Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6077

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 april 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/13/775792
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:401 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betwisting facturatie vaste contracturen versus gewerkte uren in raamovereenkomst uitzendbranche

Partijen, actief in de uitzendbranche, sloten een raamovereenkomst waarbij Growth als intermediair en PFP als HR-dienstverlener samenwerkten. De kern van het geschil betrof de facturatie van een werknemer, waarbij Growth stelde dat alleen gewerkte uren gefactureerd mochten worden, terwijl PFP een vast maandloon op basis van contracturen hanteerde.

De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst, inclusief Bijlage I, duidelijk een vast maandloon op basis van 173,33 contracturen per maand voorschreef. De keuze voor een vast maandloon leidde tot een korting op het uurtarief en maakte urenspecificaties overbodig. Growth kon niet aantonen dat PFP tekort was geschoten in haar zorgplicht, ook niet op grond van artikel 7:401 BW Pro.

Het verstekvonnis dat Growth veroordeelde tot betaling van de openstaande facturen werd bekrachtigd. De vorderingen van Growth in reconventie wegens schade door het ontbreken van urenspecificaties werden afgewezen. Growth werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten.

Uitkomst: Het verzet van Growth wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd, waarbij Growth gehouden is de facturen van PFP te voldoen.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/775792 / HA ZA 25-1504
Vonnis in verzet van 29 april 2026
in de zaak van
GROWTH ACCELERATOR SERVICES B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in verzet,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Growth,
advocaten: mr. K. Haak en mr. S.R. Bolhuis,
tegen
PAY FOR PEOPLE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde partij in verzet,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: PFP,
advocaat: mr. L.M. Ravestijn.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaarding van PFP van 31 mei 2024, met producties,
- het verstekvonnis van 17 juli 2024 (C/13/752063 / HA ZA 24-639),
- de verzetdagvaarding tevens eis in reconventie van Growth van 31 juli 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord in reconventie van PFP van 19 november 2025, met een productie,
- het tussenvonnis van 24 december 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 maart 2026, met de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn allebei actief in de uitzendbranche. Growth richt zich op het inhuren en doorlenen van personeel. PFP is een full-service HR-dienstverlener en houdt zich bezig met het ter beschikking stellen van werknemers aan inleners.
2.2.
Op 23 september 2022 hebben partijen een raamovereenkomst (hierna: de Overeenkomst) gesloten, op basis waarvan zij tezamen vraag en aanbod naar werk bij elkaar zouden brengen. Growth trad in dit samenwerkingsverband op als intermediair. In de Overeenkomst is – voor zover hier relevant – het volgende vastgelegd:
“ (…)
Artikel 3 Bepalingen Pro uitzendformule
1. Intermediair zal voor de duur van deze Overeenkomst in opdracht en ten behoeve van Pay for People potentiële Inleners benaderen die behoefte hebben aan de inzet van Werknemers voor het verrichten van arbeid van tijdelijke aard.
(…)
Artikel 4 Facturatie Pro aan Inlener
(...)
6. Indien gewenst kan Pay for People ook Werknemers aan Intermediair leveren, waarna Intermediair de Werknemer zelf uitleent aan haar Inleners. (…) Wanneer Pay for People werknemers levert aan Intermediair en de Intermediair factureert zelf aan de Inlener, is sprake van schema 3 facturatie. In beide gevallen sluit Pay for People in afwijking van het hiervoor bepaalde niet rechtstreeks een inleenovereenkomst met inlener.
