ECLI:NL:RBAMS:2026:6187

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 mei 2026
Publicatiedatum
18 juni 2026
Zaaknummer
C/13/785369 / FA RK 26-2419
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • D.G. Bertsch
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot exclusief gebruik echtelijke woning en toewijzing zorgregeling in voorlopige voorziening

Partijen zijn gehuwd en hebben samen twee minderjarige kinderen. De vrouw verzocht om exclusief gebruik van de echtelijke woning en toewijzing van de kinderen aan haar, met een zorgregeling voor de man. De man betwistte de ernst van de thuissituatie en verzocht zelf om exclusief gebruik van de woning indien de vrouw dat zou krijgen.

De rechtbank nam kennis van de schriftelijke stukken en hield een mondelinge behandeling achter gesloten deuren. De vrouw stelde dat de thuissituatie stressvol is en dat zij vanwege haar burn-out en het belang van de kinderen exclusief gebruik van de woning nodig heeft. De man stelde dat er geen ruzie is en dat hij anders dakloos zou worden vanwege woningnood en gebrek aan familie in Nederland.

De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende had aangetoond dat samenwoning niet langer mogelijk is. Ook achtte de rechtbank het niet in het belang van de kinderen dat de man dakloos wordt en zijn ouderlijke rol niet kan vervullen. Verder weegt mee dat een beslissing in deze voorlopige voorziening bepalend kan zijn voor de echtscheidingsprocedure. Daarom wees de rechtbank de verzoeken af.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot exclusief gebruik van de woning en toewijzing van de kinderen af vanwege onvoldoende bewijs van onhoudbare thuissituatie en de verstrekkende gevolgen voor de man.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/785369 / FA RK 26-2419
Beschikking van 15 mei 2026 betreffende voorlopige voorzieningen
in de zaak van:
[de vrouw] , volgens de huwelijksakte [de vrouw] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. G.W. Mettendaf te Amsterdam,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. S. Guman te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen 1-8, ingekomen op 25 maart 2026;
- het verweerschrift, tevens zelfstandige verzoeken van de man, ingekomen op 29 april 2026;
- de bijlagen 9-10 van de vrouw, ingekomen op 30 april 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026.
Verschenen zijn partijen, bijgestaan door hun advocaten.

2.De feiten

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd te [plaats 1] , Polen op 11 juli 2009.
2.2.
Partijen hebben samen de navolgende minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2013;
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2017.
2.3.
Partijen hebben het gezamenlijk ouderlijk gezag.
2.4.
De vrouw heeft de Poolse nationaliteit, de man de Nigeriaanse.

3.De verzoeken, verweren en zelfstandige verzoeken

3.1.
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat zij bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel dat de man de woning dient te verlaten en deze verder niet meer mag betreden, behalve met voorafgaande toestemming van de vrouw;
- dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan haar worden toevertrouwd;
- dat een zorgregeling wordt bepaald, inhoudende dat de man omgang heeft met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] eenmaal per week op maandag van 12.00 uur tot 17.00 uur;
- te bepalen dat de voorzieningen ten aanzien van de woning en de toevertrouwing van de kinderen door de vrouw ten uitvoer kunnen worden gelegd met behulp van de sterke arm van politie en justitie.
3.2.
De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de verzoeken van de vrouw.
3.3.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig en voorwaardelijk, in het geval de rechtbank zou overgaan tot een beslissing om één van partijen bij uitsluiting gerechtigd te laten zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
- te bepalen dat hij bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel dat de vrouw de woning dient te verlaten en deze verder niet meer mag betreden;
- de vrouw te bevelen aan de man beschikbaar te stellen de goederen voor zijn dagelijks gebruik;
- dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] aan hem toevertrouwd.

