Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.QUPRA B.V.,
2.
CARRIER2 B.V.,
1.Deze zaak in het kort
surchargeniet te betalen, omdat daarvoor de vereiste toestemming ontbreekt. Carrier2 moet daardoor in totaal nog € 178.956,23 aan Odido betalen. De tegenvorderingen van Qupra worden afgewezen, omdat Odido niet in verzuim is geraakt en onvoldoende is onderbouwd dat Qupra schade heeft geleden door Odido. Ook de tegenvorderingen van Carrier2 worden afgewezen, omdat niet is gebleken dat partijen de door Carrier2 gefactureerde kosten zijn overeengekomen.
2.De procedure
3.De feiten
wholesale)diensten inzake interconnectie en netwerktoegang bij elkaar af. [naam] (hierna: [naam]) is (indirect) bestuurder van Qupra en van Carrier2.
Interconnect Service Contracttot stand gekomen tussen Odido (destijds Tele2) en Technos B.V. (hierna: Technos). Op basis van deze overeenkomst (hierna: de Interconnectie-overeenkomst) is er een fysieke verbinding opgezet tussen Odido en Technos en zijn deze partijen over en weer interconnectie-dienstverlening gaan verrichten. Bij interconnectie wisselen telecomproviders tegen betaling wederzijds telefoonverkeer met elkaar uit, zodat klanten van verschillende aanbieders met elkaar kunnen bellen.
Dit contract hangt nu onder MTTM aangezien MTTM Technos overgenomen heeft en er is geen nieuwe overeenkomst nodig”. In oktober 2018 heeft Odido een aanvraag ontvangen om de contracten aangaande de dienstverlening aan Technos over te zetten naar MTTM.
wholesale services) aan Qupra levert. Als aanvulling op deze raamovereenkomst zijn op dezelfde datum drie Serviceovereenkomsten voor afzonderlijke telecommunicatiediensten tussen Odido en Qupra tot stand gekomen. Op basis hiervan verzorgt Odido voor Qupra (i) de breedbandverbinding met het internet, (ii) de toegang van de klanten van Qupra tot het ethernet-circuit van Odido, en (iii) de toegang van de klanten van Qupra tot het DSL-ethernet-circuit van Odido. De raamovereenkomst en de serviceovereenkomsten worden hierna gezamenlijk de Wholesale-overeenkomst genoemd.
Het probleem dat we ervaren met de nota's is dat er 3 inkoopcontracten (technos-qupra, message, coolwave) op 1 klantnummer zijn terecht gekomen. Hierdoor is er bij ons ook een hoop administratief mis gegaan. Ook zijn daardoor kosten niet doorbelast en facturen ook niet bij ons bekend.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
surcharge’) voor verkeer vanuit Carrier2 met verkeerde PAI-headers. Een PAI-header bevat informatie waarmee telecomaanbieders de identiteit van de beller kunnen verifiëren. Op basis van de PAI-headers wordt bepaald welke vergoeding in rekening moet worden gebracht. De
surchargeszijn in rekening gebracht voor het verkeer naar Nederland, waar volgens partijen gewoonlijk het tarief van 0 cent voor geldt. Indien er een verkeerde PAI-header werd opgegeven, bracht Odido middels de
surchargehet hoogste gesprekstarief in rekening van 15 cent.
surchargein rekening te brengen op grond van artikel 4.3 van de Interconnectie-overeenkomst, omdat de
surchargeeen toeslag is die onderdeel is van de gesprekstarieven. In dit artikel staat vermeld: “
Conveyance rates may not be varied without each Party giving the other Party at least seven (7) day's notice in writing. Notices shall be sent per e-mail. Tele2 shall e-mail "Customer" at [internetsite] and "Customer" shall e-mail Tele2 at [e-mailadres].” De
surchargeis geen nieuwe toeslag met aanvullende eisen voor PAI-headers, aldus Odido.
surchargezonder expliciete instemming van Carrier2 niet rechtsgeldig worden ingevoerd, omdat het niet gaat om een eenvoudige wijziging van de transporttarieven (‘
conveyance rates’), waar artikel 4.3 van de Interconnectie-overeenkomst in voorziet. De
surchargeis enkel een prikkel voor het correct doorgeven van de PAI-headers en is daardoor niet gekoppeld aan de een gesprekstarief, aldus Carrier2.
surchargede betreffende informatie moesten bevatten, maar dat deze op enig moment aan een bepaald format dienden te voldoen. Odido heeft hierop aangevuld dat de regelgeving voor de PAI-headers op Europees niveau is bepaald om te voorkomen dat te hoge bedragen naar partijen buiten de Europese Unie zouden wegstromen. Volgens Odido is de surcharge in feite een berekening van het tarief van het telefoonverkeer, maar dan een hoger tarief omdat verkeerde informatie is aangeleverd. Verder heeft Odido verklaard dat zij een groot deel van de
surchargesdie zij van andere partijen doorbelast heeft gekregen, niet heeft hoeven betalen.
surchargein de kern een prikkel vormt voor het in orde hebben van de PAI-headers volgens een bepaald format. Het in rekening brengen daarvan kan volgens haar niet worden gekwalificeerd als een eenvoudige wijziging van de overeengekomen
conveyance ratesoftewel transporttarieven. Bij toepassing van een
surchargeis het namelijk irrelevant waar gesprekken vandaan komen, hoeveel gesprekken er zijn of hoelang deze duren. De
surchargehoudt in dat opzicht geen direct verband met het telefoonverkeer, maar slechts op incorrecte PAI-headers. Verder heeft Carrier2 onbetwist gesteld dat de PAI-headers die zij toepasten wel de juiste informatie bevatten, maar dat ze niet voldeden aan het door Odido verlangde format en dat daardoor de
surchargein rekening werd gebracht.
