Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de wijziging van eis
Rechtbank Amsterdam
De huurder huurt sinds 8 juli 2020 een woning en heeft een aanzienlijke huurachterstand opgebouwd, die sinds februari 2026 is opgelopen tot ruim vijf maanden. De verhuurder vordert in kort geding ontruiming en betaling van € 13.476,05 aan achterstallige huur.
De huurder erkent een deel van de achterstand maar betwist het overige bedrag en voert verweer op grond van de Wet goed verhuurderschap, het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening, gebreken in de woning en zijn persoonlijke omstandigheden. De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van de verhuurder voldoende is en dat de huurachterstand ernstig genoeg is om ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure te rechtvaardigen.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van de ontruiming met een termijn van 60 dagen, waarbij de huurder wordt gewezen op zijn verplichtingen. De vordering tot betaling van een gebruiksvergoeding wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd vanwege herhaald incassokostenverzoek op basis van een oneerlijk beding.
Uitkomst: De kantonrechter wijst de vordering tot ontruiming en betaling van de huurachterstand toe met een ontruimingstermijn van 60 dagen.