Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
Three Way Banana Split-besluit en het
Essex Express-besluit. Op 2 december 2021 volgden aanvullende besluiten, waaronder het
Sterling Lads-besluit, die samen de derde overtreding betroffen (hierna gezamenlijk: de EC-besluiten).
follow-onprocedures aanhangig gemaakt bij de rechtbank Amsterdam tegen NatWest NV en vijftien andere banken. Deze vijftien andere banken zijn allemaal gevestigd buiten Nederland. Deze procedures zijn geregistreerd onder de nummers C/13/718639, C/13/743903 en C/13/767727.
follow-onprocedure hebben de vijftien in het buitenland gevestigde banken een bevoegdheidsincident opgeworpen, waarna de rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat zij onbevoegd is kennis te nemen van de vorderingen van de Stichting voor zover deze tegen de buitenlandse banken zijn ingesteld namens de in het buitenland gevestigde achterliggende partijen. De Stichting heeft tegen deze beslissing hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam, dat de zaak heeft aangehouden in afwachting van de beantwoording van prejudiciële vragen die zij het Hof van Justitie van de Europese Unie in een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:GHAMS:2023:2570, Stroomkabels) had gesteld. Deze vragen zijn bij arrest van 16 april 2026 beantwoord. Totdat het gerechtshof Amsterdam in het bevoegdheidsincident in de eerste
follow-onprocedure uitspraak doet, zijn de tweede en derde
follow-onprocedures bij de rechtbank Amsterdam aangehouden.
pre-trial disclosure(Verenigd Koninkrijk) en
discovery(Verenigde Staten), waarbij de betrokken banken een omvangrijke hoeveelheid documenten hebben moeten overleggen. De Allianz-procedures zijn inmiddels grotendeels geschikt.
follow-onprocedure heeft de Stichting verzocht de zaak te hervatten en een incidentele vordering tot inzage in te mogen dienen op grond van het oude artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), gericht op grotendeels dezelfde documenten als die in de Allianz-procedures zijn overgelegd. De rolrechter heeft niet toegestaan dat op dat moment een incident werd geopend, omdat de procedure is aangehouden in afwachting van het arrest van het gerechtshof Amsterdam in de eerste
follow-onprocedure.
3.Het verzoek en het verweer
follow-onprocedure te starten tegen (eveneens) onder meer NatWest NV. De Stichting wil aan de hand van de verzochte informatie een indicatieve schatting maken of de potentiële omvang van de schade van de Participanten van voldoende omvang is om het instellen van een nieuwe procedure proportioneel te maken. Volgens de Stichting voorziet het nieuwe bewijsrecht erin dat partijen de mogelijkheid hebben om voorafgaand aan een procedure benodigde gegevens te verkrijgen om feiten op te helderen en hun rechtspositie te bepalen, wat bijdraagt aan een eerlijke en efficiënte procedure. Daarnaast wijst de Stichting op de aanzienlijke informatie-asymmetrie tussen de Participanten en NatWest NV, waarbij NatWest NV volgens haar beschikt over uitgebreide interne documentatie en kennis over het verboden kartelgedrag, terwijl de Participanten slechts hun eigen transactiedata hebben. Daarnaast bestaat het reële risico dat door het lange tijdsverloop sinds de kartelinbreuken belangrijke informatie verloren kan gaan of ontoegankelijk wordt. De Stichting stelt de gevraagde informatie nauwkeurig te hebben omschreven en beperkt tot bewijsstukken die al door betrokken partijen en rechterlijke instanties als relevant zijn erkend, met name in de Allianz-procedures. Tot slot gaat zij ervan uit dat passende vertrouwelijkheidsmaatregelen kunnen worden getroffen om gevoelige gegevens te beschermen.
fishing expedition’. Verder rust op NatWest NV geen verplichting om informatie bij derden op te vragen, en is niet voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Ook bestaan er gewichtige redenen tegen toewijzing, waaronder het vertrouwelijke karakter van de gegevens en de bescherming van persoonsgegevens. Tot slot is de formulering van het verzoek onduidelijk en leidt deze tot uitvoerbaarheidsproblemen, waardoor het opleggen van een dwangsom niet gerechtvaardigd is, aldus steeds NatWest NV.
4.De beoordeling
follow-onprocedures optreedt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Stichting bevestigd dat zij het verzoek heeft gedaan namens de Participanten en dat dat andere rechtspersonen zijn dan voor wie wordt geprocedeerd in de drie reeds aanhangige bodemprocedures.
fishing expeditions.
follow-onvordering van de Stichting is, anders dan waar de Stichting vanuit gaat, daarvoor niet voldoende.
follow-onprocedures bij deze rechtbank door dezelfde advocaat worden bijgestaan, legt in het geheel geen gewicht in de schaal. Verder valt niet in te zien hoe NatWest NV de bij de Allianz-procedures betrokken en niet tot het NatWest-concern behorende banken, waarmee NatWest NV geen enkele relatie heeft, tot afgifte zou kunnen bewegen.