ECLI:NL:RBAMS:2026:6448

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
11964325 CV EXPL 25-15809
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Brussel I-bisArt. 2 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingVerordening (EU) Nr. 1215/2012 (Brussel I-bis)Kaderbesluit 2005/214/JBZVerordening (EG) nr. 864/2007 (Rome II)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter bij inning Belgische administratieve boete voor lage-emissiezone

Stad Antwerpen vordert betaling van een boete van €150 wegens overtreding van het Reglement Lage-Emissiezone Antwerpen door [gedaagde], die met een niet-conform voertuig op 16 september 2022 in de zone reed zonder dagpas. De boete is opgelegd op grond van Belgisch publiekrecht en Stad Antwerpen heeft de vordering bij de Nederlandse burgerlijke rechter ingediend.

De kantonrechter stelt vast dat het hier gaat om een administratiefrechtelijke boete met een punitief karakter, opgelegd door een Belgisch bestuursorgaan. De vraag is of de Nederlandse burgerlijke rechter bevoegd is om deze boete te innen, mede gelet op het ontbreken van toepasselijkheid van Brussel I-bis en Rome II-verordening op dit soort zaken.

De kantonrechter verzoekt Stad Antwerpen om nadere toelichting over de grondslag van de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en de toepasselijkheid van het Nederlandse burgerlijk recht. Tevens wordt gevraagd hoe een Belgische inwoner bezwaar kan maken tegen de boete en welke rechter daarvoor bevoegd is.

De zaak wordt aangehouden tot 16 juli 2026 voor het indienen van deze nadere stukken. De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en verzoekt nadere toelichting over de bevoegdheid van de Nederlandse burgerlijke rechter.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11964325 \ CV EXPL 25-15809
Vonnis van 18 juni 2026
in de zaak van
STAD ANTWERPEN,
gevestigd te Antwerpen (België),
eisende partij,
hierna te noemen: Stad Antwerpen,
gemachtigde: mr. H. Usan (Modero Nederland B.V.),
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 7 oktober 2025 met producties,
- het proces-verbaal van het mondelinge antwoord,
- het tussenvonnis van 6 januari 2026,
- de dagbepaling mondelinge behandeling.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 april 2026. Stad Antwerpen is verschenen bij de gemachtigde. [gedaagde] is, alhoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De gemachtigde van Stad Antwerpen heeft ter zitting de standpunten nader toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is vonnis gevraagd en is een datum voor vonnis bepaald.

2.Het geschil

Feiten
2.1.
Op 27 november 2015 heeft het Vlaams Parlement een Decreet betreffende Lage-emissiezones aangenomen (C-2015/36551), gewijzigd bij Decreet van 3 mei 2019 (C/2019/41146). Bij Besluit betreffende Lage-emissiezones van 26 februari 2016 zijn nadere definities opgenomen voor de bepaling van de emissienormen van voertuigen (C-2016/35312).
2.2.
Stad Antwerpen heeft op grond van voormeld Decreet het Gemeentelijk Reglement Lage-Emissiezone Antwerpen (hierna: het Reglement) aangenomen met de doelstellingen ter vermindering van de uitstoot van vervuilende gassen.
2.3.
Stad Antwerpen heeft op grond van het Reglement een Lage Emissiezone in Antwerpen ingesteld, die is aangegeven met verkeersborden in de Nederlandse taal. In deze zone mogen volgens het Reglement alleen automobilisten rijden met voertuigen die voldoen aan de emissienormen of die in het bezit zijn van een LEZ-dagpas.
Vordering en verweer
2.4.
Stad Antwerpen vordert, na vermindering van eis ter zitting, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot betaling van € 150,00, vermeerderd met de proceskosten.
2.5.
Stad Antwerpen legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Het motorvoertuig van [gedaagde] bevond zich op 16 september 2022 om 19.37 uur in de Lage Emissiezone, die voor iedere automobilist zichtbaar is. Het motorvoertuig van [gedaagde] voldeed op dat moment niet aan de emissienormen en [gedaagde] was niet in het bezit van een LEZ-dagpas. Door middel van geplaatste verkeerscamera’s is er een foto gemaakt van het voertuig en het kenteken. Na controle in het register van de Nederlandse RDW (Rijksdienst voor Wegverkeer) is gebleken dat [gedaagde] op het moment van de overtreding verantwoordelijk was voor het motorvoertuig. Stad Antwerpen heeft aan [gedaagde] een brief gezonden waarin een administratieve geldboete van € 150,00 is opgelegd. [gedaagde] heeft niet betaald en heeft geen bezwaar gemaakt.
2.6.
[gedaagde] erkent dat hij de hoofdsom verschuldigd is, maar betwist de bijkomende kosten. Hij stelt dat hij pas via de dagvaarding heeft vernomen dat er een boete tegen hem is opgelegd. Bovendien heeft [gedaagde] een tijd in een wisselwoning gewoond, waardoor de aanmaningen mogelijk niet naar zijn daadwerkelijke woonadres zijn gestuurd.