(…)
Artikel 6 Vergoeding Pro Intermediair Uitzendformule
(…)
2. Voor elk door een Werknemer bij een door Intermediair gevonden Inlener gewerkt en door Pay for People uitbetaald uur is Intermediair aan Pay for People een uurtarief verschuldigd. (…)”
2.3.
In Bijlage I bij de Overeenkomst is – voor zover relevant – ten aanzien van het uurtarief het volgende opgenomen:
“(…)
Het uurtarief wordt berekend door het bruto uurloon van de Werknemer te vermenigvuldigen met een factor. (…)
De intermediair heeft gekozen voor een:
x vast maandloon
U bent het tarief verschuldigd over alle met de werknemer overeengekomen contracturen, dus niet alleen de gewerkte uren, maar ook de uren dat de werknemer geen werkzaamheden heeft verricht als gevolg van vakantie, feestdagen, ADV (indien van toepassing), kort verzuim, buitengewoonverlof.
(…)”
2.4.
Op de Overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van PFP van toepassing verklaard. Die algemene voorwaarden bevatten – voor zover hier relevant – de volgende bepalingen:
“(…)
Artikel 14 Facturatie Pro aan Intermediair
(…)
5. (…) Indien eenentwintig dagen na dagtekening van de herinnering nog geen volledige betaling ontvangen is, is inlener 2% boete en de wettelijke handelsrente over het openstaande factuurbedrag verschuldigd.
(…)
9. Alle kosten van inning, waaronder begrepen de volledige kosten van rechtsbijstand, zowel in als buiten rechte, komen geheel voor rekening van Intermediair. De vergoeding ter zake van buitengerechtelijke kosten worden gefixeerd op 15% van de verschuldigde hoofdsom inclusief rente met een minimum van € 500,00 per vordering. Deze vergoeding zal steeds, zodra rechtsbijstand door Pay for People is ingeroepen respectievelijk de vordering door Pay for People ter incasso uit handen is gegeven, zonder enig nader bewijs in rekening worden gebracht en door Intermediair verschuldigd zijn.
(…)”
2.5.
Via het matchingsplatform van PFP is de heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) gematcht met een vacature van Lely International N.V. (hierna: Lely), een opdrachtgever van Growth. Hierop werd er ten behoeve van Growth een arbeidsovereenkomst gesloten tussen PFP en [naam 1]. Op 30 november 2022 hebben Growth en Lely vervolgens een overeenkomst van opdracht gesloten, op basis waarvan [naam 1] aan Lely beschikbaar werd gesteld. In die overeenkomst van opdracht is – voor zover hier relevant – het volgende vastgelegd:
“(…)
Artikel 6 Vergoeding Pro, facturering en betaling
6.1
Opdrachtgever betaalt Opdrachtnemer € 87,50 per uur exclusief BTW.
6.2
Opdrachtnemer zal voor de verrichte werkzaamheden aan Opdrachtgever een factuur (doen) zenden. De factuur zal voldoen aan de wettelijke vereisten en bevat een urenspecificatie. (…)”
2.6.
Op 1 november 2022 is [naam 1] gestart met zijn werkzaamheden voor Lely. Het salaris van [naam 1] werd maandelijks uitgekeerd door PFP. PFP stuurde vervolgens facturen aan Growth. Voor de maanden november en december 2022 factureerde PFP aan Growth een bedrag van € 27.583,80, voor januari 2023 een bedrag van € 14.819,98 en voor februari 2023 een bedrag van € 14,819,98. Voor deze maanden werden steeds 173,33 uren van [naam 1] in rekening gebracht. Growth stuurde de facturen van PFP daarna door aan Lely, zodat Lely de gefactureerde bedragen aan Growth kon voldoen.
2.7.
Op 12 januari 2023 hebben partijen per e-mail contact gehad over de facturen van PFP. In deze mailwisseling heeft Growth – voor zover hier relevant – het volgende aan PFP laten weten:
“(…)
Ik zag daarbij dat [naam 1] meer dan 150 uur per maand had ingevuld, maar we juist waren overeengekomen dit op een vast aantal uur/tarief te zetten. Het betreft 1800 uur per jaar in 12 maanden zoals besproken, en daarbij behoorde ook een korting vanuit P4P overeengekomen vanuit [naam 2]?(…)”
