling van de overtreding geen betrouwbare feitelijke grondslag had. Het beroep werd gegrond verklaard, de sanctiebeschikking vernietigd en het betaalde bedrag gerestitueerd.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de sanctiebeschikking wegens overtreding geslotenverklaring wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. B.T. Beuving
zaaknummer: 11711906 WM VERZ 25-7411
beslissing van: 10 juni 2026
func.: 58217
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 10 juni 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
verder: betrokkene
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 2 januari 2025 en is gericht tegen de beslissing van 2 december 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 27 augustus 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 10 juni 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten een weg te hebben gebruikt in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen (bord C12) op 7 augustus 2024 om 16:30 uur op de Laan van Vlaanderen te Amsterdam.
2. Het beroep is tijdig ingesteld.
3. Betrokkene voert in zijn beroepschrift aan dat hij het bord niet heeft gezien. Als oplettend verkeersdeelnemer heeft hij daarom ter plaatse onderzocht waarom hij het bord over het hoofd heeft gezien. Tijdens dit onderzoek is hij nogmaals langs de locatie gereden en heeft hij opnieuw een boete voor exact dezelfde overtreding ontvangen. Volgens betrokkene is de verkeerssituatie zodanig onduidelijk en verwarrend dat het voor weggebruikers onmogelijk is om het bord tijdig op te merken. Daarbij merkt betrokkene op dat hij de betreffende route hooguit drie keer per jaar rijdt en dus niet bekend was met de gewijzigde verkeerssituatie.
4. Ter zitting stelt verweerder zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is. Alhoewel een van de twee borden is verwijderd, kan de gedraging op grond van de zich in het dossier bevindende gegevens worden vastgesteld. De aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding het sanctiebedrag te matigen.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. Uit het zich in het dossier bevindende zaakoverzicht blijkt dat de overtreding automatisch is geconstateerd en op een digitale foto is vastgelegd. De camera is geplaatst na het bord C12 met onderbord ‘ma t/m vrij 07:00 – 10:00 H en 16:00 – 19:00 H’ en ‘uitgezonderd lijnbussen’. De camera heeft vastgelegd dat het voornoemde voertuig kwam uit de zuidzuidoostelijke richting van de Vlimmerenstraat en reed in noordnoordwestelijke richting naar de Plesmanlaan. De camera heeft vastgelegd dat de bestuurder van het voertuig het bord C12 negeerde en de geslotenverklaring in reed.
Gedraging
7. Het gaat om de locatie aan het einde van de Laan van Vlaanderen richting de Plesmanlaan ter hoogte van de Vlimmerenstraat. Dit betreft een wegdeel met twee voorsorteerstroken, een naar links en een naar rechts.
8. Uit het verkeersbesluit Laan van Vlaanderen, geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen tijdens spitsuren uitgezonderd lijnbussen, van de gemeente Amsterdam (Gemeenteblad 2023 nr. 448775 van 20 oktober 2023) volgt dat er zowel links als rechts een verbodsbord is geplaatst op die locatie. In de twee schouwrapporten, gedateerd kort voor en kort na de vermeende gedraging, is opgenomen dat alle borden duidelijk en onbeschadigd zijn geplaatst en voor eenieder goed zichtbaar. Deze schouwrapporten zijn op ambtsbelofte opgemaakt.
9. Door de zittingsvertegenwoordiger is medegedeeld dat er in werkelijkheid sinds januari 2024 geen verbodsbord (C12) meer aan de linkerzijde staat. Uitsluitend aan de rechterzijde staat zo een verbodsbord.
10. Dit betekent naar het oordeel van de kantonrechter dat de schouwrapporten ten aanzien van deze locatie niet naar waarheid zijn opgemaakt. Daarmee ontbeert de vaststelling van de gedraging op deze locatie een betrouwbare en deugdelijke feitelijke grondslag. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gegrond en vernietigt de bestreden beslissing, alsmede de inleidende beschikking;
  • bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.