ECLI:NL:RBAMS:2026:6342

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
787702
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BWArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij pleegouders

De zaak betreft een verzoek van het Leger des Heils tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij pleegouders, die tevens de pleegouders van de moeder zijn. De minderjarige is sinds augustus 2025 onder toezicht gesteld en verblijft in een pleeggezin. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar woont begeleid en heeft momenteel geen geschikte woonplek voor de minderjarige.

Het Leger des Heils motiveert het verzoek met de noodzaak om de minderjarige een veilige en stabiele opvoedomgeving te bieden, terwijl de moeder haar ouderrol stapsgewijs kan uitbreiden. De moeder stemt in met verlenging en wil haar zorgrol oppakken, maar erkent dat haar huidige woonomgeving niet geschikt is voor de minderjarige.

De kinderrechter oordeelt dat verlenging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De pleegouders bieden een veilige omgeving en faciliteren het contact tussen moeder en kind. De verlenging biedt ruimte om een geschikte woonplek te vinden en de moeder te ondersteunen in haar rol. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en geldt direct.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 11 december 2026.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/13/787702 / JE RK 26-370
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd te Velserbroek, hierna te noemen het Leger des Heils,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder], wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de moeder,
advocaat mr. R. Pothast uit Amsterdam,
[pleegouder 1] en [pleegouder 2], wonenden te [woonplaats] ,
hierna te noemen de pleegouders.
en
het Leger des Heils.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter heeft kennisgenomen van het schriftelijke verzoek van het Leger des Heils met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026.

2.De feiten

2.1.
Na een spoedverzoek op 4 augustus 2025 is de voorlopige voogdij over [minderjarige] bij het Leger des Heils belegd. De kinderrechter heeft de schorsing van de moeder in de uitoefening van het gezag over [minderjarige] op 13 augustus 2025 opgeheven.
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.3.
Bij beschikking van 11 december 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van het Leger des Heils tot 11 december 2026. Ook is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend voor verblijf in een pleeggezin, te weten bij de pleegouders, tot 11 juni 2026.
2.4.
De pleegouders van [minderjarige] zijn ook de pleegouders geweest van de moeder.
2.5.
De moeder woont begeleid via Wonen met Kansen in [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
Het Leger des Heils verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

Het Leger des Heils
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert het Leger des Heils het volgende aan. De afgelopen maanden is [minderjarige] opgevangen bij de pleegouders, die ook de pleegouders van de moeder waren. Hier ervaart zij een veilige, liefdevolle en stabiele opvoedomgeving. Er zijn op dit moment nog zorgen die de verlenging van de uithuisplaatsing noodzakelijk maken. Hoewel de motivatie van de moeder om zelfstandig voor [minderjarige] te zorgen eerder wisselend was, heeft de moeder inmiddels uitgesproken 100% te willen kiezen voor [minderjarige] . Zij ziet [minderjarige] opgroeien en wil meer betrokken zijn in haar leven. De moeder is bezig haar leven zo goed mogelijk in te vullen, maar er zijn nog zorgen rondom huisvesting, financiën en middelengebruik. De moeder woont nu bij Wonen Met Kansen met haar partner. Wonen Met Kansen biedt echter geen plek voor de moeder met kind. [minderjarige] kan dus niet daar in het gezin worden opgenomen. Het Leger des Heils zoekt nu ook naar een woonplek waar de moeder kan wonen met haar partner en met [minderjarige] en is daarover in gesprek met HVO Querido. De moeder heeft zich bereid verklaard in de tussentijd te wonen in een moeder-kindhuis.
De moeder en haar advocaat
4.2.
De moeder stemt in met een verlenging van de uithuisplaatsing voor de duur van zes maanden. De moeder staat open voor begeleiding en wil stappen maken. De moeder wil haar moederrol pakken, maar beseft dat haar woonplek op dit moment geen fijne omgeving is voor [minderjarige] . Ze wil op termijn graag de zorg van [minderjarige] op zich nemen, samen met haar partner.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter kan de machtiging tot uithuisplaatsing op verzoek van de gecertificeerde instelling voor de duur van ten hoogste één jaar verlengen als dat noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van de geestelijke of lichamelijke gesteldheid van de minderjarige op grond van artikel 1:265c, tweede lid, en artikel 1:265b, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.
5.2.
De kinderrechter is van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. De pleegouders zorgen goed voor [minderjarige] en zij bieden [minderjarige] een veilige plek, waarbij zij tevens oog hebben voor de moeder-dochterband en de omgang tussen de moeder en [minderjarige] faciliteren. Een plaatsing terug bij de moeder is nu nog niet aan de orde. Daarvoor moet eerst een geschikte woonplek worden gevonden. De partner van de moeder is betrokken bij de moeder en [minderjarige] . De moeder en de partner willen daarom ook samen de zorg van [minderjarige] op zich nemen. Leger des Heils probeert hem er ook bij te betrekken. Ondertussen is het belangrijk dat de moeder zich steeds meer moeder gaat voelen van [minderjarige] en zich vertrouwd gaat voelen in die moederrol. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] blijft nu onregelmatig en beperkt. Dat moet worden opgebouwd ten behoeve van een veilige hechtingsrelatie en de ouder-kind band. Wonen met Kansen kan daarin ondersteunen. Een verlenging van de uithuisplaatsing biedt tijd om een geschikte woonplek te vinden, de moeder te ondersteunen in haar ouderrol en de zorg van de moeder voor [minderjarige] stapsgewijs uit te breiden.
5.3.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.4.
Er wordt als volgt beslist.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de pleegouders, voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten
tot 11 december 2026;
6.2.
verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. A. van Luijck, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S. Pattiasina als griffier, en op schrift gesteld op 22 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.