surchargeleidt de rechtbank af dat deze niet zozeer ziet op de daadwerkelijke transporttarieven. Odido heeft immers niet betwist dat zij de
surchargevan 15 cent in rekening heeft gebracht in plaats van het toepasselijk tarief van 0 cent, omdat de PAI-headers niet aan het format voldeden. Dit maakt dat de
surchargeniet kan worden gezien als een eenvoudige wijziging van de transporttarieven, maar als een prikkel tot het voldoen aan de vereisten ten aanzien van het format. Daarnaast heeft Odido een groot deel van de bij haar in rekening gebracht
surchargesniet hoeven betalen, hetgeen niet goed denkbaar is als dat daadwerkelijke transporttarieven zouden betreffen. Hieruit volgt dat artikel 4.3 van de Interconnectie-overeenkomst geen grondslag biedt voor het in rekening brengen van de
surcharge. Odido heeft niet gesteld dat elders in de Interconnectie-overeenkomst grondslag wordt geboden voor het in rekening brengen van een
surchargebij incorrecte PAI-headers. Voor opname van dergelijke kosten had Odido dus afzonderlijke instemming moeten hebben verkregen. Nu die instemming ontbreekt, wordt de vordering met betrekking tot de twee
surchargefacturen afgewezen.
volume commitments, forecasted minutes,
patching costsen inflatiekosten, aldus Carrier2.
call costs – Non EEA Source, € 85.137.84 op
volume commitments¸ € 72.294,33 op
forecasted minutes, € 15.300,00 op
patching costsen € 12.925,48 op inflatiekosten. Odido heeft een
volume commitmentaanvaard, op grond waarvan zij zich heeft verbonden om maandelijks een minimale hoeveelheid verkeer naar het netwerk van Carrier2 te sturen. Odido heeft hier niet aan voldaan, waardoor Carrier2 gerechtigd is om hiervoor een vergoeding in rekening te brengen. Odido heeft erkend
forecasted minutesverschuldigd te zijn. Odido en Carrier2 zijn verder overeengekomen dat Odido een deel van de maandelijkse kosten voor de koppeling draagt (
patch kosten). De aanleiding van de vordering aangaande
call costs – Non EEA Sourceis dat Odido overging tot
reversed billingen daarbij is uitgegaan van te lage tarieven van Carrier2, aldus Carrier2.
reversed billingen daardoor niet verschuldigd zijn. Voor het in rekening brengen van
volume commitments¸
forecasted minutes,
patching costsen inflatiekosten bestaat geen contractuele grondslag. De grondslag van de kostenpost
Call Cost – Non EEA Sourceis niet toegelicht, aldus Odido.
forecasted minutesoverweegt de rechtbank dat uit de correspondentie niet blijkt dat Odido die kosten heeft geaccepteerd. De verschuldigdheid van
forecasted minuteskan immers niet worden afgeleid uit het enkele feit dat Odido in één brief heeft meegedeeld dat zij enkele facturen verschuldigd is waarin onder meer deze kostenpost is opgenomen. Een ondubbelzinnige instemming met de
forecasted minutesontbreekt. Ook de overeenstemming met betrekking tot de
volume commitmentsis nergens in de door Carrier2 overgelegde stukken terug te vinden. De e-mailberichten die ter onderbouwing zijn overgelegd, zijn namelijk slechts eenzijdige berichten vanuit Carrier2 en bevatten geen instemming of akkoord van de zijde van Odido. De rechtbank volgt Carrier2 niet dat de verschuldigdheid van deze kosten stilzwijgend is aanvaard doordat Odido niet op deze berichten heeft gereageerd. Dat Odido in bepaalde maanden door Carrier2 gestelde
volume commitmentsheeft gehaald betekent evenmin dat Odido moet worden geacht die
volume commitmentste hebben aanvaard.
patching costsheeft ingestemd. Carrier2 volstaat met de algemene stelling dat het niet zo kan zijn dat uitsluitend Carrier2 de kosten draagt voor een
patchwaarvoor Odido toestemming zou hebben gegeven. Daarmee is echter nog geen instemming met deze kosten aangetoond. Het door Carrier2 aangehaalde FTA-MTA-5 besluit maakt dit niet anders, omdat daarin slechts staat dat kosten voor een fysieke
patchin rekening
mogenworden gebracht. Carrier2 heeft verder in het geheel niet onderbouwd op grond waarvan Odido een inflatiecorrectie zou moeten betalen.
Non EEA Sourceverschuldigd is. De kosten die Carrier2 na een wijziging van haar tarieven in rekening brengt voor gesprekken van buiten de EER bedragen een viervoud van de tarieven die Odido daarvoor zelf heeft gehanteerd. Uit de stukken blijkt niet dat deze wijziging vooraf kenbaar is gemaakt of aangekondigd aan Odido. Weliswaar heeft Carrier2 een tariefplan toegezonden, maar daarin zijn bepaalde landen niet opgenomen. Carrier2 heeft de stelling van Odido dat zij deze facturen pas bij conclusie van antwoord heeft ontvangen niet weersproken. Odido heeft de verschuldigdheid van elk van deze facturen vervolgens uitgebreid gemotiveerd betwist. Carrier2 heeft deze betwisting onvoldoende onderbouwd weerlegd. Daarmee is niet gebleken dat Odido bij haar
reversed billingis uitgegaan van te lage vergoedingen voor het niet EER-verkeer en dat zij de door Carrier2 gestelde bedragen voor niet EER-verkeer verschuldigd is.