Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.NH BOUWGROEP B.V.,
NH VASTGOED B.V.,
1.De procedure
2.De feiten
NH Vastgoed was tot eind juli 2019 NH Bouw Groep BV.
e-mail offertes voor de bouw van een woning gestuurd aan [eisers] met aangehecht algemene voorwaarden met de bestandsnaam “AV NH Bouw Groep BV”.
28 februari 2021 in de woning gaan wonen.
ij verzoeken jullie deze planning voor 15 juni aan te leveren en de gebreken te herstellen voor 1 aug dit jaar.
wij meer hebben betaald dan er opgeleverd is. Er staan een aantal kostbare en mogelijk complexe issues open en herstel daarvan is nodig en naar verwachting kostbaar.
3.Het geschil
4.De beoordeling
NH Bouw Groep BV. NH Bouw Groep BV was tot medio 2019 de statutaire naam van
NH Vastgoed. Afgezien van de spatie tussen de woorden Bouw en Groep is de naam
NH Bouwgroep BV identiek aan de naam NH Bouw Groep. Daarnaast wordt in de overeenkomst enerzijds NH Bouwgroep genoemd, maar anderzijds het KvK-nummer van NH Vastgoed vermeld. Verder is niet gebleken dat [eisers] door NH Vastgoed of NH Bouwgroep voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst op de hoogte zijn gebracht van het feit dat medio 2019 een nieuwe vennootschap is opgericht met de naam NH Bouwgroep. Op basis van deze omstandigheden mochten [eisers] er dus van uitgaan dat (ook) NH Vastgoed (dat tot en met juli 2019 handelde onder de naam NH Bouw Groep BV) contractspartij was. Ook NH Vastgoed moet dus worden aangemerkt als contractspartij.
‘de algemene voorwaarden van NH Bouw Groep BV’van toepassing worden verklaard, hadden [eisers] moeten begrijpen dat de meegezonden set algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn op de overeenkomst. De rechtbank heeft ook geen aanknopingspunten om aan te nemen dat bij [eisers] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst verwarring bestond over welke algemene voorwaarden golden. Zij beschikten namelijk alleen over de toegezonden voorwaarden. Het feit dat [eisers] zeggen inmiddels te hebben geconstateerd dat onder het KvK-nummer [kvk-nummer] (gedeeltelijk) afwijkende algemene voorwaarden zijn gedeponeerd, laat dan ook onverlet dat tussen partijen bij het aangaan van de overeenkomst overeenstemming bestond over de toepasselijkheid van de vooraf toegezonden algemene voorwaarden van NH Bouw Groep BV.
TOP-rapporten als uitgangspunt, omdat die rapporten op gezamenlijk verzoek van partijen zijn uitgebracht. Voor zover [eisers] zich beroepen op gebreken die niet in de TOP-rapporten als zodanig zijn vastgesteld, rust op hen de stelplicht en bewijslast van het bestaan van die gebreken. Datzelfde geldt voor de kosten van herstel voor zover die niet in de TOP-rapporten zijn begroot.
NH Bouwgroep c.s. heeft onweersproken aangevoerd dat lekdorpels kunnen worden geplaatst ter voorkoming van watertoetreding. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de gebreken met de twee hiervoor genoemde maatregelen zijn te verhelpen. Tot slot is de vraag welke kosten hiermee zijn gemoeid. TOP heeft in haar rapport geen kostenraming opgenomen voor de herstelkosten. Aangezien partijen zich er tot nu toe niet concreet over hebben uitgelaten wat het kost om ventilatie-openingen te maken en lekdorpels aan te brengen, zullen zij in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten.
NH Bouwgroep c.s. betwisten verder dat sprake is van een (verborgen) gebrek dat aan hen te wijten is; [eisers] hadden de gestelde gebreken bij de oplevering redelijkerwijs moeten ontdekken. NH Bouwgroep c.s. betwisten ook dat herstel nodig is, omdat er sinds 2021 tot nu toe geen lekkage is geweest. Ook is betwist dat eventueel herstel € 2.500 zou moeten kosten.
- factuur [factuurnummer 1] van € 8.267,76 van 27 februari 2021 (termijn 47);
- factuur [factuurnummer 2] van € 6.019,65 van 5 maart 2021 (termijn 48);
- factuur [factuurnummer 3] van € 15.112,80 van 14 mei 2021 (slottermijn).
- factuur [factuurnummer 4] van € 28.437,93 van 14 mei 2021 (termijn 4 meerwerk);
- factuur [factuurnummer 5] van € 1.850,90 van 14 mei 2021 (termijn 3 afbouw).
e-mail van 19 april 2021 (zie 2.9). Daarin staat dat NH Bouwgroep c.s. niet tot verdere facturatie zullen overgaan voordat alle oplever- en discussiepunten zijn afgehandeld. Die toezegging moet redelijkerwijs zo worden begrepen dat die alleen betrekking heeft op facturen die na 19 april 2021 zijn opgemaakt. In de e-mail is namelijk wel nog verzocht om de facturen van 27 februari 2021 en 5 maart 2021 te betalen. Daarom moet eerst worden beoordeeld of [eisers] de betaling van de facturen van 27 februari 2021 en 5 maart 2021 terecht hebben opgeschort.
(artikel 6:236 onder Pro c BW). Met [eisers] is de rechtbank van oordeel dat het opschortingsverbod in de algemene voorwaarden een onredelijk bezwarend beding is als bedoeld in artikel 6:236 sub c BW Pro. [eisers] hebben terecht de vernietiging ingeroepen en voornoemd beding blijft daarom buiten toepassing.
5 maart 2021 was bovendien proportioneel gelet op hoogte van het op dat moment openstaande factuurbedrag van circa € 14.000, de aard en omvang van de werkzaamheden die nog moesten worden uitgevoerd en het feit dat [eisers] op dat moment al een groot gedeelte van de hoofdaanneemsom van in totaal € 570.000 hadden voldaan. [eisers] waren – op genoemde facturen na – namelijk bij met de termijnbetalingen en hadden inmiddels een totaalbedrag van € 521.401,29 inclusief btw (€ 430.910,16 exclusief btw, zoals opgenomen in de factuur van 27 februari 2021) aan NH Bouwgroep betaald. Of [eisers] de factuur van 27 februari 2021 destijds hebben ontvangen ( [eisers] stellen van niet), kan gelet op het voorgaande in het midden blijven.
5.De beslissing
woensdag 15 juli 2026voor het
door [eisers]nemen van een akte als bedoeld in
4.75, waarna op de rol van vier weken daarna NH Bouwgroep c.s. zich bij antwoordakte mogen uitlaten,
woensdag 15 juli 2026voor het
door NH Bouwgroepnemen van een akte als bedoeld in
4.76, waarna op de rol van vier weken daarna [eisers] zich bij antwoordakte mogen uitlaten,