ECLI:NL:RBAMS:2026:6538

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
26 juni 2026
Zaaknummer
11624821
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33 ZiektewetArt. 30a Ziektewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling onverschuldigd betaald ziektegeld door voormalig werkgever

Media Markt vordert terugbetaling van twee maanden ziektewetuitkering die zij onverschuldigd aan haar voormalig werknemer heeft betaald nadat het UWV de uitkering had stopgezet. De werknemer had geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV en betwist niet dat het besluit formele rechtskracht heeft gekregen.

De werknemer voert aan dat alleen het UWV op grond van de Ziektewet bevoegd is om onverschuldigd betaald ziektegeld terug te vorderen en dat Media Markt geen terugvorderingsbesluit van het UWV heeft. De rechtbank stelt vast dat Media Markt dit niet heeft betwist, noch heeft onderbouwd op grond waarvan zij zelf aanspraak kan maken op terugbetaling.

De rechtbank oordeelt dat de Ziektewet het UWV als enige instantie aanwijst voor terugvordering van onverschuldigd betaald ziektegeld, ook in het geval van een eigenrisicodrager. Media Markt kan het teveel betaalde bedrag niet in een civiele procedure terugvorderen. De vordering wordt afgewezen en Media Markt wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van Media Markt tot terugbetaling van onverschuldigd betaald ziektegeld wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11624821 \ CV EXPL 25-5169
Vonnis van 19 juni 2026
in de zaak van
MEDIA MARKT [locatie] B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Media Markt,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. A. Harmanci.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 20 juni 2025,
  • de mondelinge behandeling van 25 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
  • de akte van Media Markt,
  • de akte van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] is bij Media Markt in dienst geweest op basis van een contract voor bepaalde tijd.
2.2.
Tijdens het dienstverband heeft [gedaagde] zich ziek gemeld. Media Markt heeft daarom vanaf 5 november 2018 een ziektewetuitkering aangevraagd bij het Uitkeringsorgaan Werknemers Verzekeringen (UWV), op basis waarvan het loon elke maand werd doorbetaald aan [gedaagde].
2.3.
Op het moment dat arbeidsovereenkomst op 11 mei 2019 van rechtswege eindigde was [gedaagde] nog arbeidsongeschikt. Vanaf 11 mei 2019 was Media Markt als ‘eigenrisicodrager' voor de Ziektewet degene die aan [gedaagde] de ziektewetuitkering betaalde.
2.4.
Op 8 september 2020 heeft het UWV aan [gedaagde] per brief ondermeer het volgende bericht:
“(…)
Voor de ziektewet geldt dat u zich aan een aantal regels dient te houden. Een daarvan is dat u moet meewerken aan het verkrijgen van passende arbeid. U heeft de gelegenheid gehad uit te leggen waarom u zich niet aan de regels heeft gehouden. U heeft geen geldige reden opgegeven,
Daarom verlaagt uw (ex-) werkgever uw Ziektewet-uitkering vanaf 10 augustus 2020 met 100%. (…)”.
2.5.
[gedaagde] had tot 20 oktober 2020 om, een bezwaarschrift tegen de beslissing van het UWV in te dienen. Dat heeft hij niet heeft gedaan.
2.6.
Op 28 september 2020 en 27 oktober 2020 heeft Media Markt aan [gedaagde] in totaal een bedrag van € 2.400,36 aan Ziektewet uitkering uitbetaald.
2.7.
Nadat [gedaagde] door Madia Markt een aantal keer is aangemaand om het bedrag van € 2.400,36 terug te betalen is op 10 november 2023 door de gemachtigde van Media Markt aan [gedaagde] een zogenaamde veertiendagen brief gestuurd waarin hem, bij niet betaling binnen 15 dagen, een bedrag van € 360,05 aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede de wettelijke rente worden aangezegd.

