Uitspraak
regio Amsterdam,
locatie [locatie]
hierna te noemen: de Raad.
1.De procedure
- het verzoek van de vrouw, ingekomen op 1 april 2026;
- het verweerschrift van de man, tevens houdende zelfstandige verzoeken;
- nadere producties ingediend door de vrouw;
- een nadere productie ingediend door de man.
2.De feiten
- [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2] ,
- [minderjarige 3] ,
- [minderjarige 4] ,
3.Het verzoek, het verweer en het zelfstandig verzoek
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2],
[minderjarige 3]en
[minderjarige 4], aan haar worden toevertrouwd, dat de man € 500,- per kind per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van deze kinderen en dat hij € 1.500,- per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud.
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2],
[minderjarige 3]aan de man en
[minderjarige 4], aan de vrouw worden toevertrouwd. Waarbij de man heeft verzocht in het geval zijn verzoeken worden afgewezen om te bepalen dat de kinderbijdrage wordt gesteld op maximaal € 588 per maand met afwijzing van de partnerbijdrage wegens het ontbreken van draagkracht. Indien de kinderen worden toevertrouwd aan de vrouw, wenst de man vaststelling van de zorgregeling.
4.De beoordeling
5.De beslissing
[minderjarige 1] , [minderjarige 2]en
[minderjarige 3], met onmiddellijke ingang aan de man zullen worden toevertrouwd;
[minderjarige 4], met onmiddellijke ingang aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
€ 257,= (tweehonderdzevenenvijftig euro)per maand zal betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 4] , bij vooruitbetaling te voldoen;
C/13/
778914 /FA RK 25-888, die gewoon blijft doorlopen,advies uit te brengen omtrent de vraag: