Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
verwerende partijen in voorwaardelijke reconventie,
en Salor Spakenburg B.V. afzonderlijk: Salor,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
1.De procedure
compliance officer), met mrs. Van Eersel en A.S. ten Doesschate,
aan de zijde van Rabobank: [naam 5] (sanctiespecialist), [naam 6] (hoofd
special cases) en mr. E.H.C. Verstraaten (
in houseadvocaat), met mrs. Aarts en I.M. van den Oord.
2.De feiten
offshore-industrie. De afgelopen jaren zijn Salor c.s. fors uitgebreid, ook internationaal. Salor c.s. hebben ongeveer 60 vestigingen in 32 verschillende landen, waaronder Turkije, China en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Salor c.s. hebben (in elk geval) tot eind 2024 ook een actieve Russische dochteronderneming gehad.
dual-use’goederen (goederen die zowel voor civiele als militaire doeleinden kunnen worden gebruikt). Ook leveren Salor c.s. aan defensie, zowel aan het Ministerie van Defensie als aan in aanmerking komende autoriteiten buiten Nederland. De groep genereert met haar activiteiten een jaaromzet van circa € 650 miljoen.
Office of Foreign Assets Control(OFAC) gesanctioneerde dochterondernemingen van destijds de grootste schepenbouwer van Rusland. Rabobank heeft naar aanleiding van deze bevindingen een verkoopblokkade opgelegd aan Salor c.s. Partijen hebben daarover overleg gevoerd en afspraken gemaakt over onder meer het inrichten van een verbeterd sanctiebeleid, het achterhalen van eindgebruikers, het inwinnen van expertise over dual-use en exportvergunningen en het doorvoeren van sanctieregelgeving in de wereldwijde deelnemingen. De verkoopblokkade is vervolgens begin 2017 opgeheven.
know your customer’ (KYC)-review, beheersmaatregelen aan (een entiteit van) Salor c.s. opgelegd om te voorkomen dat Rabobank betrokken zou raken bij betalingsverkeer met door OFAC gesanctioneerde partijen. In de brief heeft Rabobank benadrukt dat het van belang is dat Salor c.s. haar pro actief informeert over compliance gerelateerde zaken en ontwikkelingen.
customer due diligence’ (CDD)-onderzoek naar een aantal dochterondernemingen gedeeld met Salor c.s. en hun aanvullende maatregelen en acties opgelegd. In deze brief constateerde Rabobank een overtreding van haar zogenaamde Aanvullend Sanctiebeleid: op de rekening van een dochterentiteit waren betalingen ontvangen tussen 2018 en 2021, die gerelateerd waren aan het jacht ‘ [naam jacht 1] ’ dat in eigendom toebehoort aan een door OFAC gesanctioneerde Rus. Salor c.s. bleek niet op de hoogte te zijn van de (indirecte) eigenaar van het jacht.
(…)
Risicobereidheid
(…)
Aangezien er in het verleden sprake is geweest van (mogelijke) overtredingen van fingerende wet- en regelgeving alsmede aanvullend Rabobank beleid, wil de bank benadrukken dat geen enkele overtreding van sanctiewetgeving dan wel het aanvullend sanctiebeleid is toegestaan. De bank conformeert zich aan alle relevante wet- en regelgeving en haar aanvullend sanctiebeleid. Om die reden zal de bank ook monitoren of Salor het aanvullend sanctiebeleid respecteert en zich daar, conform de gezamenlijke afspraken, aan houdt. Indien er opnieuw overtredingen ten aanzien van Sanctiewet, internationale sanctiewet- en regelgeving of Wwft plaatsvinden welke voorkomen hadden kunnen worden door de door Salor ingerichte processen, dan is dit aanleiding om de klantrelatie tussen Salor en de bank te beëindigen.
non-disclosure agreement(NDA) te weten dat de eigenaar wel de Russische nationaliteit heeft maar niet gesanctioneerd is door de VS, VK of EU.