3.Het geschil

3.1.
Media Markt vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.400,36, vermeerderd met rente en kosten. Dat bedrag betreft twee maanden ziektewetuitkeringen die volgens Media Markt op 28 september 2020 respectievelijk 27 oktober 2020 door haar onverschuldigd aan [gedaagde] zijn betaald. Subsidiair stelt Media Markt dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Media Markt, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Media Markt, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Media Markt in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vast staat dat [gedaagde] geen bezwaar en (dus ook) geen beroep heeft aangetekend tegen de beslissing van het UWV om de ziektewetuitkering stop te zetten, zoals door het UWV per brief van 8 september 2020 aan [gedaagde] is bericht. Dat het besluit van het UWV daarmee formele rechtskracht heeft gekregen is door [gedaagde] niet betwist. Wel betwist [gedaagde] dat Media Markt de na de stopzetting van de Ziektewetuitkering nog uitgekeerde bedragen van in totaal € 2.400,36 kan terugvorderen in deze procedure. Volgens [gedaagde] is het UWV de enige partij die op grond van artikel 33 van Pro de Ziektewet ten onrechte uitgekeerd ziektegeld kan terugvorderen. Omdat er door het UWV na de stopzetting van de uitkering en het nog twee maanden doorbetalen daarna door Media Markt geen terugvorderingsbesluit is genomen staat volgens [gedaagde] niet vast dat hij gehouden is dat bedrag terug te betalen. Door Media Markt is niet betwist dat het UWV geen terugvorderingsbesluit heeft genomen. Media Markt heeft niet gesteld en ook niet is gebleken dat zij aan het UWV heeft verzocht zo’n besluit te nemen. Op grond waarvan zij ondanks het ontbreken van zo’n terugvorderingsbesluit in deze procedure jegens [gedaagde] aanspraak kan maken op terugbetaling van dat teveel uitbetaalde bedrag heeft zij niet verder uitgewerkt, ook niet in haar akte na comparitie. Media Markt heeft volstaan met het herhalen van het standpunt dat zij het gevorderde bedrag onverschuldigd betaald heeft en reeds daarom terugbetaling kan vorderen.
4.2.
In artikel 33, eerste lid van de Ziektewet staat dat het ziekengeld dat als gevolg van een besluit als bedoeld in onder andere artikel 30a van de Ziektewet onverschuldigd is betaald door het UWV wordt teruggevorderd. Door de wetgever worden in de leden 3 tot en met 6 van artikel 33 van Pro de Ziektewet uitzonderingen gegeven op de verplichting die op het UWV rust om onverschuldigd betaald ziektegeld terug te vorderen. Dat in het geval een (voormalig) werkgever eigenrisicodrager is de terugvorderings-bevoegdheid over gaat op die werkgever, zoals Media Markt lijkt te impliceren, staat niet uitgewerkt in de Ziektewet. Dat de wetgever heeft beoogd om naast de terugvorderingsverplichting van het UVW nog andere mogelijkheden om onterecht uitgekeerd ziektegeld terug te vorderen heeft willen openstellen is gemotiveerd betwist en door Media Markt verder niet onderbouwd. De centrale positie van het UWV bij de uitvoering van de Ziektewet maakt dat kennelijk ook in het geval van een eigenrisicodrager het UWV steeds (als enige) beslissingsbevoegd blijft over korting, stopzetting, terugvordering en invordering van (onverschuldigd uitbetaald) ziektegeld. De verplichting van het UWV op tot terugvordering over te gaan maakt dat een werkgever-eigenrisicodrager niet met lege handen staat; aan het UWV kan worden verzocht tot terugvordering over te gaan, waar het UWV in beginsel toe gehouden is. Op grond van het voorgaande is de conclusie van de kantonrechter dat het niet mogelijk is in een civiele procedure op grond van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking teveel betaald ziektegeld terug te vorderen. Het feit dat [gedaagde] met (de gemachtigde van) Media Markt heeft gecommuniceerd over een afbetalingsregeling maakt het voorgaande niet anders. Dit geldt te meer als er, zoals in deze zaak, geen terugvorderingsbesluit door het UWV is genomen zodat niet vast staat dat [gedaagde] daadwerkelijk ziektegeld dient terug te betalen. De vordering van Media Markt zal dan ook worden afgewezen.
4.3.
Media Markt is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
125,50
Totaal
1.045,50

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst het gevorderde af;
5.2.
veroordeelt Media Markt in de proceskosten van [gedaagde] tot een bedrag van € 1.045,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026.
717