Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlasteleggingen
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
“ [bijnaam verdachte] , get hem, get hem”. Op de video is tevens te zien dat tijdens het rennen [naam 5] en de verdachte hun schoenen verliezen. Ter hoogte van het Cruijff Court stopt de verdachte met rennen en keert de filmer zijn fiets om.
“Dat is absoluut mijn ketting. Hij was custom made, speciaal voor mij. Ik zie het ook aan de kleur en de ketting is speciaal voor mij gemaakt.”
die man ze pans prob te regelen” en [slachtoffer] stuurt dat hij het moet regelen, want hij “
moet nu met die man takken”. [naam 6] vraagt vervolgens via Snapchat aan een onbekend gebleven persoon om “
een picca van [bijnaam verdachte]”. De volgende dag, op 8 augustus 2025, stuurt [naam 6] naar de gebruiker van Signal-account [accountnaam] : “
want toen [slachtoffer] me belde legde hij t nii zo goed uit toch die man zei me alleen laat die man die chinna terug brnegen enz”.
5.Bewezenverklaring
6.Strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
van 15 mei 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. De verdachte zal dan ook worden aangemerkt als
first offender.
- rapport van de Raad opgemaakt op 29 april 2026;
- rapport van JBRA opgemaakt op 13 mei 2026;
de psychiater en de psycholoogvan 18 maart 2026 wordt het volgende geconcludeerd. Hoewel de verdachte grotendeels heeft meegewerkt aan het onderzoek, heeft dit niet geleid tot een volledig diagnostisch beeld. De verdachte bleek moeilijk onderzoekbaar, hoofdzakelijk door een combinatie van het strikt bewaken van zijn procespositie en een onvermogen om zichzelf te kunnen lezen, begrijpen en uitdrukken. Er is nauwelijks zicht gekomen op zijn innerlijke belevingswereld. De deskundigen stellen dat bij de verdachte sprake is van een normoverschrijdend-gedragsstoornis en dat er onderliggend sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met meest waarschijnlijk zich ontwikkelende narcistische, borderline en antisociale trekken. De normoverschrijdend-gedragsstoornis en de bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. De kans op herhaling van feiten als onderhavig moet als hoog worden beoordeeld. Er is bij de verdachte sprake van criminele inbedding en er is ernstig gevaar voor verder crimineel ontsporen. Om het recidivegevaar af te wenden en een zo gunstig mogelijke ontwikkeling te bevorderen, wordt langdurige intensieve klinische behandeling van de verdachte noodzakelijk geacht. Gelet op zijn pathologie en het hoge recidivegevaar wordt behandeling in een ambulante setting niet als voldoende toereikend geacht. Alles overziend dient een behandeling te worden vormgegeven in een dwingend gedragstherapeutisch kader waarbinnen de verdachte voortdurend aangestuurd wordt op zijn gedrag en is er een noodzaak voor een gesloten justitiële behandeling waarbij behandeling essentieel is om het recidivegevaar te verlagen. De deskundigen adviseren de noodzakelijke behandeling op te leggen binnen het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Door de combinatie van het ontbreken van ziektebesef en daarmee enige motivatie tot behandeling, zien de deskundigen geen mogelijkheid tot een voorwaardelijk kader.
JBRAsluit zich aan bij het advies tot een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
9.Beslag
10.De vorderingen van de benadeelde partijen
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
een jeugddetentie van 24 (vierentwintig) maanden.
de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.
[naam nabestaande 4] niet-ontvankelijkin haar vordering.