Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6344

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
13/084226-26
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 57 SrArt. 311 SrArt. 312 SrArt. 6:97 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor drie bedrijfsinbraken met geweld en schadevergoeding

De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor drie bedrijfsinbraken gepleegd in februari en maart 2026, waaronder één waarbij geweld werd gebruikt tegen een toevallige voorbijganger die verdachte betrapte. Verdachte heeft de feiten bekend en de rechtbank acht het bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak en geweld.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van de feiten, de aanzienlijke schade aan bedrijfspanden en het letsel van het slachtoffer. Verdachte heeft een verleden van soortgelijke veroordelingen, wat tot een zwaardere straf leidt. Gezien zijn medische situatie en noodzaak tot abstinentie is een gevangenisstraf van tien maanden opgelegd met aftrek van voorarrest.

Daarnaast is een schadevergoeding van €1.109,19 toegewezen aan de benadeelde partij voor materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank heeft ook besloten tot tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen, waarbij een taakstraf van 180 uur is opgelegd in plaats van een deel van de vrijheidsstraf. De inbeslaggenomen goederen worden geretourneerd aan de rechthebbenden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf en betaling van €1.109,19 schadevergoeding.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummers: 13/084226-26, 13/381323-24 (TUL), 23/002388-23 (TUL), 13/385691-24 (TUL)
Datum uitspraak: 19 juli 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd te: [naam Justitieel Complex] ,
hierna: verdachte.

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juni 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J.H. de Krijger, en van wat verdachte, zijn raadsvrouw, mr. J. Verstegen, advocaat te Amsterdam, en benadeelde partij [benadeelde partij] naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort weergegeven – tenlastegelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
1. een bedrijfsinbraak bij de KwikFit op 20 maart 2026 in Amsterdam;
2. een bedrijfsinbraak bij de Family Market met geweld gepleegd tegen de heer [naam 1] op 19 maart 2026 in Zaandam;
3. een bedrijfsinbraak bij de Asian Caribbean Market op 11 februari 2026 in Amsterdam.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1.
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Ten aanzien van feit 1 en feit 3
De rechtbank is van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals omschreven in rubriek 4. Nu verdachte dit feit ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsvrouw hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met de in
bijlage IIgenoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan.
3.3.2.
Ten aanzien van feit 2
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen zoals opgenomen in
bijlage IIbij dit vonnis ook kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde, zoals omschreven in rubriek 4. Daartoe overweegt de rechtbank in het bijzonder het volgende.
De rechtbank is van oordeel dat de inbraak kan worden bewezen gelet op de aangifte en de (deels) bekennende verklaring van verdachte. Ten aanzien van de tenlastegelegde geweldshandelingen heeft verdachte verklaard dat hij [naam 1] tegenkwam nadat hij uit het raam van het pand klom. Verdachte heeft ontkend dat hij de [naam 1] opzettelijk heeft geslagen. De rechtbank overweegt echter dat de heer [naam 1] na confrontatie met verdachte aanzienlijk letsel heeft opgelopen. Dit, in combinatie met de aangifte van de heer [naam 1] , brengt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte de heer [naam 1] heeft geslagen.

4.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
Ten aanzien feit 1:
op 20 maart 2026 te Amsterdam, een kassalade met inhoud, die aan Kwikfit en/of [naam 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Ten aanzien van feit 2:op 19 maart 2026 te Zaandam, gemeente Zaanstad een geldbedrag van ongeveer 450 euro en twee pakketjes, die aan Family Markt en/of [naam 3] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [naam 1] met kracht tegen het hoofd, te slaan;
Ten aanzien van feit 3:
op 11 februari 2026 te Amsterdam, een kassalade, die aan Asian Caribbean Market en/of [benadeelde partij] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;
Voor zover in het bewezenverklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5.De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7.Motivering van de straffen en maatregelen