4.De standpunten van partijen

Het standpunt van de vrouw
4.1.
Het is voor de vrouw van groot belang dat zij bij uitsluiting van de man gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning. Dit is namelijk van belang om escalaties te voorkomen en te zorgen voor rust voor haar en de kinderen. Van slaande ruzie is geen sprake, maar de vrouw heeft veel stress door de huidige thuissituatie. Dat komt ook doordat de man veel thuis is, aangezien hij nu werkloos is. De vrouw is bovendien herstellende van een burn-out en die is mede ontstaan door de huwelijksproblemen. Het voorgaande heeft vervolgens een negatief effect op de kinderen en dat is niet in hun belang. De man heeft een netwerk en kan elders verblijven. De vrouw niet, want haar familie woont in Polen en het duurt een jaar voordat zij met urgentie aan een andere woning kan komen. De vrouw vindt het daarnaast van belang dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd. Zij heeft de dagelijkse zorg over de kinderen altijd gehad. Tot slot is het van belang voor de kinderen dat een zorgregeling wordt vastgesteld tussen hen en de man.
Het standpunt van de man
4.2.
Partijen hebben geen ruzie met elkaar en de man doet juist zijn best te voorkomen dat de situatie thuis escaleert. Er is dan ook geen aanleiding een voorziening te treffen waarbij de man de echtelijke woning zou moeten verlaten. Als de rechtbank daartoe zou overgaan zou de man dakloos worden en onder een brug of in een park moeten leven. Hij kan namelijk nergens anders terecht. De woningnood in [plaats 2] is hoog, dus een nieuwe woning zal hij niet snel krijgen. Ook bij familieleden kan hij niet terecht, want die wonen in Nigeria. Wanneer de rechtbank zou oordelen dat één van partijen de echtelijke woning zou moeten verlaten, dan moet dat de vrouw zijn. Zij heeft daarvoor meer mogelijkheden dan de man, bijvoorbeeld met een urgentieverklaring. De kinderen dienen in dat geval aan hem te worden toevertrouwd. Hij zorgt goed voor de kinderen en heeft een sterke band met hen. Een zorgregeling hoeft de rechtbank niet te bepalen, nu partijen daarover in goed overleg afspraken kunnen maken. Daarbij vindt de man het belangrijk dat ook geluisterd wordt naar de wensen van de kinderen, mede gelet op hun leeftijd.

5.De beoordeling

5.1.
Vanwege het internationale karakter van deze zaak – partijen hebben verschillende nationaliteiten – stelt de rechtbank voorop dat zij bevoegd is om op de verzoeken te beslissen en dat Nederlands recht van toepassing is.
5.2.
Gelet op het verweer van de man is de eerste vraag die moet worden beantwoord of voorlopige voorzieningen moeten worden getroffen. Het antwoord op die vraag is de uitkomst van een afweging van alle betrokken belangen. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat de uitkomst is dat geen voorzieningen worden getroffen en overweegt daartoe als volgt.
5.3.
Dat de vrouw stress ervaart van de thuissituatie en dat de kinderen daar last van hebben, wil de rechtbank wel aannemen. Dat echter de thuissituatie op dit moment volgens de vrouw zo gespannen is dat de samenwoning niet langer kan voortduren, is tegenover de gemotiveerde betwisting door de man onvoldoende gebleken. De rechtbank stelt daarnaast vast dat het voor de man – en overigens ook voor de vrouw – moeilijk, zo niet onmogelijk, lijkt om op korte termijn tijdelijk elders woonruimte te vinden. Weliswaar heeft de vrouw gesteld dat de man elders kan verblijven, maar die stelling heeft zij tegenover de betwisting door de man onvoldoende gespecificeerd. Het door de rechtbank toewijzen van het verzoek van de vrouw ten aanzien van het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning zou daarom verstrekkende gevolgen voor de man hebben. Gelet op de woningnood in [plaats 2] zal hij dakloos worden en voor onderdak volledig afhankelijk worden van opvang en/of de goedwillendheid van derden. Daarnaast zal hij zijn rol als betrokken ouder tijdelijk niet langer kunnen vervullen. Deze gevolgen acht de rechtbank bovendien niet in het belang van de kinderen.
5.4.
In haar overweging neemt de rechtbank ook mee dat een uitspraak in een procedure voorlopige voorzieningen vaak bepalend is en de toon zet voor het verloop van de echtscheidingsprocedure, met name als het gaat om de beslissingen over het huurrecht, het hoofdverblijf van de kinderen en de zorgregeling. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat beide partijen een belang hebben bij het huurrecht. Daarnaast hebben zij beiden onbetwist aangevoerd dat zij een grote rol spelen in het leven van de kinderen en dat zij die rol na de echtscheiding willen blijven vervullen, nog daargelaten dat kinderen in een spoedprocedure als deze niet worden betrokken. De rechtbank houdt dan ook rekening met de verstrekkende gevolgen die een beslissing in deze procedure zou hebben voor de uitkomst van de echtscheidingsprocedure.
5.5.
Uit het bovenstaande volgt dat als volgt wordt beslist.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.G. Bertsch, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M. van den Berg, griffier, op 15 mei 2026.