Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
hierna: [naam bedrijf NV]) te bewegen tot de aanschaf van iPhones voor een geldbedrag van in totaal € 62.143,97, in de periode van 1 maart 2022 tot en met 31 mei 2024;
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
€ 62.143,97 omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld ten aanzien van welke toestellen daadwerkelijk een schuld is ontstaan door het handelen van verdachte.
bijlage IIbij dit vonnis, kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 4. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder het volgende.
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
- al dan niet onbevoegdelijk namens [naam bedrijf NV] telefoons te bestellen bij [naam bedrijf BV] en
- deze telefoons onder zich te houden en niet ter beschikking te stellen aan [naam bedrijf NV] en
- de ontvangen 26 [telecombedrijf] -facturen aan te passen, door de kosten in die facturen voor de telefoontoestellen te wijzigen naar de omschrijving "gebruik (buiten tegoed)" en de kosten in die facturen die worden omschreven als "gebruik (buiten tegoed)" te veranderen in een hoger bedrag dan het bedrag dat op de originele facturen staat vermeld voor die kosten en
- voornoemde vervalste facturen door te zenden naar accounting van voornoemde [naam bedrijf NV] met verzoek deze te betalen;
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
gebruik (buiten tegoed)’). Deze kosten zijn voldoende onderbouwd en staan in redelijke verhouding tot de omvang van de bewezenverklaring en het dossier.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
90 (negentig) dagen.
6 (zes) maanden.
3 (drie) jarenvast.
€ 68.339,78 (achtenzestigduizend driehonderdnegenendertig euro en achtenzeventig eurocent)aan vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 mei 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 3.642,- (drieduizend zeshonderdtweeënveertig euro).
€ 68.339,78 (achtenzestigduizend driehonderdnegenendertig euro en achtenzeventig eurocent)te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (31 mei 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van
278 (tweehonderdachtenzeventig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.