7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van voorarrest.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en acht te slaan op de inhoud van recente reclasseringsrapporten, in het bijzonder het rapport van 3 februari 2026, waaruit volgt dat een gevangenisstraf negatieve, zwaarwegende consequenties zal hebben voor verdachte. Ook is gewezen op de medische situatie van verdachte. Zonder niertransplantatie heeft hij nog maar kort te leven. Om in aanmerking te komen voor een transplantatie zal hij echter eerst een substantiële periode abstinent moeten blijven. Detentie valt verdachte extra zwaar nu hij nierdialyses moet ondergaan. Op grond van dit alles verzoekt de raadsvrouw om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich in de maanden februari en maart 2026 schuldig gemaakt aan drie verschillende bedrijfsinbraken. Hij heeft hierbij iedere keer aanzienlijke schade veroorzaakt aan de betrokken bedrijfspanden door de ruiten te vernielen met een baksteen. Het plegen van bedrijfsinbraken veroorzaakt niet alleen schade en overlast voor de betrokkenen, maar ook een gevoel van onveiligheid in de maatschappij. Bovendien is een van de bedrijfsinbraken gepaard gegaan met geweld tegen de heer [naam 1] , een toevallige voorbijganger die verdachte op heterdaad betrapte en probeerde tegen te houden. De heer [naam 1] heeft aan dit incident flink letsel overgehouden.
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De rechtbank heeft hiervoor aansluiting gezocht bij de Landelijke Oriëntatiepunten voor Strafoplegging die de rechtbanken en hoven onderling hebben afgesproken. Het oriëntatiepunt voor een bedrijfsinbraak, indien er sprake is van veelvuldige recidive, is een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden. In strafverzwarende zin weegt de rechtbank mee dat één van de feiten gepaard is gegaan met geweld.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 18 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte meermalen voor soortgelijke feiten is veroordeeld, waardoor sprake is van veelvuldige recidive.
Gelet op het voorgaande kan op de gepleegde strafbare feiten naar het oordeel van de rechtbank slechts worden gereageerd met een vrijheidsbenemende straf. Alles overwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van tien maanden, met aftrek van voorarrest. Verdachte kan gedurende deze tijd in de gevangenis proberen abstinent te blijven, waarna hij hopelijk in aanmerking komt voor een niertransplantatie.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de
Penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet.

8.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026069155-BZBB0683)
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026069155-BZBB0701)
  • 1 STK Visitekaartje (PL1300-2026069155-BZBB0686)
  • 1 STK Tas (PL1300-2026069155-BZBB0693)
  • 1 STK Bankbescheiden (PL1300-2026069155-G6789315)
  • 1 STK Papier (PL1300-2026069155-G6789352)
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026063151-BZBB0039)
  • 1 STK Munt (PL1100-2026063151-BZBB0048)
  • 1 STK Pakketpost (PL1100-2026063022-G1833980)
  • 323,19 EUR Geld Euro (PL1100-2026063022-G1833984)
  • 1 STK Pakketpost (PL1100-2026063022-G1833983)
  • 2,71 EUR Geld Euro (PL1100-2026063022-G1833985)
Teruggave aan rechthebbende KwikFit
De rechtbank zal bepalen dat de inbeslaggenomen voorwerpen worden geretourneerd aan de rechthebbende KwikFit:
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026069155-BZBB0683)
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026069155-BZBB0701)
  • 1 STK Visitekaartje (PL1300-2026069155-BZBB0686)
  • 1 STK Tas (PL1300-2026069155-BZBB0693)
  • 1 STK Bankbescheiden (PL1300-2026069155-G6789315)
  • 1 STK Papier (PL1300-2026069155-G6789352)
Teruggave aan rechthebbende Family Market
De rechtbank zal bepalen dat de inbeslaggenomen voorwerpen worden geretourneerd aan de rechthebbende Family Market:
  • 1 STK Pakketpost (PL1100-2026063022-G1833980)
  • 323,19 EUR Geld Euro (PL1100-2026063022-G1833984)
  • 1 STK Pakketpost (PL1100-2026063022-G1833983)
  • 2,71 EUR Geld Euro (PL1100-2026063022-G1833985)
Geen beslissing
Over de volgende voorwerpen zal de rechtbank geen beslissing nemen, omdat deze voorwerpen niet aan deze zaak gerelateerd kunnen worden:
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026063151-BZBB0039)
  • 1 STK Munt (PL1100-2026063151-BZBB0048)