Internal Compliance Programme(ICP) voldoen aan de regelgeving ter zake van internationale sancties. EY heeft onder meer geconstateerd dat verbeteringen mogelijk zijn op het vlak van (nadere) schriftelijke vastlegging. Salor c.s. hebben hiertoe een plan van aanpak opgesteld. Met de uitvoering daarvan zijn zij begonnen.
3.Het geschil
(i) te veroordelen om haar dienstverlening aan, en bankrelatie met, Salor c.s. voort te zetten, totdat onherroepelijk zal zijn beslist in een nog te voeren bodemprocedure;
(ii) te veroordelen tot nakoming van haar verplichting in dat kader tot het bieden van onbelemmerd gebruik van de bij Rabobank aangehouden bankrekening(en);
(iii) te gebieden om de identificatiegegevens die betrekking hebben op Salor c.s. binnen twee werkdagen na dit vonnis uit het door Rabobank geadministreerde Interne Verwijzingsregister (IVR) te verwijderen en verwijderd te houden. Dit alles versterkt met dwangsommen en een proceskostenvergoeding.
(i) Rabobank kan haar cliëntenonderzoek onder de Wwft niet afronden omdat Salor c.s. de daarvoor benodigde informatie niet verstrekken, wat maakt dat Rabobank op grond van artikel 5 lid 3 Wwft Pro verplicht is de relatie te beëindigen;
(ii) de aanhoudende overtredingen van sanctiewet- en regelgeving en het Aanvullend Sanctiebeleid brengen onaanvaardbare risico’s met zich voor Rabobank;
Omdat Rabobank op grond van de Wwft verplicht is de bankrelatie op te zeggen kan voorshands worden aangenomen dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Een (verdere) belangenafweging kan dan ook achterwege blijven. Voor zover al aan een belangenafweging zou worden toegekomen, maakt dat niet dat Rabobank niet mag opzeggen. Rabobank heeft zich steeds welwillend en constructief opgesteld en herhaaldelijk uitstel verleend, maar van haar kan niet worden gevergd dat zij haar dienstverlening eindeloos blijft voortzetten. Bij dit alles komt dat ontwikkelingen van na de opzegging de geconstateerde risico’s bevestigen. Het kortgedingvonnis in de zaak tegen ABN AMRO, de weigering van Deutsche Bank om Salor c.s. als klant te accepteren en de blokkade door ING onderstrepen allemaal dat de door Rabobank geconstateerde sanctie- en compliancerisico's bij Salor c.s. niet het resultaat zijn van een geïsoleerde beoordeling door Rabobank, maar door meerdere banken én de rechter worden (h)erkend als concrete en onaanvaardbare risico's.
(i) de voortzetting van haar dienstverlening te beperken tot uitsluitend de binnenlandse betaaldienstverlening (het aanhouden van zakelijke betaalrekeningen en het verrichten van het daarbij behorende betalingsverkeer), voor zover en enkel gedurende de periode dat de desbetreffende entiteit van Salor c.s. voor deze dienstverlening aantoonbaar niet bij een andere bank terecht kan, met uitdrukkelijke uitsluiting van bankgaranties, creditcards (waaronder corporate cards voor werknemers), kredietfaciliteiten en leningen, en
(ii) aan de voortzetting de voorwaarde te verbinden dat Salor c.s. zich onvoorwaardelijk conformeren aan het Aanvullend Sanctiebeleid van Rabobank en alle door haar in het kader van haar cliëntenonderzoek gevraagde informatie onverwijld verstrekken, waarbij het de Rabobank bij gebreke van naleving van deze voorwaarden vrijstaat haar dienstverlening aan Salor c.s. onmiddellijk te beëindigen;
4.De beoordeling
(1) Op grond van artikel 35 ABV Pro heeft een bank een contractuele bevoegdheid de relatie met een klant te beëindigen. De opzeggingsbevoegdheid van een bank en haar contractuele vrijheid zijn echter niet onbegrensd.
