Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6078

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
C/13/785729 / FA RK 26-2640
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 822 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorzieningen bij echtscheiding met toewijzing kinderen en gebruik woning

Partijen zijn gehuwd sinds 2007 en hebben vier minderjarige kinderen. De vrouw heeft in november 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend. Na een huisverbod voor de man en verlenging daarvan, is de situatie thuis gespannen. De rechtbank heeft de drie oudste kinderen gehoord, die allen de voorkeur uitspreken om bij hun vader te verblijven.

De vrouw verzoekt het gebruik van de woning en de zorg voor alle kinderen aan haar toe te wijzen, met een kinder- en partnerbijdrage van de man. De man verzoekt het gebruik van de woning en de zorg voor de drie oudste kinderen aan hem toe te wijzen en de zorg voor het jongste kind aan de vrouw, met een maximale kinderbijdrage en afwijzing van partneralimentatie.

De rechtbank wijst het gebruik van de woning toe aan de man omdat drie van de vier kinderen bij hem verblijven, wat in hun belang is. De drie oudste kinderen worden aan de man toevertrouwd, het jongste kind aan de vrouw. De vrouw moet binnen een maand de woning verlaten. Er wordt een voorlopige kinderbijdrage van €257 per maand vastgesteld voor het jongste kind. De rechtbank gelast een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming ter voorbereiding van de bodemprocedure.

Uitkomst: De drie oudste kinderen worden aan de vader toevertrouwd, het jongste kind aan de moeder, en het gebruik van de woning wordt aan de vader toegewezen met een maand termijn voor de moeder om te vertrekken.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/785729 / FA RK 26-2640 (voorlopige voorzieningen)
Beschikking van 16 juni 2026 betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende te [plaats] ,
hierna mede te noemen de vrouw,
advocaat mr. M. Kaouass te Amsterdam,
tegen
[de man] ,
wonende te [plaats] ,
hierna mede te noemen de man,
advocaat mr. S. Karami te Amsterdam.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Amsterdam,
locatie [locatie]
hierna te noemen: de Raad.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoek van de vrouw, ingekomen op 1 april 2026;
  • het verweerschrift van de man, tevens houdende zelfstandige verzoeken;
  • nadere producties ingediend door de vrouw;
  • een nadere productie ingediend door de man.
1.2.
De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling achter gesloten deuren op 19 mei 2026. Gehoord zijn: de vrouw en haar advocaat en de man en mr. A. Azauiyat, waarnemend advocaat voor mr. Karami. Tevens was zijn collega aanwezig. De vrouw werd op de mondelinge behandeling bijgestaan door een tolk. Partijen hebben over en weer het woord gevoerd.
1.3.
De (kinder)rechter heeft besloten om de hieronder genoemde minderjarige kinderen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te horen in het kader van deze procedure. De behandeling van de zaak is daarom aangehouden.
1.4.
De kinderen zijn op 2 juni 2026 gehoord. De behandeling van de zaak is gesloten en vervolgens is beschikking bepaaldop heden.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te Al Hoceima, Marokko, op 13 juli 2007.
2.2.
Partijen hebben tezamen de navolgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] ,
  • [minderjarige 2] ,
  • [minderjarige 3] ,
  • [minderjarige 4] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 4] 2020.
2.3.
De vrouw heeft op 13 november 2025 een verzoek tot echtscheiding ingediend.
2.4.
Bij beschikking van de burgermeester van 14 december 2025 is aan de man een huisverbod opgelegd van tien dagen. Dit verbod is op 23 december 2025 met 18 dagen verlengd tot 11 januari 2026.

3.Het verzoek, het verweer en het zelfstandig verzoek

3.1.
De vrouw verzoekt te bepalen dat zij bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning, dat de minderjarige kinderen van partijen,
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2],
[minderjarige 3]en
[minderjarige 4], aan haar worden toevertrouwd, dat de man € 500,- per kind per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van deze kinderen en dat hij € 1.500,- per maand zal betalen als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud.
3.2.
De vrouw heeft haar verzoeken als volgt toegelicht.
3.3.