2.8.
Het bedrag van de factuur van november en december 2022 is door Lely aan Growth voldaan. Hierna ontstonden er echter moeilijkheden tussen Growth en Lely. Omdat [naam 1] in de maanden januari 2023 en februari 2023 verlofuren had opgenomen, kon Lely zonder urenspecificatie niet akkoord gaan met de door Pay for People opgestelde en door Growth doorgestuurde facturen. PFP heeft geen urenspecificatie van de door [naam 1] gewerkte uren overgelegd.
2.9.
Omdat iedere betaling door Growth aan PFP uitbleef, heeft PFP de Overeenkomst op 7 maart 2023 beëindigd. Op 10 maart 2023 heeft PFP [naam 1] ontslagen.
2.10.
Vanwege het ontslag van [naam 1], heeft Lely de overeenkomst met Growth op 27 maart 2023 opgezegd.
2.11.
Aangezien Growth de facturen van PFP ondanks verschillende aanmaningen niet betaalde, is PFP deze procedure gestart.
2.12.
Bij verstekvonnis van 17 juli 2024 is Growth veroordeeld tot betaling aan PFP € 57.223,76, vermeerderd met de contractuele rente over dit bedrag met ingang van de vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling, € 1.347,23 aan buitgerechtelijke kosten en € 4.399,69 aan proceskosten.
2.13.
Growth is op 8 juli 2025 bekend geworden met het verstekvonnis.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
Growth vordert in verzet – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad het verstekvonnis van 17 juli 2024 te vernietigen, met veroordeling van PFP in de proceskosten.
3.2.
Growth legt aan haar vorderingen ten grondslag dat partijen zijn overeengekomen dat Growth alleen betaling verschuldigd is voor de daadwerkelijk door [naam 1] gewerkte uren. PFP heeft echter het volledig aantal contracturen in rekening gebracht. Omdat PFP heeft geweigerd een urenspecificatie te overleggen van de door [naam 1] daadwerkelijk gewerkte uren, betwist Growth de juistheid van de facturen.
3.3.
PFP voert verweer. Tussen partijen is overeengekomen dat er een vast maandloon (op basis van 173,33 arbeidsuren ) voor [naam 1] in rekening zou worden gebracht. Daarnaast heeft Growth niet binnen de daarvoor overeengekomen termijn van zeven dagen bezwaar gemaakt tegen de facturen, zodat zij ook om die reden betaling aan PFP verschuldigd is. PFP concludeert dan ook tot niet-ontvankelijke van Growth, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Growth, met veroordeling van Growth in de kosten van deze procedure.
In reconventie
3.4.
In reconventie vordert Growth – na vermindering van eis – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, PFP veroordeelt tot betaling van € 15.044,40 vermeerderd met rente en kosten.
3.5.
Growth legt aan haar vordering ten grondslag dat PFP haar zorgplicht in de zin van artikel 7:401 BW Pro heeft geschonden door Growth niet te voorzien van een urenspecificatie van de door [naam 1] gewerkte uren. Aangezien Growth die specificatie nodig had om een vergoeding van Lely te ontvangen, is zij inkomsten misgelopen. Hierdoor heeft Growth schade geleden, die zij begroot op € 15.044,40.
3.6.
PFP voert verweer. Zij betwist dat zij gehouden was om een urenspecificatie bij te houden. Partijen zijn een vast maandloon overeengekomen, waardoor er voor PFP geen reden was om urenspecificaties bij te houden. Daar komt bij dat PFP geen partij is bij de overeenkomst tussen Growth en Lely. Dat tussen Growth en Lely andere afspraken zijn gemaakt dan tussen Growth en PFP, is een omstandigheid die voor rekening en risico van Growth komt. Van een schending van een zorgplicht in de zin van artikel 7:401 BW Pro is geen sprake. Verder betwist PFP dat Growth enige schade heeft geleden. PFP concludeert dan ook tot niet-ontvankelijkheid van Growth dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Growth, met veroordeling in de proceskosten, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

