Uitspraak
1.[huurder 1] ,
2.
[huurder 2],
3.
[huurder 3],
4.
[huurder 4],
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft de vraag of de door VDZ Vastgoed verhuurde woonruimte een zelfstandige woning is of onzelfstandige woonruimte (kamerhuur). De kantonrechter stelt vast dat het feitelijk gaat om onzelfstandige woonruimte, ondanks dat op papier sprake is van verhuur van de gehele woning aan de huurders gezamenlijk.
De huurders, studentes die ieder een eigen kamer hebben en gemeenschappelijke voorzieningen delen, betalen een te hoge huurprijs die niet conform het woningwaarderingsstelsel voor kamerhuur is vastgesteld. De huurcommissie had dit reeds vastgesteld en de kantonrechter volgt dit oordeel.
VDZ Vastgoed vordert dat de huurovereenkomst als zelfstandige woning wordt aangemerkt en de huurprijs wordt vastgesteld op de overeengekomen kale huurprijs, maar deze vordering wordt afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde aan de huurders, inclusief wettelijke rente en proceskosten.
De procedure omvatte meerdere schriftelijke stukken, een mondelinge behandeling en een tussenvonnis. De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De kantonrechter oordeelt dat sprake is van onzelfstandige woonruimte en veroordeelt verhuurder tot terugbetaling van te hoge huur aan huurders.