Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
earn-out agreementaangegaan.
escrowwordt gedeeld.
[bedrijf 3]”).
Transactie’).
Incentive
afwikkeling incentive overeenkomst(hierna: de afwikkelovereenkomst) gestuurd aan [naam 4] ([eiser]).
escrowgerechtigd is tot een additionele
incentive, zijnde 1/3e deel van het werkelijk ontvangen bedrag.
Termination and Settlement Agreement(Vaststellingsovereenkomst) gesloten op 22 juli 2025, ter beslechting van de geschillen. In artikel 2.1.1. van de Vaststellingsovereenkomst staat, voor zover van belang:
3.Het geschil
escrow
escrowvoldaan te krijgen, waaronder onder meer:
4.De beoordeling
incentive) van [gedaagde] aan [eiser] moet worden berekend en gefactureerd. [gedaagde] heeft na de aandelenoverdracht een uitkering gedaan aan [eiser]. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] niet aan al haar verplichtingen voldaan. [eiser] vordert dat [gedaagde] de verplichtingen die zij heeft op grond van de afspraken die partijen hebben gemaakt, alsnog nakomt: (i) [gedaagde] heeft ten onrechte een bedrag verrekend en moet het verrekende bedrag uitkeren aan [eiser], (ii) [gedaagde] moet nog betalingen doen wegens het ontvangen van een nabetaling op de koopprijs en (iii) [gedaagde] moet nog betalingen doen wegens de vrijgekomen
escrow. [gedaagde] meent dat zij aan al haar verplichtingen heeft voldaan en niets meer moet betalen aan [eiser].
incentive, [gedaagde] een bedrag van € 135.000,00 mag verrekenen met het
incentivebedrag. De achtergrond hiervan was het bestaan van een schuld van [naam 2]/[eiser] aan [bedrijf 3]. De verrekening staat in het gespreksverslag waarmee beide partijen akkoord zijn gegaan. Na de overdracht van de aandelen in [bedrijf 3] aan SegaSammy heeft [gedaagde] aan [eiser] de
incentivebetaald, nadat zij daarop een bedrag van € 119.546,00 heeft ingehouden (het bedrag van € 135.000,00 dat later is bijgesteld). Hierna zal blijken dat [gedaagde] dat mocht doen.
incentiveaan [eiser] nog een bedrag mocht verrekenen. Volgens [eiser] is vervolgens opnieuw onderhandeld over de verrekening. [gedaagde] betwist dit. Tegenover de betwisting door [gedaagde] heeft [eiser] niet concreet gemaakt dat de verrekening na 29 oktober 2024 tussen partijen (dan wel hun adviseurs) aan de orde is gesteld en dat partijen daarover toen andersluidende afspraken hebben gemaakt. Zo is niet duidelijk gemaakt wie met een voorstel tot het wijzigen van de afspraak over het verrekenen van € 135.000,00 kwam, wanneer een dergelijk voorstel is gedaan en ook niet wat de adviseurs op dat punt concreet met elkaar hebben besproken. Verder hebben de adviseurs meerdere e-mails met elkaar gewisseld in de periode tussen 29 oktober 2024 en het ondertekenen van de incentive overeenkomst en in die e-mails staat niets over het terzijde schuiven van de verrekening. Het ligt voor de hand dat dit onderwerp, dat volgens beide partijen een belangrijk geschilpunt was, ook in de e-mails ter sprake zou zijn gebracht, vooral in het geval dat (zoals [eiser] betoogt) de daarover gemaakte afspraak kwam te vervallen. Dat is niet gebeurd. Adviseur [naam 4] heeft in zijn e-mail van 11 november 2024 namens [eiser] uitgelegd hoe de
incentivemoet worden berekend. [eiser] wordt niet gevolgd in haar standpunt dat wegens het ontbreken van de verrekening in die berekening, de verrekening van € 135.000 alsnog werd uitgesloten. De berekening van de
incentivegaat vooraf aan de verrekening. De berekening zegt op zichzelf dan ook niets over het al dan niet verrekenen.
