Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:6446

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
13/245396-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 47 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen lijkbegraving en verbergen met oogmerk verbergen doodsoorzaak

De rechtbank Amsterdam heeft op 25 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 41-jarige man die werd verdacht van het medeplegen van het begraven, verbergen en wegvoeren van het lijk van het slachtoffer, met het oogmerk het feit en de doodsoorzaak te verhullen.

Uit het onderzoek en de bewijsvoering, waaronder proces-verbalen van opsporingsambtenaren en gerechtelijke documenten, bleek dat verdachte op verzoek van medeverdachten, die worden vervolgd voor de gewelddadige dood van het slachtoffer, heeft geholpen bij het ophalen, vervoeren en begraven van het lichaam in een maisveld in Hoogstraten, België. Verdachte kreeg hiervoor geld en drugs. De medeverdachten kozen bewust voor verdachte vanwege zijn kwetsbare persoonlijkheid en verslavingsproblematiek.

De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en wees het bestaan van een rechtvaardigingsgrond af. De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte en zijn strafblad. Verdachte werd veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een telefoon van verdachte verbeurd verklaard, omdat deze werd gebruikt bij het plegen van het strafbare feit.

De rechtbank benadrukte de mensonterende behandeling van het lichaam en het belang van een straf die recht doet aan de ernst van het feit, maar hield ook rekening met het feit dat verdachte niet betrokken was bij de dood van het slachtoffer en dat het plan door anderen was bedacht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, voor medeplegen van het begraven en verbergen van een lijk.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/245396-25
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,
ingeschreven op het adres [adres] , [woonplaats] ,
thans gedetineerd in de [naam PI]
.

1.Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 juni 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. R. van den Hemel, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
De behandeling van de zaak tegen verdachte heeft gelijktijdig maar niet gevoegd plaatsgevonden met de behandeling van de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (parketnummer 13/259287-25).

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is - kort weergegeven - tenlastegelegd dat hij zich in Nederland en/of België schuldig heeft gemaakt aan het onttrekken van het lijk van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) aan nasporing.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde kan worden bewezen.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.
4.3.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierna omschreven in rubriek 5.
Aangezien verdachte het tenlastegelegde feit heeft bekend en de raadsvrouw geen vrijspraak heeft bepleit, kan op grond van artikel 359 derde Pro lid van het Wetboek van Strafvordering met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:
 Een proces-verbaal van bevindingen van 24 september 2025 met nummer 443 (documentcode AMB.170), in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2] , pag. 042-057 van persoonsdossier 04.
 Een geschrift, namelijk een pro justitia navolgend proces-verbaal van 18 augustus 2025 met nummer 101329/2025 (documentcode AMB029), opgemaakt door [naam rechercheur] , rechercheur, officier van gerechtelijke politie en [naam gerechtelijk commissaris] , gerechtelijk commissaris, officier van gerechtelijke politie, pag. 0255 - 0262.

5.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor onder 4.3. opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
in de periode van 5 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025 te Amsterdam en in België, tezamen en in vereniging met anderen, het lijk van [slachtoffer] heeft begraven, verborgen, weggevoerd en weggemaakt, met het oogmerk om het feit en de oorzaak van het overlijden te verhelen.

6.Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7.Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.Motivering van de straf

8.1.
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
8.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen, met eventueel een voorwaardelijk deel.
8.3.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van het feit
Op 15 augustus 2025 werd in een kuil in een maisveld in Hoogstraten (België) het overleden lichaam van [slachtoffer] aangetroffen. Verdachte heeft, op verzoek van medeverdachten die worden vervolgd voor de gewelddadige dood van [slachtoffer] , geholpen bij het ophalen, vervoeren en uiteindelijk begraven van het lichaam. Verdachte zou hiervoor geld en drugs hebben gekregen. De wijze waarop verdachte en de medeverdachte met het lichaam van [slachtoffer] zijn omgegaan is zeer schokkend en getuigt van een totaal gebrek aan respect voor de waardigheid van het lichaam van [slachtoffer] .
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 12 mei 2026. Hieruit blijkt dat verdachte verschillende keren is veroordeeld voor vermogensdelicten, maar niet eerder voor een soortgelijk feit. Gelet hierop zal het strafblad niet als een strafverhogende omstandigheid worden aangemerkt.
Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte tijdens zijn voorarrest is afgekickt en dat de methadon die hij gebruikte helemaal is afgebouwd.
Strafoplegging
De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De maximumstraf die de rechtbank voor onderhavig feit kan opleggen is een gevangenisstraf van 2 jaren. Verdachte is niet betrokken geweest bij de dood van [slachtoffer] . Verdachte is evenmin degene die het initiatief heeft genomen tot het wegmaken van het lichaam, aangezien het plan door anderen is bedacht. Bij het uitvoeren van het plan heeft verdachte echter een grote rol gehad en hij is dan ook mede verantwoordelijk voor de mensonterende behandeling van het lichaam van [slachtoffer] . Uit het dossier kan worden afgeleid dat de medeverdachten bewust hebben gekozen om verdachte om hulp te vragen vanwege zijn kwetsbare persoonlijkheid en verslavingsproblematiek. De rechtbank vindt, gelet op de aard en de ernst van het feit, een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. De rechtbank zal een deel voorwaardelijk opleggen als stok achter de deur, om te voorkomen dat verdachte weer, al dan niet voor geld of drugs, strafbare feiten zal plegen.
Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf op van 18 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren.

9.Beslag

Onder verdachte is een telefoon (Samsung met voorwerpnummer 86919) in beslag genomen.
De telefoon behoort toe aan verdachte. Omdat met behulp hiervan het bewezenverklaarde is begaan, waarbij onder meer foto’s en filmpjes van het plegen van dit strafbare feit zijn gemaakt als bewijsvoering voor de opdrachtgevers, wordt dit goed verbeurd verklaard.
De raadsvrouw heeft ter terechtzitting meegedeeld dat op deze telefoon ook het enige beeldmateriaal staat dat verdachte heeft van zijn (recent overleden) vriendin en hun baby’tje.
De officier van justitie heeft toegezegd dat zij welwillend staat tegenover het verstrekken van dit beeldmateriaal aan verdachte. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat met verzoeken in dit verband welwillend zal worden omgegaan. Tot een andere beslagbeslissing hoeft dit dan ook niet te leiden.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op artikelen 14a, 14b, 33, 33a, 47 en 151 van het Wetboek van Strafrecht.

11.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
het medeplegen van een lijk begraven verbergen/wegvoeren/wegmaken met het oogmerk om het feit/de oorzaak van het overlijden te verhelen.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
18 (achttien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte,
groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een
proeftijd van 2 (twee) jarenvast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
Beslag
Verklaart verbeurd1 STK GSM (Samsung met voorwerpnummer 86919).
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.R.J. van Wel, voorzitter
mrs. H.J. Bos en M.P.N. Gommers, rechters
in tegenwoordigheid van mr. A. Fransen, griffier
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 juni 2026.
De griffier is niet in staat om dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I – Tenlastelegging
Aan verdachte [verdachte] is tenlastegelegd dat hij
in of omstreeks de periode van 5 augustus 2025 tot en met 10 augustus 2025 te Amsterdam en/of elders in Nederland, in elk geval in Nederland, en/of te Hoogstraten in België en/of elders in België, in elk geval in België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, het lijk van [slachtoffer] heeft begraven, verborgen, weggevoerd en/of weggemaakt, met het oogmerk om het feit en/of de oorzaak van het overlijden, te verhelen.