9.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 1.768,61 aan vergoeding van materiële schade (bestaande uit de initieel gevorderde € 1.568,61, ter terechtzitting op 6 juni 2026 mondeling verhoogd met € 200,-), te vermeerderen met de wettelijke rente.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van de materiële schade kan worden toegewezen, met uitzondering van het bedrag met betrekking tot de omzetderving en belettering.
De hoogte van de vordering is ter terechtzitting betwist. Ten aanzien van de omzetderving en de belettering stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat deze kosten afgewezen moeten worden. Daarnaast stelt zij dat indien de rechtbank besluit om de vordering toe te wijzen, de kosten exclusief BTW moeten worden toegewezen.
Vast staat dat aan de benadeelde partij door het onder 3 bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De gevorderde kosten ter vergoeding van de werkzaamheden van Uni Glas (noodafdichting), W. De Graaf (kassalade) en Accuut (glas) zijn onderbouwd met facturen en zullen daarom worden toegewezen, met uitzondering van de BTW, omdat de benadeelde partij als ondernemer de BTW af kan trekken. De mondeling gevorderde kosten voor de belettering zullen niet worden toegewezen, omdat deze kosten niet onderbouwd zijn.
Ten aanzien van de gevorderde kosten met betrekking tot de omzetderving overweegt de rechtbank dat zij de exacte hoeveelheid winstderving niet kan vaststellen. Zij zal daarom bij de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid op grond van artikel 6:97 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De rechtbank gaat ervan uit dat de benadeelde, die vanwege de inbraak enige tijd zijn winkel heeft moeten sluiten, in ieder geval een bedrag van € 350,- aan winst is misgelopen ten gevolge van de inbraak.
De rechtbank concludeert dat de vordering tot vergoeding van materiële schade zal worden toegewezen tot een bedrag van in totaal € 1.109,19 (bestaande uit € 759,19 + € 350,-), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (11 februari 2026).
De vordering zal voor het overige worden afgewezen.
De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [benadeelde partij] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 1.109,19. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van elf dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

10.Vorderingen tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

10.1.
De vordering van het Openbaar Ministerie
Ten aanzien van de vorderingen met parketnummers 13/385691-24 en 23/002388-23 heeft de officier van justitie gevorderd dat deze geheel worden toegewezen. Ten aanzien van de vordering met parketnummer 13/381323-24 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat deze voor een deel, namelijk voor de duur van drie maanden, moet worden toegewezen.
10.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen met parketnummers 13/385691-24, 23/002388-23 en 13/381323-24 moeten worden afgewezen.
10.3.
Het oordeel van de rechtbank
TUL 13/381323-24
De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 13/381323-24 afwijzen, zodat de bijzondere voorwaarden in stand blijven.
TUL 23/002388-23
Bij de stukken bevindt zich de op 5 juni 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 23/002388-23, betreffende het onherroepelijk geworden arrest d.d. 23 september 2025 van de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 49 dagen, met aftrek van voorarrest, met bevel dat van deze straf een gedeelte, namelijk 46 dagen, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 3 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van dat voorwaardelijke strafdeel te gelasten.
TUL 13/385691-24
Bij de stukken bevindt zich de op 5 juni 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13/385691-24, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 25 februari 2026 van de politierechter van de rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte per post is toegezonden.
Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf toe te wijzen. De rechtbank zal echter gelasten dat veroordeelde een taakstraf van 180 uren moet verrichten, in plaats van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf.
De rechtbank overweegt daartoe dat verdachte, gezien de aan hem opgelegde gevangenisstraf van 10 maanden in combinatie met de 46 dagen van de toegewezen vordering TUL met parketnummer 23/002388-23, reeds voor een aanzienlijke tijd van zijn vrijheid zal worden ontnomen. Deze periode zal verdachte, in detentie, naar verwachting abstinent blijven van alcohol en drugs. Na zijn vrijlating kan verdachte dan hopelijk snel een niertransplantatie ondergaan, waarna hij kan werken aan een delictvrije toekomst, een streven dat hij ter terechtzitting heeft toegelicht. De rechtbank ziet aanleiding om verdachte hierin tegemoet te komen door de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf in de zaak met parketnummer 13/381323-24 af te wijzen (waardoor de bijzondere voorwaarden van kracht blijven) en in de zaak met parketnummer 13/385691-24 te gelasten dat verdachte een taakstraf uit moet voeren in plaats van het ondergaan van de eerder in voorwaardelijke vorm opgelegde gevangenisstraf. Het uitvoeren van een taakstraf biedt verdachte een vorm van dagbesteding.

11.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 57, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