‘deferred purchase price payment’). De afspraak was dat partijen alledrie ([eiser], [gedaagde] en Vermes die ook een deel van de aandelen in [bedrijf 3] hield) zouden profiteren van de verkoop van de aandelen in [bedrijf 3]. Nu de koopprijs door de nabetaling aan [bedrijf 2] achteraf is aangepast, moet [gedaagde] de incentive overeenkomst nakomen en alsnog een deel afdragen aan [eiser]. Aanvullend is sprake van onvoorziene omstandigheden (partijen hebben niet voorzien in een aanpassing van de koopprijs) en doet [eiser] een beroep op de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.
Earn Out Agreement. De bewoordingen uit de Vaststellingsovereenkomst die erop zouden kunnen duiden dat de koopprijs is aangepast, hebben te maken met de fiscale deelnemingsvrijstelling. Van een aanpassing van de koopprijs is feitelijk geen sprake geweest. De overige verkopers hebben van de nabetaling geen profijt. Zij hebben geen bemoeienis gehad met de
Earn Out Agreementof met de Vaststellingsovereenkomst, aldus [gedaagde].
Earn Out Agreement(‘EOA’). [eiser] maakt geen aanspraak op (een deel van) de
earn out, zo volgt uit artikel 1.7 van de incentive overeenkomst. In de Vaststellingsovereenkomst zijn geen aanknopingspunten te vinden voor de stelling van [eiser] dat de betaling moet worden aangemerkt als een nabetaling op de koopprijs voor de aandelen. In dat licht kan de enkele omstandigheid dat in artikel 2.1.1. van de Vaststellingsovereenkomst staat ‘
deferred purchase price payment’dat niet anders maken. [gedaagde] heeft toegelicht dat die bewoordingen zijn gekozen vanwege de fiscale deelnemingsvrijstelling en [eiser] heeft dat niet concreet bestreden. [eiser] kan dan ook geen aanspraak maken op een deel van de nabetaling.
incentiveook moet worden berekend over de
escrow. De rechtbank komt tot de slotsom dat op grond van de afspraken [eiser] aanspraak maakt op een deel van het in
escrowgehouden bedrag. Daarvoor is het volgende van belang.
De incentive zal tevens worden berekend over het bedrag dat vrijvalt uit de escrow. Betaling zal plaatsvinden, eerst nadat de escrow tot uitkering is gekomen.De bewoordingen van het gespreksverslag zijn duidelijk. Het bedrag dat vrijkomt uit de
escrow, maakt deel uit van de door [gedaagde] aan [eiser] uit te keren bonus. Dat heeft de adviseur van [gedaagde] ook voorafgaand aan het gespreksverslag aan de adviseur van [eiser] geschreven (2.6). Dat is het uitgangspunt. Het klopt dat de
incentivenog nader zou worden uitgewerkt middels de incentive overeenkomst. Ook dat is opgenomen in het gespreksverslag. Dat betekent niet dat het gespreksverslag, zoals [gedaagde] aanvoert, volledig is vervangen door de incentive overeenkomst. Voor zover van de uitgangspunten in het gespreksverslag wordt afgeweken, is nodig dat partijen daarover overeenstemming bereiken. Partijen en hun adviseurs hebben in de periode tussen 29 oktober 2024 en het sluiten van de incentive overeenkomst op 13 november 2024 niet gesproken over de
escrow. De situatie dat beide partijen akkoord zijn gegaan met een wijziging van de eerdere afspraak, doet zich niet voor. Gelet hierop kan de enkele omstandigheid dat in de incentive overeenkomst een verwijzing naar de
escrowontbreekt, er niet toe leiden dat de
incentivemoet worden berekend over de verkoopopbrengst exclusief de
escrow. Daarvoor ontbreken feiten en omstandigheden op grond waarvan partijen ervan konden uitgaan of moesten begrijpen dat de
escrowniet (meer) zou worden gedeeld.