De man heeft de vrouw in het huwelijk altijd klein gehouden en gedreigd met het verlies van de kinderen en financiën als ze ooit zou willen scheiden. De vrouw is vanaf haar komst uit het buitenland volledig financiële afhankelijk van de man geweest. De vrouw heeft de indruk dat sinds de vrouw Nederlands probeert te leren, de man naar de kinderen toe negatief over de vrouw praat. Maar ook daarvoor had hij geen respect voor de vrouw. De man heeft de kinderen tegen de vrouw opgezet. De man noemde de vrouw in zijn Whats’ app gesprekken met de kinderen “heks”. Partijen hadden verschillende opvattingen over wat goed is voor de kinderen. De man staat bijvoorbeeld ongelimiteerd gebruik van schermen en sociale media toe, terwijl de vrouw de kinderen daartegen wil beschermen.
De verzorging van de kinderen heeft tijdens het huwelijk hoofdzakelijk bij de vrouw gelegen. Zij is ook altijd heel erg betrokken geweest bij school en bijvoorbeeld bij de logopedie die [minderjarige 4] volgt.
Voor de stabiliteit komt het de vrouw het meest in het belang van alle kinderen voor dat zij worden toevertrouwd aan de vrouw. Het is niet in het belang van de kinderen dat het gezin uit elkaar wordt getrokken. De vrouw is erg geschrokken van de beschuldiging dat zij de kinderen zou hebben geslagen, zij betwist dat. Zij heeft een andere verklaring voor de verwonding van de vinger van [minderjarige 3] . De relatie tussen de vrouw en de kinderen is goed. Zij heeft ter onderbouwing allemaal foto’s in het geding gebracht waaruit blijkt dat de vrouw en de kinderen veel goede momenten samen beleven. De vrouw betwist verder dat zij een vooropgezet plan zou hebben gemaakt om de man uit de woning te krijgen en dit plan te hebben besproken met haar zus in aanwezigheid van [minderjarige 2] . Zodra de man in huis komt gedragen de kinderen zich anders, zij gaan dan meer “in de houding”, zij moeten doen wat de man zegt.
Naar aanleiding van de fysieke mishandeling door de man is het huisverbod opgelegd en verlengd. De situatie thuis is onhoudbaar geworden voor de vrouw en gezamenlijk gebruik van de woning is schadelijk voor de kinderen. Na afloop van het verlengde contactverbod is de man met de drie oudste kinderen teruggekeerd naar de woning. Zijn gedrag is verslechterd. De man houdt post voor de vrouw achter en blijft haar bedreigen. De man blijft de hele dag thuis en zet de vrouw onder druk de woning te verlaten. De man betrekt de kinderen in het conflict, met name de minderjarige [minderjarige 3] .
De vrouw wil dat de Raad voor de Kinderbescherming wordt betrokken om uit te zoeken wat er nu in het belang is van de kinderen. Er moet rust komen. Indien de rechtbank meent dat de kinderen moeten worden toevertrouwd aan de man, geldt dat hij met de kinderen terecht kan in de woning van zijn broer en zijn vrouw. Daar zijn nog twee kamers beschikbaar waarin de man en de drie oudste kinderen kunnen verblijven. De vrouw en het jongste kind hebben geen alternatieve plek om te verblijven, zij komen dan op straat terecht. De vrouw is er niet op tegen dat er een zorgregeling wordt vastgesteld indien de kinderen het hoofdverblijf bij haar hebben. Ze verzet zich wel tegen een co-ouderschap. Een co-ouderschap vergt veel overleg en communicatie en dat is onmogelijk. Er is teveel pijn en veel kapot gegaan. Partijen maken elkaar ernstige verwijten.
De vrouw verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar de overgelegde Whats-app berichten, het schoolrapport en het meldingsformulier Veilig Thuis. School heeft een melding gemaakt bij Veilig Thuis. De vrouw heeft geen verweer tegen de berekening van de behoefte en draagkracht die de man heeft ingediend, alleen de zorgkorting moet worden aangepast. Het lijkt haar redelijk om uit te gaan van een zorgkorting van 5% voorlopig, aldus de vrouw.
3.4.