4.De beoordeling

In conventie
4.1.
Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat Growth in haar verzet kan worden ontvangen.
De uitleg van de Overeenkomst
4.2.
Partijen zijn het erover eens dat Growth op grond van de Overeenkomst een vergoeding aan PFP verschuldigd is die wordt berekend door het bruto uurloon van de werknemer te vermenigvuldigen met een factor. In de Overeenkomst wordt deze vergoeding aangeduid als ‘
het uurtarief’. Wat partijen echter verdeeld houdt, is of daarbij de met de werknemer overeengekomen contracturen of de daadwerkelijke door de werknemer gewerkte uren als uitgangspunt moeten worden genomen. In dit kader wordt het volgende overwogen.
4.3.
Het antwoord op de vraag wat partijen zijn overeengekomen hangt af van de betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling mochten toekennen en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-maatstaf).
4.4.
In het onderhavige geval is de tekst van de Overeenkomst helder. Uit Bijlage I blijkt namelijk dat destijds door Growth is gekozen voor een vast maandloon, wat daarna verder wordt uitgelegd als: “
U bent het tarief verschuldigd over alle met de werknemer overeengekomen contracturen, dus niet alleen de gewerkte uren”. De keuze voor een vast maandloon, leverde vervolgens een korting op het te betalen uurtarief op. Dat Growth dit ook zo begreep, blijkt wel uit de mailwisseling van 12 januari 2023. Daarin geeft de heer [naam 3] (statutair bestuurder van Growth) immers het volgende aan: “
maar we juist waren overeengekomen op dit op een vast aantal uur/tarief te zetten” en “
daarbij behoorde ook een korting”. Dat bij berekening van het uurtarief desondanks moest worden aangesloten bij de daadwerkelijk door [naam 1] gewerkte uren, blijkt volgens Growth uit de tekst van artikel 6 lid 2 van Pro de Overeenkomst, waarin is opgenomen dat het uurtarief afhankelijk is van elk “
gewerkt en door Pay for People uitbetaald uur”. Tijdens de mondelinge behandeling heeft PFP daarover verklaard dat de Overeenkomst standaardafspraken bevat, die in Bijlage I nader (en in dit geval specifiek voor de situatie van [naam 1]) zijn ingevuld. Dat in Bijlage I afspraken zijn gemaakt die afwijken van de Overeenkomst, had er volgens PFP mee te maken dat partijen anders te werk gingen dan zij in eerste instantie voor ogen hadden. In plaats van PFP, contracteerde in dit geval Growth met de inlener. Growth heeft dit niet weersproken. In dat licht is de rechtbank van oordeel dat partijen met Bijlage I hebben beoogd een uitzondering te maken op de bepalingen in de Overeenkomst. Dit leidt tot de conclusie dat dat partijen met elkaar een vast maandloon zijn overeengekomen, waarbij PFP Growth zou factureren op basis van alle met de werknemer overeengekomen contracturen. Dat Growth met Lely wél is overeengekomen dat zij per daadwerkelijk door [naam 1] gewerkt uur betaald zou krijgen, maakt het voorgaande niet anders. PFP was immers geen partij bij deze afspraken.
4.5.
De vraag die vervolgens voorligt is of de vaste contracturen van [naam 1] neerkwamen op 173,33 arbeidsuren per maand, zoals steeds door PFP bij Growth in rekening is gebracht. Tijdens de mondelinge behandeling heeft PFP toegelicht dat 173,33 uur per maand neerkomt op een veertigurige werkweek. Growth heeft erkend dat de in rekening gebrachte 173,33 uren op de factuur van november en december 2022 overeen kwamen met een vast maandloon, omdat [naam 1] die maanden geen verlof heeft opgenomen. Daaruit kan naar het oordeel van de rechtbank worden afgeleid dat het door PFP gerekende aantal arbeidsuren van 173,33 uur de vaste contractsuren van [naam 1] waren. Growth is dan ook gehouden om de facturen van PFP van in totaal € 57.223,76 te voldoen, te vermeerderen met de contractuele rente van 2% en de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW (zoals is neergelegd in artikel 14.5 van de algemene voorwaarden) vanaf de vervaldatum van iedere factuur. Daarmee komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de vraag of Growth tijdig bezwaar heeft gemaakt tegen de facturen van PFP.