3.De beoordeling

3.1.
De kantonrechter kan deze zaak niet zonder nadere inlichtingen van Stad Antwerpen beoordelen en beslissen.
Bevoegdheid
3.2.
Deze zaak heeft een internationaal karakter en daarom dient eerst beoordeeld te worden of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Vervolgens dient te vraag te worden beantwoorden of de burgerlijke rechter (in dit geval de kantonrechter) bevoegd is om het geschil te beoordelen en daarop te beslissen.
3.3.
De zaak ziet op de inning van een boete voor een verkeersovertreding naar Belgisch recht. De zaak is aangebracht als privaatrechtelijk geschil. De grondslag van de vordering is evenwel het door de gemeente Antwerpen (publiekrechtelijk) vastgesteld Reglement. Op grond van het Reglement is een administratieve boete opgelegd. Het gaat hier in beginsel dus om een administratiefrechtelijk geschil. Stad Antwerpen stelt zelf ook dat er een ‘reglementaire rechtsverhouding’ is ontstaan. Om die reden is de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 betreffende rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (Brussel I-bis) niet van toepassing (artikel 1 Brussel Pro I-bis).
3.4.
Stad Antwerpen heeft niet toegelicht dat door het opleggen van een administratieve boete (ook) een burgerrechtelijke rechtsverhouding is ontstaan tussen Stad Antwerpen en [gedaagde]. Zij stelt uitsluitend dat er een verbintenis is ontstaan die voortvloeit uit de wet. Omdat er verder geen verdragen en verordeningen van toepassing zijn en [gedaagde] in Nederland woont is volgens Stad Antwerpen op grond van artikel 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering de Nederlandse rechter als bevoegde rechter aangewezen.
3.5.
De kantonrechter ziet zich voor de vraag gesteld of het mogelijk is om een administratiefrechtelijke boete die in België is opgelegd op grond van een publiekrechtelijk besluit (het Reglement) te innen via de Nederlandse burgerlijke rechter. Het gaat hier immers om een geldboete met een punitief karakter. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het (Europese) Kaderbesluit 2005/214/JBZ inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties en de (Belgische) Wet inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van rechterlijke beslissingen in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie. [1] Daaruit lijkt te volgen dat de officier van justitie (CJIB [2] ) in Nederland bevoegd is om tot inning over te gaan van een door een Belgisch(e) bestuursorgaan/gemeente opgelegde boete. De kantonrechter vraagt zich af of ondanks deze openstaande publiekrechtelijke weg de burgerlijke rechter daarnaast kan worden aangezocht. [3]
3.6.
De kantonrechter verzoekt Stad Antwerpen om bij akte nader toe te lichten op grond waarvan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en, zo dit het geval is, op grond waarvan de burgerlijke rechter bevoegd is. De kantonrechter verzoekt Stad Antwerpen om aan te geven op grond van welk verdrag of wettelijke regeling haar die bevoegdheid toekomt.
3.7.
In de door Stad Antwerpen te geven toelichting kan Stad Antwerpen eventueel ook nader uitleggen hoe een Belgische inwoner een verkeersboete kan aanvechten en bij welke (soort) rechter.
Toepasselijk recht
3.8.
Voor zover komt vast te staan dat de Nederlandse burgerlijke (kanton)rechter bevoegd is, verzoekt de kantonrechter Stad Antwerpen nader toe te lichten welk recht moet worden toegepast, waarom, en op grond waarvan dat recht wordt aangewezen als toepasselijk recht. Daarbij merkt de kantonrechter op dat de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 (Rome II) niet ziet op administratiefrechtelijke zaken (artikel 1 van Pro Rome II). [4]
3.9.
Houdt iedere verdere beslissing aan.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 16 juli 2026 te 10:00 uur voor het indienen door Stad Antwerpen van een akte als bovenoverwogen;
4.2.
houdt ieder verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Kuiken en in het openbaar uitgesproken op
18 juni 2026.
51447/460

Voetnoten

1.Zie in dit verband ook https:// euriec.eu/wp-content/uploads/2022/03/EURIEC_NL_Nota-grensoverschrijdende-invordering-van-bestuurlijke-sancties-en-herstelvorderingen.pdf
2.Centraal Juridisch Incassobureau.
3.Zie ook: Grensoverschrijdende inning van bestuurlijke boetes, Een verkennend onderzoek naar ervaringen in België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk en mogelijkheden voor internationale samenwerking van A.J. Metselaar & P.C. Adriaanse (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum), te vinden op
4.Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) ziet evenmin op administratiefrechtelijke zaken, zie artikel 1 van Pro Rome I..