De man verweert zich tegen het verzoek van de vrouw en heeft bij wijze van zelfstandig verzoek verzocht te bepalen dat hij bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning, dat de minderjarige kinderen van partijen,
[minderjarige 1]en
[minderjarige 2],
[minderjarige 3]aan de man en
[minderjarige 4], aan de vrouw worden toevertrouwd. Waarbij de man heeft verzocht in het geval zijn verzoeken worden afgewezen om te bepalen dat de kinderbijdrage wordt gesteld op maximaal € 588 per maand met afwijzing van de partnerbijdrage wegens het ontbreken van draagkracht. Indien de kinderen worden toevertrouwd aan de vrouw, wenst de man vaststelling van de zorgregeling.
3.5.
De man heeft zijn verweer en verzoeken als volgt toegelicht.
Partijen hebben tijdens het huwelijk gezamenlijk de zorg voor de kinderen gedragen, waarbij de man een nadrukkelijke, actieve en gelijkwaardige rol heeft vervuld. Hij was op meerdere onderdelen juist het primaire aanspreekpunt en de ouder die feitelijk de praktische zaken rondom de kinderen regelde. Zo was de man het voornaamste aanspreekpunt voor de school en zijn de kinderen op initiatief van de man naar Arabische les gegaan. De man heeft [minderjarige 3] ingeschreven voor bijles en zwemles, en bracht hem daar ook naartoe. De vrouw droeg de zorg voor de kinderen voornamelijk binnenshuis. Sinds juli 2025 is de situatie veranderd. De vrouw heeft vanaf dat moment afstand genomen van de kinderen en is gestopt met de – beperkte- verzorgende taken die zij voorheen ten behoeve van de kinderen verrichte. De man voorziet zelfstandig in hun verzorging, waaronder het bereiden van maaltijden, wassen en strijken, begeleiding bij huiswerk het brengen en halen naar school en buitenschoolse activiteiten en het onderhouden van contacten met school en overige instanties. Het contact tussen de vrouw en met name [minderjarige 1] en [minderjarige 3] is ernstig verstoord, de vrouw neemt de dagelijkse zorg onvoldoende op zich c.q. verwaarloost hen. De kinderen hebben aangegeven meermaals door de vrouw te zijn geslagen. De man heeft er spijt van dat hij naar de kinderen toe de vrouw “heks” noemde en heeft toegezegd dit niet meer te zullen doen.
Naar aanleiding van een woordenwisseling in december 2025 heeft de vrouw Veilig Thuis ingeschakeld en is bepaald dat de man de woning tijdelijk moest verlaten om de gemoederen tot bedaren te laten komen en de rust te herstellen. De man heeft hieraan voldaan. De oudste drie kinderen wilden toen niet bij de vrouw in huis blijven. Zij zijn eerst zonder de man naar hun oom en tante gegaan omdat de betrokken hulpinstanties dat nodig vonden. Alle drie de kinderen hebben toen nadrukkelijk gezegd alleen terug te willen keren naar de woning en de vrouw als de man ook terugkeerde naar de woning. Zij zijn inmiddels allemaal weer woonachtig in de echtelijke woning. De man meent dat de vrouw erop uit is de man uit de woning te werken door onterecht te stellen dat haar veiligheid in het geding is. Dit is een vooropgezet plan dat de vrouw heeft besproken met haar zus. [minderjarige 2] heeft dit gesprek meegekregen en dit vervolgens aan de man meegedeeld. De man betwist dat hij ooit huiselijk geweld tegen de vrouw heeft uitgeoefend.
De man verzoekt conform de wens van de kinderen om de drie oudste kinderen aan hem toe te vertrouwen en bij toewijzing van dit verzoek is het belang van de man om het voorlopig gebruik van de woning toegewezen te krijgen groter dan dat van de vrouw. De man en de kinderen hebben hun sociale netwerk in de directe omgeving van de woning, waaronder vrienden en school, en de man heeft zijn werk op tien minuten reisafstand van de auto. Het is ook de man die de huur betaalt. De vrouw beschikt niet over voldoende middelen om de woning te betalen.
