Uitspraak
1.De procedure
- het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 17 december 2025,
- de aanvullende producties van de zijde van [eiser],
- de aanvullende producties van de zijde van [gedaagde].
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak stond centraal of de bedrijfsruimte bij het sluiten van de huurovereenkomst bedoeld was voor gebruik als restaurant. Verzoekster heeft bewijs geleverd door middel van getuigenverklaringen en aanvullende producties dat dit inderdaad de bedoeling was. De getuigen, onder wie twee politieagenten, verklaarden consistent en betrouwbaar dat de ruimte als restaurant werd gebruikt en dat de oorspronkelijk verhuurder betrokken was bij de verbouwing en opening.
De kantonrechter achtte deze verklaringen voldoende om met redelijke mate van zekerheid vast te stellen dat de bedrijfsruimte vanaf het begin als restaurant is gebruikt en dat dit de bedoeling van partijen was. Hierdoor is verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn, omdat zij huurbescherming geniet als gebruiker van een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 lid 2 sub a BW Pro.
De proceskosten worden toegewezen aan verzoekster en begroot op € 921,50, te betalen door gedaagde. De kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af. De beschikking is gegeven door kantonrechter J.H.J. Evers en uitgesproken op 3 juni 2026.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn wordt afgewezen omdat de bedrijfsruimte vanaf het begin als restaurant is gebruikt.