Buitengerechtelijke kosten
4.6.
De rechtbank ziet aanleiding om de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten te matigen tot het bedrag overeenkomstig het tarief van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit), omdat niet is gesteld dat de werkelijke kosten hoger zijn geweest dan het in het Besluit genoemde tarief.
De rechtbank wijst daarom € 1.347,23 toe aan buitengerechtelijke incassokosten.
De conclusie
4.7.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzet ongegrond zal worden verklaard.
De proceskosten
4.8.
Growth zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de verzetprocedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van PFP worden begroot op € 653,00 (1 punt x tarief II) aan salaris advocaat.
In reconventie
De zorg van een goed opdrachtnemer
4.9.
Partijen zijn het erover eens dat in hun onderlinge verhouding sprake is van een overeenkomst van opdracht. Zoals door Growth terecht gesteld, is daarbij van belang dat de opdrachtnemer bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht neemt (artikel 7:401 BW Pro). Wat in een concreet geval van de opdrachtnemer kan worden verwacht, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard en de inhoud van de opdracht, de positie van de opdrachtnemer en de aard en de ernst van de betrokken belangen. [1] Growth stelt dat PFP, vanwege het niet verstrekken van een urenspecificatie van de werkzaamheden van [naam 1], niet als een goed opdrachtnemer heeft gehandeld. De rechtbank overweegt als volgt.
4.10.
Zoals hiervoor onder 4.4 overwogen, zijn partijen overeengekomen dat PFP een uurtarief van Growth zou ontvangen gebaseerd op de vaste contracturen van [naam 1]. In dat licht kan de rechtbank niet vaststellen dat PFP door geen urenspecificaties van de werkzaamheden van [naam 1] te overleggen, haar zorgplicht in de zin van artikel 7:401 BW Pro heeft geschonden danwel anderszins is tekortgeschoten in de nakoming van de Overeenkomst. De door Growth te betalen vergoeding was immers niet afhankelijk van het daadwerkelijke door [naam 1] gewerkt aantal uren. Aangezien geen sprake is van een tekortkoming van PFP, komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling van de vraag of PFP schade heeft geleden. De vorderingen in reconventie zullen dus worden afgewezen.
De proceskosten
4.11.
Growth zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in reconventie worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van PFP worden begroot op € 653,00 (2 punten x tarief II x 0,5) aan salaris advocaat.
In conventie en in reconventie
4.12.
Growth wordt veroordeeld in € 296,00 aan nakosten, te vermeerderen met de verhoging zoals in de beslissing is bepaald.

5.De beslissing

De rechtbank
in conventie
5.1.
verklaart het verzet ongegrond en bekrachtigt het op 17 juli 2024 gewezen verstekvonnis met zaak- en rolnummer C/13/752063 / HA ZA 24-639;
5.2.
veroordeelt PFP in de proceskosten van € 653,00,
in reconventie
5.3.
wijst de vorderingen af,
5.4.
veroordeelt Growth in de proceskosten, aan de zijde van PFP begroot op € 653,00,
in conventie en in reconventie
5.5.
veroordeelt Growth in de nakosten van € 296,00,
5.6.
veroordeelt Growth in de extra nakosten van € 98,00 plus de kosten van betekening als Growth niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
verklaart de dit vonnis tot zover – met uitzondering van 5.1. en 5.3. – uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C.J. Klaver, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.

Voetnoten

1.Parl. Gesch. BW Inv. 3, 5 en 6 Boek 7 titels 1, 7, 9 en 14 1991, p. 323