De man heeft een alimentatieberekening overgelegd onderbouwd met financiële stukken van partijen, waaronder de jaaropgaaf 2025 van de man. De man heeft gerekend met een uitkering van € 1.872,- per maand aan de zijde van de vrouw (incl KGB en AOK) Indien de kinderen niet worden toevertrouwd aan de man dient te worden gerekend met een zorgkorting van 35% o.g.v. de verzochte zorgregeling.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De Nederlandse rechter komt te dezen rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
4.2.
De (kinder)rechter heeft de drie oudste minderjarige kinderen op 2 juni 2026 gehoord. [minderjarige 1] heeft verklaard dat de volledige inhoud van het gesprek gedeeld mag worden met partijen. [minderjarige 2] en [persoon] hebben ervoor gekozen de inhoud niet telaten delen, welke wens de (kinder)rechter zal hebben te respecteren.
4.3.
Ingevolge artikel 822 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter bij beschikking voor de duur van het echtscheidingsgeding bepalen
( a) dat één der echtgenoten bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning met bevel dat de andere echtgenoot die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
( c) aan wie der echtgenoten de minderjarige kinderen zal worden toevertrouwd (…) en een voorlopige kinderbijdrage bepalen en
( e) een voorlopige partnerbijdrage bepalen.
Voorlopige gebruik van de woning en toevertrouwing van de kinderen
4.4.
De rechtbank constateert dat beide partijen belang hebben bij het gebruik van de echtelijke woning voor de duur van de bodemprocedure. Gesteld noch gebleken is dat de vrouw op korte termijn een duurzaam alternatief heeft. De man heeft de stelling van de vrouw weersproken dat hij voorlopig al dan niet met kinderen terecht zou kunnen bij familie. Hoewel vaststaat dat de man na het huisverbod voor een aantal weken met de oudste drie kinderen in het huis van zijn moeder kon verblijven, acht de rechter het geen reële optie - in het geval de drie oudste kinderen aan hem worden toevertrouwd – als de man voor een langere periode bij zijn moeder verblijft. [minderjarige 1] heeft de (kinder)rechter meegedeeld dat hij bij zijn oma in de woonkamer sliep, op de vloer of op de bank.
4.5.
Hoewel het partijen de afgelopen periode is gelukt om samen met de kinderen in de echtelijke woning te verblijven, is uit de standpunten van partijen voldoende af te leiden dat van geen van partijen, en - nog belangrijker - van de kinderen van partijen, verlangd kan worden om nog langer samen in de echtelijke woning te verblijven. Daarvoor zijn de spanningen te hoog opgelopen. Dat er sprake is geweest van huiselijk geweld van de man richting de vrouw is zonder nader onderzoek, waarvoor geen gelegenheid bestaat in deze procedure, niet vast te stellen. De man heeft dit weersproken en de vrouw heeft haar stelling tegenover deze betwisting in deze procedure niet nader kunnen onderbouwen. De rechtbank zal daarom bij deze stand van zaken met deze stelling geen rekening houden bij de afweging van de belangen. Het komt de rechtbank verstandig voor dat de man stopt om de vrouw “heks” te noemen. De rechtbank geeft partijen mee dat het in het belang van alle vier de kinderen van partijen is dat hun ouders stoppen met het negatief praten over de andere ouder.
4.6.
Evenmin ziet de rechtbank aanleiding in de financiële situatie van partijen om het voorlopig gebruik aan een van partijen toe te delen.
4.7.
Doorslaggevend voor de rechtbank in deze is de vraag aan wie de minderjarige kinderen voorlopig worden toevertrouwd. De rechtbank zal bepalen dat de oudste drie kinderen voorlopig aan de man worden toevertrouwd en de jongste minderjarige aan de vrouw. De rechtbank zal het voorlopig gebruik van de echtelijke woning aan de man toewijzen omdat drie van de vier kinderen op deze manier in de echtelijke woning kunnen verblijven, wat de rechtbank in hun belang acht. Redengevend voor deze beslissingen is het volgende.
4.8.
Uit de stukken en hetgeen op de mondelinge behandeling is besproken, is duidelijk geworden dat bij de afgifte van het huisverbod de oudste drie kinderen van partijen ervoor hebben gekozen om met hun vader de woning voorlopig te verlaten. Zij hebben 28 dagen elders verbleven. De eerste dagen na het huisverbod bij hun oom en tante vaderszijde zonder hun vader en de rest van de periode in huis van oma vaderszijde met vader.