(2) De omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een bank van haar contractuele opzeggingsbevoegdheid gebruik maakt. [2] (3) Een opzegging moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bancaire zorgplicht, [3] waarbij het belang om deel te nemen aan het betalingsverkeer voor de rekeninghouders wordt meegewogen. Daarbij moet mede worden betrokken dat het voor (rechts)personen van groot belang is dat zij toegang hebben tot het bancaire systeem. In het arrest van de Hoge Raad van 5 november 2021 [4] is geoordeeld dat op banken op grond van hun maatschappelijke positie in beginsel de verplichting kan rusten een betaalrekening aan te bieden, ook ten aanzien van niet-consumenten. Daarbij weegt zwaar mee dat het zonder betaalrekening vrijwel onmogelijk is om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer en om een bedrijf te exploiteren.
(4) Banken hebben op grond van de Wwft een verantwoordelijkheid bij het signaleren van zogenoemde financieel-economische criminaliteit en andere integriteitsrisico’s. Zij moeten zoveel mogelijk voorkomen dat het financiële systeem voor oneigenlijke doelen wordt gebruikt (of: misbruikt). Daartoe moeten zij onderzoek doen naar hun cliënten en de verzamelde informatie up-to-date houden. Als een bank haar cliëntenonderzoek niet kan voltooien, moet zij de relatie met die klant beëindigen (artikel 5 lid 3 Wwft Pro). De bank kan dan immers het risico van misbruik van de door haar aangeboden producten en diensten niet overzien. Het is voor de beëindiging van de relatie niet noodzakelijk dat er concrete bewijzen zijn dat de klant betrokken is bij criminele activiteiten. Ook in het arrest van 5 november 2021 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat banken een gerechtvaardigd belang kunnen hebben om cliënten te weigeren vanwege toezichtrechtelijke eisen of integriteitsrisico’s, en dat dit belang eraan in de weg kan staan een bank te verplichten een betaalrekening aan te bieden.
(5) Banken hebben geen formele opsporingsbevoegdheden en zijn voor het cliëntenonderzoek afhankelijk van informatie uit openbare bronnen en informatie van de klant zelf. De klant is verplicht de bank te voorzien van de nodige informatie over – onder meer – zijn activiteiten en de wijze waarop hij aan het geld is gekomen dat hij bij de bank onderbrengt (artikelen 2 lid 2, 3 en 7 ABV).
(6) De geldigheid van de opzegging moet worden beoordeeld naar de stand van zaken ten tijde van de opzegging. Het gaat dus om een zogenoemde ‘ex tunc’ toetsing. Het is daarbij aan de bank om te onderbouwen dat zij op grond van artikel 5 lid 3 Wwft Pro verplicht was de bankrelatie te beëindigen.
Ultimate Beneficial Owner(UBO), is. Daarnaast zijn veel superjachten (uiteindelijk) eigendom van vermogende Russen, van wie een deel sinds de invasie van Oekraïne gesanctioneerd is. Ook geldt dat in elk geval een deel van hun producten dual-use goederen betreffen die onderworpen zijn aan exportrestricties en gevoelig zijn voor sanctieontwijking. Salor c.s. hebben daarnaast entiteiten in landen met een verhoogd risico op sanctieovertredingen of omzeiling, zoals Turkije, China en de VAE. Dat Rabobank bij Salor c.s. scherp toeziet op de naleving van sanctie- en complianceregelgeving ligt dan ook voor de hand en is ook geboden vanwege de strafrechtelijke, toezichtrechtelijke en reputatierisico’s die Rabobank loopt als Salor c.s. hun verplichtingen in dit verband niet nakomen.
De sector waarin wij werkzaam zijn laat niet toe dat wij ons onvoorwaardelijk kunnen committeren aan het aanvullend sanctiebeleid van Rabobank.’ Ook zijn zij niet volledig tegemoet gekomen aan de eis van Rabobank om actuele debiteurenlijsten van een aantal entiteiten te verstrekken omdat zij de eis van Rabobank te verstrekkend vonden.
5.De beslissing
mr. G.P. Raats, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.