Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
3.
[eiser 3],
Rechtbank Amsterdam
Eiseressen, dochters van een overleden vrouw, vorderden inzage in stukken van de nalatenschap van erflaatster en legden conservatoir beslag op bankrekeningen en roerende zaken. Gedaagde, enig erfgenaam en executeur, verzocht opheffing van het beslag en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat eiseressen geen belang hadden bij inzage omdat zij schuldeisers en geen erfgenamen zijn, en dat de vordering reeds in een bodemprocedure aan de orde is. Het conservatoir beslag werd onrechtmatig geacht omdat het binnen de wettelijke beraadtermijn was gelegd zonder concrete aanwijzingen van verduistering.
De beslagen werden opgeheven, en eiseressen werden veroordeeld tot betaling van €1.163,26 aan achterstallige huur als gevolg van het beslag. De overige schade- en proceskostenvergoedingen werden afgewezen. Eiseressen werden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van €1.459,00.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot inzage af, heft het conservatoir beslag op en veroordeelt eiseressen tot betaling van huurachterstand en proceskosten.