4.9.
Uit de aanvullende besluitvorming van de verlenging van het huisverbod blijkt dat [minderjarige 2] destijds aan de politie heeft verteld dat zij een telefoongesprek van de vrouw heeft gehoord waarin de vrouw aangeeft dat zij de man uit de woning wilde krijgen. Een dag later zou er een incident hebben plaatsgevonden waarvan de man zegt dat hij geen geweld heeft toegepast en dat de vrouw dit incident heeft voorbereid en in feite geacteerd met de bedoeling hem uit huis te krijgen. De vrouw heeft niet weersproken dat zij een telefoongesprek heeft gevoerd met haar zus waarbij [minderjarige 2] in dezelfde ruimte was, maar zij heeft wel betwist dat zij in dit gesprek zou hebben gezegd dat ze ervoor zou zorgen dat de man de woning uit zou moeten. Vaststaat dat bij [minderjarige 2] de zorg is ontstaan dat haar moeder haar vader uit het huis heeft willen krijgen en dit heeft invloed op haar relatie met de moeder.
4.10.
[minderjarige 1] heeft in het kindgesprek meegedeeld dat hij liever bij zijn vader wil blijven. Hij heeft verteld dat hij een minder goede band met zijn moeder heeft en dit er mee heeft te maken dat hij in het verleden door haar is geslagen. [minderjarige 1] heeft ook meegedeeld dat zijn broertje en zusje in het verleden ook wel door de vrouw zijn geslagen. [minderjarige 1] heeft verder nog verteld over andere dingen die hij niet prettig vond. Hij vindt dat zijn moeder zijn vader onterecht in een kwaad daglicht zet. Zij heeft volgens hem twee gezichten, ze kan ook leuk zijn als ze zorgzaam is en grappen maakt. [minderjarige 1] ontkent dat hij door zijn vader zou zijn geprogrammeerd om negatief te praten over moeder. Hij is oud en kritisch genoeg om zijn eigen oordeel te hebben.
4.11.
Het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, maakt dat de rechtbank op dit moment de wens van de drie oudste kinderen om voorlopig te worden toevertrouwd aan vader, zal respecteren. Omdat drie van de vier schoolgaande kinderen aan vader worden toevertrouwd, zal de rechtbank het voorlopig gebruik van de woning ook aan de man toewijzen. Het is belangrijk dat de kinderen kunnen herstellen van de afgelopen bewogen periode.
4.12.
Zonder nader onderzoek, waarvoor de voorlopige voorzieningenprocedure zich niet leent, is niet vast te stellen hoe de verhoudingen thuis precies liggen. De rechtbank vindt het belangrijk dat goed gekeken gaat worden naar de situatie thuis en de onderlinge verhoudingen en zal daarom nu reeds ten behoeve van de bodemzaak (met zaaknummer C/13/778914 / FA RK 25-8888) de Raad voor de Kinderbescherming vragen om onderzoek te doen naar de vraag welke hoofdverblijfplaats in het belang van alle kinderen is en welke zorgregeling, gelet op de wachttijden bij de rechtbank en de Raad. Wellicht dat de Raad tevens aanleiding ziet om ambtshalve een beschermingsonderzoek te gelasten. De bodemprocedure zal gewoon voortgang blijven vinden op de gebruikelijke wijze. Een mondelinge behandeling zal ook kunnen worden bepaald indien het onderzoek van de Raad nog niet gereed is, tenzij partijen de rechtbank berichten dat zij wel de uitkomst van dat onderzoek willen afwachten. Indien partijen lopende de procedure gezamenlijk tot goede afspraken komen en om die reden een onderzoek door de Raad niet langer nodig is wordt partijen verzocht dit aan de rechtbank kenbaar te maken.
4.13.
De rechtbank ziet wel aanleiding om de vrouw een termijn te geven van een maand vanaf de datum van deze beschikking om een alternatief verblijf te zoeken. Het is in het belang van alle betrokkenen dat de vrouw de gelegenheid krijgt om haar vertrek zo goed mogelijk voor te bereiden.