12.Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
Ten aanzien van feit 2:
diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;
Ten aanzien van feit 3:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
10 (tien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Beslag
Gelast de teruggave aan KwikFit van:
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026069155-BZBB0683)
  • 1 STK Kassala (PL1300-2026069155-BZBB0701)
  • 1 STK Visitekaartje (PL1300-2026069155-BZBB0686)
  • 1 STK Tas (PL1300-2026069155-BZBB0693)
  • 1 STK Bankbescheiden (PL1300-2026069155-G6789315)
  • 1 STK Papier (PL1300-2026069155-G6789352)
Gelast de teruggave aan Family Market van:
  • 1 STK Pakketpost (PL1100-2026063022-G1833980)
  • 323,19 EUR Geld Euro (PL1100-2026063022-G1833984)
  • 1 STK Pakketpost (PL1100-2026063022-G1833983)
  • 2,71 EUR Geld Euro (PL1100-2026063022-G1833985)
Benadeelde partij
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van
€ 1.109,19 (duizend honderdnegen euro en negentien eurocent)aan vergoeding van materiële, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (11 februari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Wijst de vordering voor het overige af.
Schadevergoedingsmaatregel
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat
€ 1.109,19 (duizend honderdnegen euro en negentien eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (11 februari 2026) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
11 (elf) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
TUL 13/381323-24
Wijstde vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 13/381323-24
af.
TUL 23/002388-23
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij genoemd arrest van 23 september 2025 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk
46 (zesenveertig) dagen.
TUL 13/385691-24
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf opgelegd bij genoemd arrest van 23 september 2025 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk
3 (drie) maanden.
Gelast – in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf te geven – dat veroordeelde een taakstraf
180 (honderdtachtig) urenmoet verrichten. Beveelt, voor het geval dat de veroordeelde deze taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
90 (negentig) dagen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G.J.M Kruizinga, voorzitter,
mrs. H.J. Bos en H.B.W. Beekman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juni 2026.
Bijlage I
Tenlastelegging [verdachte]
Aan verdachte [verdachte] is ten laste gelegd dat
Ten aanzien feit 1:
hij op/omstreeks 20 maart 2026 te Amsterdam, althans in Nederland, een kassalade (met inhoud), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Kwikfit en/of [naam 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
Ten aanzien van feit 2:hij op of omstreeks 19 maart 2026 te Zaandam, gemeente Zaanstad een geldbedrag van ongeveer 450 euro en/of twee pakketjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Family Markt en/of [naam 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [naam 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [naam 1] meermalen, althans eenmaal, (met kracht) met een (tot eenvuistgebalde) hand in of tegen diens gezicht, althans tegen het hoofd, te slaan;
Ten aanzien van feit 3:
hij op/omstreeks 11 februari 2026 te Amsterdam, althans in Nederland, een kassalade, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Asian Caribbean Market en/of [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
Bijlage II
De bewijsmiddelen
Ten aanzien van feit 1 en feit 3:
1.
De bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 5 juni 2026.
2.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2026069155-21, d.d. 20 maart 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 1] , doorgenummerde pagina’s 195 – 197.
3.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1300-2026034652-5, d.d. 11 februari 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde pagina’s 290 – 292.
Ten aanzien van feit 2:
1.
De verklaring die verdachte ter terechtzitting op 5 juni 2026 heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven;
Ik heb de inbraak bij de Family Market gepleegd. Ik heb het glas met een steen vernield en naar binnen gegaan. Daarna ben uit het raam naar buiten gekropen. Een meneer kwam dichterbij. Misschien heb ik hem aangeraakt, maar ik heb hem niet met opzet geslagen.
2.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer PL1100-2026063022-14, d.d. 19 maart 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 3] , doorgenummerde pagina’s 357 – 360.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als bevindingen van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:
Ik hoorde een persoon die mij opgaf te zijn:
Achternaam: [naam 3]
Voornamen: [naam 3] .
Op 19 maart 2026 kwam ik bij mijn winkel in Zaandam. Ik zag dat een deel van de kassalade ontbrak. Ik zag dat het geld wat erin zat weg was. Gisterenavond zat er ongeveer vierhonderdvijftig (450) euro in de kassa. Ik zag dat er een stuk glas kapot was van mijn raam aan de voorkant van de winkel.
3.
Een proces-verbaal van aangifte met nummer 260319-466-947, d.d. 19 maart 2026, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [opsporingsambtenaar 4] , doorgenummerde pagina’s 361 – 363.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als bevindingen van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:
Ik hoorde een persoon die mij opgaf te zijn:
Voornamen: [naam 1]
Achternaam: [naam 1]
Op 19 maart 2026 zag ik een man uit het raam van de Family Markt (in Zaandam) kruipen. Ik zag dat zijn vingers gebald waren in een vuist en ik voelde dat hij mij daarna met die vuist op mijn achterhoofd sloeg.
4.
Proces-verbaal van bevindingen incl. fotobijlagen met nummer PL1100-2026063022-2, d.d. 19 maart 2025, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 5] en [opsporingsambtenaar 4] , doorgenummerde pagina’s 365 – 371.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als bevindingen van voornoemde opsporingsambtenaren, zakelijk weergegeven:
Op 19 maart 2026 kwamen wij ter plaatse te Zaandam, aldaar zagen wij een man staan. De man bleek te zijn: [naam 1] . Wij zagen dat [naam 1] een grote bult op zijn voorhoofd had zitten.