escrowstaat volgens [gedaagde] verder in de weg dat partijen zijn uitgegaan van één peilmoment (artikel 1.2 van de incentive overeenkomst) alsook van een eenmalig door [gedaagde] aan [eiser] uit te keren bonus (onderdeel M van de considerans). Daarin wordt [gedaagde] niet gevolgd. In artikel 1.2 van de incentive overeenkomst staat welk deel van het eigen vermogen van [bedrijf 2] relevant is voor de hoogte van de
incentive. Dat is het eigen vermogen direct na afronding en ontvangst/betaling van de koopsom voor de aandelentransactie. In onderdeel M van de considerans van de incentive overeenkomst staat dat [gedaagde], althans [naam 1], zich moreel verplicht voelt om [eiser] financieel te laten meeprofiteren in de vorm van toekenning van een eenmalige bonus (de
incentive). Deze bepalingen in onderlinge samenhang geven weer dat de
incentiveziet op enkel de verkoopopbrengst én dat zal worden uitgekeerd zodra de verkoopopbrengst is ontvangen. Hieruit kan niet worden afgeleid dat als een betaling is gedaan door [gedaagde] aan [eiser] en daarna nog een deel van de verkoopopbrengst wordt ontvangen, die nabetaling op de koopprijs niet meer ter zake doet. Dat zou ook afbreuk doen aan de achterliggende afspraak dat [eiser] voor een derde deel deelt in het behaalde succes.
incentiveook wordt berekend over de
escrow. [gedaagde] heeft in dat document immers opgenomen dat zij een deel van de
escrowdoorbetaalt aan [eiser].
escrowgerechtigd is tot 1/3e deel van het ontvangen bedrag.
escrowgehouden bedragen uit te keren aan [eiser], overeenkomstig de in de incentive overeenkomst gemaakte afspraken. Een deel van het in
escrowgehouden bedrag is inmiddels aan [gedaagde] uitgekeerd, zes maanden na 25 april 2025. Het laatste deel zal drie jaren na 25 april 2025 worden uitgekeerd. Betaling aan [eiser] zal plaatsvinden eerst nadat de
escrowtot uitkering is gekomen, zo volgt uit het gespreksverslag. Dat betekent dat [gedaagde] ertoe is gehouden aan [eiser] een deel van het al uitgekeerde bedrag te betalen en dat zij in de toekomst een nabetaling zal moeten doen.
incentiveuit hoofde van de
escrowvast te stellen en dat [gedaagde] vervolgens na ontvangst van de factuur het gefactureerde bedrag betaalt, te vermeerderen met wettelijke handelsrente vanaf 19 december 2025 althans vanaf de dag van dagvaarding. De vordering tot het geven van inzicht wordt op de wijze zoals in het dictum omschreven toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente over de reeds vrijgevallen
escrowis niet weersproken en zal worden toegewezen, ook op de manier zoals in het dictum vermeld. De wettelijke handelsrente over de nog uit te keren
incentiveover de
escrow(die vrijkomt drie jaren na 25 april 2025) is toewijsbaar vanaf het moment van het verstrijken van de betaaltermijn van de factuur.
escrowwerd ingesteld. De beslagen zien op de vorderingen tot het betalen van het verrekende bedrag en tot het vergoeden van de nabetaling. Die vorderingen worden afgewezen. Daarom bestaat geen grond voor het vergoeden van de beslagkosten.
5.De beslissing
escrowtot het verrichten van al die handelingen die op grond van de incentive overeenkomst noodzakelijk zijn om hetgeen op grond van de incentive overeenkomst is verschuldigd aan [eiser] voldaan te krijgen, waaronder wordt verstaan:
escrowbedrag binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis en voor zover het gaat om de
escrowdie nog niet is vrijgevallen binnen veertien dagen nadat de
escrowis uitgekeerd en
escrowwordt vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 19 december 2025 tot aan de dag van algehele voldoening en het uit te keren deel dat ziet op de
escrowdie in de toekomst wordt uitgekeerd wordt vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf het moment dat de betaaltermijn van de factuur is verstreken tot aan het moment van algehele voldoening,