Zorgregeling
4.14.
Nu de drie oudste kinderen worden toevertrouwd aan de man en de vrouw geen verzoek heeft gedaan tot het vaststellen van een voorlopige zorgregeling, komt de rechtbank daar voor wat betreft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] niet aan toe. Alle kinderen hebben wel aangegeven dat zij hun moeder graag willen zien in de weekends. De rechtbank wijst partijen erop dat het om die reden belangrijk is dat zij in onderling overleg afspraken maken over het contact tussen de vrouw en [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Wellicht in samenspraak met hulpverlening.
De man heeft voor het geval de kinderen aan de vrouw worden toevertrouw co- ouderschap gevraagd. Dat verzoek geldt dus voor [minderjarige 4] . Omdat partijen tijdens de mondelinge behandeling niet echt over een zorgregeling in deze situatie een standpunt hebben ingenomen en toegelicht ziet de rechtbank geen mogelijkheid om hierover een concrete beslissing te nemen. Voor wat betreft de zorgregeling tussen de man en [minderjarige 4] , acht de rechtbank het van belang dat partijen in onderling overleg afspreken dat [minderjarige 4] in ieder geval bij de man zal zijn eenmaal per week gedurende een in samenspraak te bepalen periode. Het komt de rechtbank in het belang van [minderjarige 4] voor dat hij eens per week samen met de man en zijn twee broers en zus zal zijn. Wat de meest geschikte dag of dagen zijn hangt ook af van hetgeen wordt afgesproken voor de andere drie kinderen. Daarom zal ook geen beslissing in het dictum worden opgenomen.
Voorlopige kinder- en partnerbijdrage
4.15.
Tussen partijen is niet in geschil dat de behoefte van de kinderen dient te worden bepaald op € 1.209,- per maand, te weten € 302,- per kind per maand. Nu de drie oudste kinderen worden toevertrouwd aan de man, zal de rechtbank geen voorlopige kinderbijdrage voor hen opleggen. Voor wat betreft [minderjarige 4] ligt dit anders.
Ingangsdatum
4.16.
De rechtbank zal de bijdrage bepalen met ingang van 14 juli 2026, het tijdstip waarop de vrouw de woning zal moeten verlaten.
Inkomens
4.17.
Tussen partijen is niet in geschil dat aan de zijde van de man gerekend moet worden met een bruto jaarinkomen van € 54.768 en aan de zijde van de vrouw met een bruto jaarinkomen van € 6.315.
Zorgkorting
4.18.
Nu er nog geen zorgregeling is vastgesteld tussen de man en [minderjarige 4] , zal de rechtbank rekenen met een zorgkorting van 15%.
Draagkracht
4.19.
Uit de aan deze beschikking te hechten berekening is af te leiden dat de man naast de kosten voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] , nog ruimte heeft om een bijdrage te betalen ten behoeve van [minderjarige 4] van € 287,- per maand. Voor een partnerbijdrage heeft de man volgens de berekening geen ruimte meer. Mitsdien wordt beslist als volgt.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
bepaalt dat de minderjarige kinderen van partijen,
[minderjarige 1] , [minderjarige 2]en
[minderjarige 3], met onmiddellijke ingang aan de man zullen worden toevertrouwd;
5.2.
bepaalt dat de minderjarige
[minderjarige 4], met onmiddellijke ingang aan de vrouw zal worden toevertrouwd;
5.3.
bepaalt dat de man met ingang van 14 juli 2026 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] met bevel dat de vrouw die woning dan dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
5.4.
bepaalt dat de man met ingang van 14 juli 2026
€ 257,= (tweehonderdzevenenvijftig euro)per maand zal betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 4] , bij vooruitbetaling te voldoen;
5.5.
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming te Amsterdam - in het kader van de hoofdprocedure met zaaknummer
C/13/
778914 /FA RK 25-888, die gewoon blijft doorlopen,advies uit te brengen omtrent de vraag:
- Welke hoofdverblijfplaats is het meest in het belang van de minderjarigen?
- Welke mogelijkheden zijn er voor een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen de ouders?
- Zijn er factoren die een regeling belemmeren? Zo ja, welke komen vanuit de minderjarigen en welke vanuit de ouders? Hoe en op welke termijn zijn deze belemmeringen op te heffen?
- Hoe dient de regeling qua vorm en frequentie, in het belang van de minderjarigen vorm te worden gegeven?
- Zijn er andere feiten en omstandigheden die de rechtbank bij haar oordeel moet betrekken?
5.6.
bepaalt dat de griffier met voormeld doel een afschrift van deze beschikking aan voornoemde Raad zal toezenden;
5.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
5.8.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. Terwee, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. van den Berg, griffier, op 16 juni 2026.
Partij
[de man]
Zaak
[de man] / [de vrouw]
Berekening
draagkracht
Tarieven
2026-1
Datum uitdraai
10-06-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon volgens jaaropgaaf
(60)
60
Loon volgens jaaropgaaf
54.768
Op het bruto loon ingehouden
59
Inkomsten (transport)
54.768
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
54.768
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
54.768
- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)
13.9
- Schijf 2, 37,56% over € 38.883 (€ 41.124) t/m € 78.426
5.966
95
Inkomensheffing box 1
19.866
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
54.768
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
19.866
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
9.634
117
Verschuldigde inkomensheffing
-
10.232
Inkomen na aftrek inkomensheffing
44.536
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
1.514
jaar
Arbeidskorting
5.088
jaar
Combinatiekorting
3.032
jaar
Bij: Kindgebonden budget
11.666
120
Besteedbaar inkomen
56.202
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
56.202
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
4.684
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)
56.202
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)
4.684
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
4.684
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122a
Kosten van levensonderhoud
1.365
123a
Woonbudget
1.405
135a
Draagkrachtloos inkomen tbv kinderalimentatie
2.77
136a
Draagkrachtruimte
1.914
137a
Draagkrachtpercentage
%
70
Beschikbaar
1.34
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
1.34
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
120b
Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie
4.684
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
122b
Kosten van levensonderhoud
1.365
123b
Woonbudget
1.405
135b
Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie
2.77
136b
Draagkrachtruimte
1.914
Draagkracht tbv partneralimentatie
136b
Draagkrachtruimte
1.914
137b
Draagkrachtpercentage
%
60
Draagkracht tbv partneralimentatie
1.148
138b
Af: Bijdrage aan andere kinderen
-
287
140
Beschikbaar
861
Partneralimentatie (141-144)
141
Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)
-
1.208
Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie
-
Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)
-
1.208
142
Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen
Berekende ruimte voor partneralimentatie
-347
143
Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel
144
Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)
Specificaties voor post: 144
Het beschikbare nettobedrag voor partneralimentatie van € 0 per jaar wordt gebruteerd in Box 1 bij een belastbaar inkomen van:
54.768
jaar
Het resultaat van de brutering is per jaar
jaar
Of per maand
maand
Partij
[de vrouw]
Zaak
[de man] / [de vrouw]
Berekening
draagkracht
Tarieven
2026-1
Datum uitdraai
10-06-2026
Box 1 Inkomen uit werk en woning
Loon (41-50)
43
Bruto uitkering andere sociale verzekeringswetten
6.315
Bruto inkomsten
6.315
Premies (51-59)
Pensioenpremie
54
Loon voor de premies werknemersverzekeringen
6.315
59
Inkomsten
6.315
Belastbaar loon (61-64)
64
Belastbaar loon
6.315
Heffing box 1 (94-95)
94
Belastbaar inkomen uit werk en woning
6.315
- Schijf 1, 35,75% (17,85%) over € 0 t/m € 38.882 (€ 41.123)
2.257
95
Inkomensheffing box 1
2.257
Besteedbaar inkomen (113-120)
113
Inkomen voor aftrek inkomensheffing
6.315
114
Inkomensheffing box 1, inkomstenbelasting box 2 en 3
2.257
115/116
Heffingskorting en standaard heffingskorting
-
3.115
Inkomen na aftrek inkomensheffing
6.315
Specificaties voor post: 115/116
Algemene Heffingskorting
3.115
jaar
Bij: Kindgebonden budget
5.996
120
Besteedbaar inkomen
12.311
120a
Netto besteedbaar inkomen (per jaar)
12.311
120a
Netto besteedbaar inkomen (per maand)
1.026
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per jaar)
12.311
120b
Netto besteedbaar inkomen t.b.v. partneralimentatie (per maand)
1.026
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkracht tbv kinderalimentatie
120a
Netto besteedbaar inkomen tbv kinderalimentatie
1.026
Draagkracht wordt berekend op basis van
Tabel
Afwijken van de tabel?
nee
140a
Draagkracht tbv kinderalimentatie
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
Draagkrachtruimte tbv partneralimentatie
120b
Netto besteedbaar inkomen tbv partneralimentatie
1.026
Draagkracht wordt berekend op basis van
Formule
Afwijken van de tabel?
nee
122b
Kosten van levensonderhoud
1.365
123b
Woonbudget
308
135b
Draagkrachtloos inkomen tbv partneralimentatie
1.673
136b
Draagkrachtruimte
-647
Draagkracht tbv partneralimentatie
136b
Draagkrachtruimte
-647
137b
Draagkrachtpercentage
%
60
Partneralimentatie (141-144)
141
Bijdrage in de kosten van kinderen (inclusief zorgkorting)
-
Bijdrage in de kosten van kinderen uit andere relatie
-
Totale bijdrage in de kosten van de kinderen (inclusief zorgkorting)
-
142
Fiscaal voordeel aftrek buitengewone uitgaven kinderen
Berekende ruimte voor partneralimentatie
143
Resteert voor partneralimentatie vóór berekening belastingvoordeel
144
Resultaat van brutering van 143 volgens de methode Buijs (bruto partneralimentatie)
Specificaties voor post: 144
Omdat de verschuldigde belasting lager is dan de heffingskortingen bestaat er geen ficaal voordeel. Resteert voor partneralimentatie per jaar
jaar
Of per maand
maand
Berekening en verdeling van de kosten van de kinderen
Zaak
[de man] / [de vrouw]
Tarieven
2026-1
Datum uitdraai
10-06-2026
[de man]
[de vrouw]
Kindgebonden budget na scheiding
727
215
Alleenstaande ouderkop
245
285
Totaal netto besteedbaar inkomen na scheiding (NBI incl. KGB/AOK)
4.684
1.026
Aantal kinderen
4
[minderjarige 1]
[minderjarige 2]
[minderjarige 3]
[minderjarige 4]
Leeftijd
17
14
12
5
Woont bij
AP
1
1
1
AG
1
Ex-partner
Zorgkorting [de vrouw]
%
Zorgkorting [de man]
%
15
Zorgkorting tbv.
AG
AG
AG
AP
[minderjarige 1]
[minderjarige 2]
[minderjarige 3]
[minderjarige 4]
Totaal
Bijdrage ouders in kosten kinderen
€ p/m
302
302
302
302
1.208
Netto kinderopvangkosten na scheiding
€ p/m
Overige kosten kinderen na scheiding
€ p/m
Totale kosten kinderen na scheiding
€ p/m
302
302
302
302
1.208
Zorgkorting
€ p/m
45
45
Draagkracht
[de man]
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
335
335
335
335
1.34
Draagkracht [de man] per kind
€ p/m
335
335
335
335
1.34
Draagkracht [de man]
€ p/m
335
335
335
335
1.34
[de vrouw]
Draagkracht verdeeld naar rato van behoefte
€ p/m
Draagkracht [de vrouw] per kind
€ p/m
Draagkracht [de vrouw]
€ p/m
Gezamenlijke draagkracht onderhoudsplichtige(n) per kind
€ p/m
335
335
335
335
1.34
Bijdrage kosten kinderen
Aandeel [de man]
€ p/m
302
302
302
302
1.208
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 45
- 45
Ten laste van [de man] na aftrek zorgkorting
€ p/m
302
302
302
257
1.163
Aandeel [de vrouw]
€ p/m
Af: zorgkorting
€ p/m
- 0
- 0
- 0
- 0
- 0
Ten laste van [de vrouw] na aftrek zorgkorting
€ p/m